Ronald Giphart: Het feest der Liefde. Balans.
De eerste keer dat ik Ronald Giphart tegenkwam was tijdens
een hoorcollege voor
HBO-cultuur in Groningen. Dat was eind vorig jaar. Ik
had de eerste twee romans Ik ook van jou en Giph van Giphart
gelezen en me uitstekend vermaakt. De dames van HBO-cultuur waren iets
sceptischer. Was dit wel literatuur?
Die jonge vent moest eerst maar eens uitleggen wat hij
kon. Giphart sloeg aan het vertellen en wou een korte historie geven van
de literatuur dat zou eindigen in het hoogtepunt: de Generatie Nix, de
groep waartoe Giphart door critici wordt
geplaatst. Dapper begon hij bij Plato en werkte zich
daarna door alle eeuwen heen als een tweede Knuvelder, zonder tot zijn
eigen generatie te geraken. De dames waren onder de indruk van al deze
eruditie.
Giphart is in het algemeen erg onder de indruk van dames,
alhoewel seks slechts een motief in zijn boeken is. Toch wordt er in de
publiciteit alleen maar over de seks in zijn boeken gepraat. De tijden
van Wolkers lijken te zijn teruggekomen. Meestal gaat de verhalen juist
over het klassieke thema van de onvervulbaarheid van de liefde. In het
boek Het feest der liefde staat daarover een prachtig verhaal. In een virtual
reality-sekspak pleegt hij overspel met een meisje. Alles lijkt echt te
gebeuren, tot en met het orgasme. Maar als blijkt dat het pak van het meisje
op haar vriend is afgesteld, heeft er eigenlijk geen overspel plaatsgevonden.
Sterker nog; ze is gewoon met haar vriend naar bed geweest.
Naast dit soort verhalen, komen er ook een aantal verhalen
in het boek voor waarin Giphart reisjes beschrijft die hij heeft gemaakt.
Het best gelukt is de beschrijving van zijn reis met het Oranjelegioen
naar de Wereldkampioenschappen voetbal in Amerika. Daarbij blijft hij uiteindelijk
wel de intellectuele outsider, die hij juist niet wilde zijn. Sinds tijden
moest ik weer eens hardop lachen bij het lezen van een boek.
Als nieuwkomer in de letteren moet je je plaatsje wel
bevechten. Giphart gebruikt daartoe soms groffe wapens. In de afdeling
'Klein vuil' is een wat al te kleinzielige wraakneming op Tom van Deel
te lezen, nadat deze Trouwcriticus een boek van Giphart had afgekraakt.
So what. Het oordeel van een criticus gaat maar een week mee; daarna wordt
dat oordeel vergeten. Ik had liever een verhaal gezien op die plek. Ook
in andere stukken blijkt dat Giphart wat al te gemakkelijk de 'serieuze'
schrijvers zoals Marcel Möring op de korrel neemt. Waarom hij dat
doet is onduidelijk. Dat je zelf een andere literatuur voor ogen staat,
houdt toch niet in dat je het bestaansrecht van die literatuurvisie afwijkende
boeken ontkent?
Giphart kan snel en typerend situaties neerzetten. Hij
is buitengewoon grappig en gebruikt een modern jargon, zonder dat je het
idee hebt dat er een schrijver aan de gang is die gewild modern gaat doen.
Toen ik tijdens de Boekenweek aan de dames van HBO-cultuur vroeg wat zij
gingen kopen, zeiden enkelen dat ze het nieuwste boek van Giphart zouden
kopen. Een iemand begreep door de boeken van Giphart beter wat er omging
in de hoofden van haar kinderen. Een paar anderen hadden voor het eerst
sinds de middelbare school weer een boek met plezier gelezen en waren nu
ook al aan andere boeken begonnen. Als je dat bereiken kunt als schrijver
dan heb je al heel wat gewonnen. Lees eerst de eerdere romans van Giphart
en koop dan deze verhalenbundel.
Coen Peppelenbos
11 mei 1995