Auteur
P. van Gestel

Uitgever
Uitgeverij De Fontein

Rubriek
Kinderboeken
Fiction 10-12 jaar

 

 

 

Trouw, 26 september 2002

 

'Opeens was ik kinderboekenschrijver'

 

door Arlette Dwarkasing

De Gouden Griffel voor het beste jeugdboek voor kinderen tot 12 jaar wordt zondag uitgereikt aan Peter van Gestel. Hij krijgt de prijs voor 'Winterijs', dat in Amsterdam speelt in de strenge winter van 1947. Het is toeval dat Van Gestel kinderboekenschrijver is geworden. ,,Ik heb niet de reputatie een groot kindervriend te zijn.'

Het overdondert hem niet, die Gouden Griffel die Peter van Gestel (65) zondag krijgt. Zijn bekroonde 'Winterijs' was door de recensenten al meteen erg lovend ontvangen. En eerder dit jaar mocht hij ook al de Woutertje Pieterse prijs in ontvangst nemen. Andere boeken van Van Gestel -'Mariken' (1997) en de twee boeken over Ko Kruier (1984 en '85)- vielen destijds eveneens in de prijzen. Maar het zijn steeds volwassen jury's geweest die de boeken bekroonden. Weet hij wat kinderen vinden van bijvoorbeeld 'Winterijs'?

,,Ik heb best reacties van kinderen gekregen die heel aardig waren', zegt Van Gestel, achteroverleunend in de leren fauteuil in zijn werkkamer op een bovenetage in Amsterdam. ,,Ach, ik behoor niet tot de grote groep van populaire kinderboekenauteurs. En ik vraag me af of het de kinderen zijn die zo gericht naar die auteurs grijpen of dat het meer komt door de acties om die populaire schrijvers heen. Heb ik niets op tegen, hoor. Maar dat is zo'n ander genre.'

,,Van 'Winterijs' wordt gezegd dat het voor kinderen vanaf tien jaar is. Ze kunnen het inderdaad lezen, ja, maar het is niet speciaal voor hen ontworpen. Ik heb heel gewoon het verslag van een jongetje van tien op willen schrijven.'

Thomas, de hoofdpersoon in 'Winterijs', raakt bevriend met zijn Joodse klasgenootje Zwaan en wordt verliefd op Zwaans oudere nichtje Bet. Door de vriendschap komt Thomas achter de gevolgen die de oorlog heeft gehad voor de Joodse familie. De onwetendheid bij het Amsterdamse jochie doet je als lezer versteld staan.

Van Gestel was ook tien in 1947. ,,Ja, dat kon iedereen makkelijk uitrekenen. Maar er zitten in het boek minder autobiografische elementen dan men denkt. Ik heb slechts gebruikgemaakt van een paar feitelijkheden: ik woonde aan de Lijnbaansgracht en ik zat op school in de Stadstimmertuinen, net als Thomas. Ik vond het leuk om dit keer de straten waar de jongens doorheen slenteren bij naam te noemen. Ik wilde dat de routes klopten. Nee, die hoefde ik niet na te lopen. Die ken ik nog altijd uit mijn hoofd.'

,,Eigenlijk wilde ik een boek schrijven over de zomer van '47 in Apeldoorn. Daar ben ik ook geweest toen, het was een schitterende zomer. Historisch gezien had 1947 ook een heel koude winter. Ik moest wat inleidende woorden over die winter schrijven, vond ik, om uiteindelijk bij de zomer terecht te komen. Het liep anders.'

Van Gestels taalgebruik is mooi van eenvoud. Hij schetst een prachtig beeld van winters Amsterdam en het leven -of vooral de verveling- van jongetjes van tien. Een sfeer die misschien ver afstaat van de hedendaagse jeugd. 'Winterijs' wordt ook veel gelezen door volwassenen.

,,Is het belangrijk dat een jeugdboek speelt in de hedendaagse omgeving van kinderen? De boeken die ik als kind las waren oeroud. In 1945 las ik 'Pietje Bell'. Dat wordt nú verfilmd. In die tijd speelden veel kinderboeken zich af op scholen. Of een boek in 1910 of in 1950 was geschreven, maakte voor de sfeer eigenlijk niet zoveel uit. Veel groter verschil zit in de vergelijking 1950 en nu. Wat dat betreft hebben de jaren zeventig een grotere mentaliteitsbreuk teweeggebracht dan de Tweede Wereldoorlog.'

Van Gestels carrière als kinderboekenschrijver -van oorsprong was hij acteur en dramaturg voor radio en televisie- begon eigenlijk met verhalen die hij schreef voor 'De blauw geruite kiel', de jeugdrubriek van Vrij Nederland. Daarna volgden verhalen voor 'Goochem', de kinderpagina van Het Parool.

,,Raadselachtig eigenlijk, hoe dat is gegaan. Ik heb nou niet de reputatie een groot kindervriend te zijn. Ik ben toevallig gevraagd voor 'De blauw geruite kiel'. Die verhalen werden gebundeld en toen was het een kinderboek. Vervolgens is van een hoorspelserie voor kinderen ook een boek gemaakt. Dan ben je opeens kinderboekenschrijver.'

,,Ik heb ook niets tégen kinderen, hoor. Ik heb er zelf twee, en inmiddels ook kleinkinderen. Maar nee, ik zoek geen plekken op waar kinderen zijn, om erachter te komen wat ze beweegt. Ik vind dat je als auteur ook niet vreselijk rekening moet houden met een doelgroep. Nou zullen ouders misschien vinden dat dat juist bij kinderboeken wél moet, maar ik zie het kinderboek gewoon als een vorm. Een volwassen artistieke uiting.'

Volgende week begint de Kinderboekenweek. Voor veel schrijvers betekent dat een reeks van optredens in scholen, boekwinkels en bibliotheken. Van Gestel: ,,Optredens, nee, daar houd ik niet van. Alleen in de boekhandel hier vlakbij wil ik wel voorlezen.'

 

Hosted by www.Geocities.ws

1