|
Trouw, 18 maart 1998 |
|
|
|
|
|
'Mariken geeft een beeld van ónze
tijd' |
|
|
|
|
|
LIEKE VAN DUIN |
|
|
|
|
|
Afgelopen zaterdag werden in Antwerpen
de Gouden Uilen uitgereikt voor fictie, non-fictie en jeugdliteratuur. De uil
voor jeugdliteratuur ging naar Peter van Gestel (60), voor zijn 'Mariken', geïnspireerd op het laat-middeleeuwse
mirakelspel 'Mariken van Nimwegen'
(+/- 1500). Niet alleen de volwassen jury kende hem de Gouden Uil toe, maar
ook de jonge jury, die het boek 'speels en lichtvoetig' vond. De dag vóór de
bekendmaking klim ik voor een gesprek de drie trappen op naar zijn ruime
woning in Amsterdam-Zuid. De auteur, die tot de top
van de Nederlandse jeugdboekenschrijvers behoort, maar zich wat afzijdig
houdt van de kinderboekenwereld - ``ik word soms een beetje gaar van alles
wat om het boek heen gebeurt'' - is een rijzige man die je zijn zestig jaren
absoluut niet aanziet. Hij en zijn vrouw Marjolijn zijn wel wat nerveus voor 'morgen': ``Het leidt zo af, zo'n nominatie. En ik hoor hier en daar dat ik favoriet
zou zijn, terwijl ik denk dat Anne Provoost dat is. Haar boek 'De roos en het zwijn' is zo schitterend
mythe-achtig. Niet alleen aantrekkelijk voor
kinderen maar ook voor volwassenen.'' Eigentijds 'Mariken'
is geen bewerking van het bekende mirakelspel, maar is er alleen op gebaseerd,
benadrukt Peter van Gestel. Hij vertelt dat zijn vriend Willem
Wilmink, met wie hij zich verwant voelt - ``Willem behoort tot de weinige auteurs die nog geestig
kunnen schrijven'' - net een hertaling van het origineel heeft gepubliceerd
(bij Prometheus). Zijn eigen 'Mariken'
heeft door de Middeleeuwse setting wel iets
sprookjesachtigs, en ook gebruikt hij het idee van een wagenspel dat
ontstaat, maar het metafysische en moralistische heeft hij achterwege
gelaten. Peter van Gestel:
``Het geeft een beeld van ónze tijd. Als je een film uit de jaren dertig ziet
over de Romeinse tijd, krijg je primair een beeld van de dertiger jaren, en pas daardoorheen schemert iets van de Romeinse
tijd. Dat doet dit boek ook. Relativeren van vanzelfsprekendheden, het 'niets
is wat het lijkt', dat zijn thema's van deze tijd. Als 'Mariken'
over dertig jaar nog bestaat, geeft het een beeld van eind twintigste eeuw.
Je schrijft altijd vanuit de kennis en het bewustzijn van een bepaalde
periode.'' Van Gestels Mariken is een
vondelingetje, opgegroeid bij de oude zonderling Archibald
in het bos. Ze is een argeloos meiske van nog geen
tien jaren oud, spontaan en overrompelend, dat ondanks haar omgang met de
'Duvel' bepaald geen vergeving nodig heeft. Evenals de hoofdpersonen in zijn
voorgaande boeken, die veelal van deze tijd zijn, is ze een buitenstaander,
die onbevangen de wereld om zich heen bekijkt. Maar een onbeschreven
blad is Mariken niet: haar kijk op de wereld is
haar aangereikt door de natuur en door Archibald,
een intrigerende figuur die nog het meest wegheeft van een uitgetreden monnik
- en ook wel iets van de auteur - en die haar lezen leert aan de hand van één
boek, 'De wereld is een klucht', dat hij zelf blijkt te hebben geschreven. Peter van Gestel:
``Ja, Mariken is weer een buitenbeentje, maar dat
is een hoofdpersoon nogal gauw. Naderhand dacht ik: 't
is wel een érg lief meisje. Niet zoetig, maar er is niets op haar aan te
merken. Als het boek in deze tijd zou spelen, dan moest zo'n
karakter wel iets complexer zijn.'' Mariken trekt
wel met de duivel op, maar bij Van Gestel is dat een sympathiek acteur, die
even zo makkelijk Maria speelt: ``Die duivel als wagenspeler, dat was een
enorm nuttige vondst. Ik kan niet goed overweg met het metafysische, en zo
was ik daar mooi vanaf. En meteen werd alles aardig, kon ik van alles laten
gebeuren, metamorfoses, met echt en niet-echt spelen, de hele troep naar het
kasteel laten gaan. Maar toen ik dat had, bleef ik steken bij de zwarte weeuw. Daar moet Mariken langs
om in de grote wereld te komen. Dat wilde ik om de associatie met de
oorspronkelijke Mariken, die bij haar tante
langsgaat, vast te houden. Ik maakte van die weeuw
eerst een mens met acht kinderen, levend in tijden van pest, maar ik schrapte
alles, want het zat me in de weg. Toen zei ik tegen Marjolijn:
'Ik hou ermee op.' Je hebt vaak zo'n
stagnatiepunt waar je doorheen moet. Tot ik op het idee kwam van dat neefje
van de zwarte weeuw, Rattejan, die bij haar opgesloten zit, en die met de ratten kan
praten. Toen loste het zich op.'' Spits ``Ik ben altijd erg
gevoelig voor de dramaturgische kant van een verhaal. Ja, misschien omdat ik
zelf acteur geweest ben, televisiespelen heb geschreven. Nu moet ik ook een
filmscenario voor 'Mariken' gaan schrijven; er
wordt een familiefilm van gemaakt, geregisseerd door André
van Duren. Door zulk werk doe je ervaring op met het schrijven van dialogen.
Dat is wel tegen me gebruikt: de dialogen in 'Mariken'
zouden te spits zijn voor zo'n kind van nog geen
tien. Ze zouden reëler moeten. Ik vind het juist aardig dat ze níet dagelijks
voorkomen. Realistische dialogen vind ik vaak van een gruwelijke platheid.
Zelfs al zouden kinderen zo praten, dan wil ik het nog niet weten. Ik ben wel
vaker uitgegaan van een hoofdfiguur die slimmer was dan ikzelf ooit geweest
ben.'' ``Ik heb ook voor
volwassenen geschreven. Lang geleden. Maar kinderboeken trekken me meer. Niet
dat ik zoveel contact met kinderen heb. Het is de vormgeving van het
kinderboek waar ik van hou, een veel moeilijker vorm
dan mensen vaak denken. Met vreemde beperkingen, die ook mogelijkheden
bieden. Dat vind ik fascinerend. |
|
|
|
|