|
Rudolf Geel Bloedmadonna |
||
Om de roman Bloedmadonna te kunnen schrijven, baseerde Rudolf Geel zich op de gebeurtenissen in het Limburgse dorp Brunssum waar de familie Coumans werd opgeschrikt door dikke, bloederige tranen uit een kunststoffen beeldje van de Heilige Maagd van Fatima. De wonderen kon Geel niet gebruiken, ook al waren ze in werkelijkheid van een hemelse schoonheid.Een Belgisch meisje kon na elf jaar invaliditeit haar krukken opzij gooien toen ze voor het beeldje had gebeden. Een man met een verlamde gezichtszenuw praatte weer na een bezoek aan de Voorstraat. Moeder Coumans zelf, die naar eigen zeggen veertig jaar over de vloer had gekropen van de pijn en �een bungalow aan geld had verdokterd', was in een nacht van al haar ellende genezen. Het enige wondertje dat Rudolf Geel laat gebeuren in zijn roman is de wonderbaarlijke genezing van de buurvrouw die op slag geen last meer heeft van haar reuma. Maar Geel beschrijft buurvrouw Lidie Thijssen, veertig jaar en kinderloos weduwe, als een tamelijk hysterisch type, zodat geen enkele lezer haar serieus neemt. Net als hoofdpersoon Mathilde Coumans overigens, een goedgelovige, wat simpele vrouw die haar hele leven lijdzaam aan de wensen van haar man Thieu voldeed. �Hoe vaak had Thieu haar midden in de nacht wakker gemaakt, als hij dronken thuiskwam. Of hij had haar, als zij het eten klaarmaakte, zonder omwegen tegen het aanrecht genomen. Het was nooit een genot, en steeds een pijniging.' Mathilde Coumans weet niet beter of Maria had het vanuit de hemel gezien en was afgedaald. �Stuur alstublieft een bliksemstraal in de richting van Thieu,' verzoekt zij de madonna. Mathilde en Thieu zijn de personages waar het in eerste instantie om draait in Bloedmadonna. Het gezin maakt Rudolf Geel compleet met Franske, een jongen die niet helemaal van deze wereld is. In het dorp Uffel waar de roman is gelokaliseerd, kijkt iedereen met mededogen naar hem. Maar in het gezin Coumans wordt daar anders over gedacht. Mathilde ervaart de geboorte van Franske als een straf van God. Voor de zuipende vader is de stamhouder een verschrikking. �Dat hij, Thieu, een geestelijk minvermogende zou verwekken had er toch al nooit bij hem in gewild. Hoe had hij anders furore kunnen maken als stopperspil bij Chevremont?' Wat kan een schrijver met zulke romanpersonages? Verhoudingsgewijs niet zo bar veel. Het gezin is een karikatuur. Uit alles blijkt dat Rudolf Geel de gebeurtenissen in Brunssum alleen maar beziet in het kader van folkloristische flauwekul. Daarom dikt hij alles nog even vrolijk aan: het beeldje is een wenende madonna, maar begint allengs te bloeden �van onderen', zodat het een menstruerende madonna wordt. Mathilde Coumans wordt geloviger dan gelovig en vader Thieu is druk met een offerschaal in de weer. Aan het einde van de roman laat hij het beeldje zelfs verdwijnen zodat niemand kan achterhalen dat hij het heeft �behandeld'. Je hoeft geen groot schrijverstalent te zijn om de Brunssumse affaire belachelijk te maken. Maar Rudolf Geel weet ook wel dat zo'n gegeven te mager is voor een roman. Het is om die reden dat hij koos voor een ambitieuzer doel: hij wilde laten zien hoe �de krankzinnigheid zich meester maakt van een gemeenschap' als zich zoiets onwerkelijks voordoet. Mathilde, Thieu en Franske zijn weliswaar de spil van de roman, maar zij zijn hooguit katalysator voor andere ontwikkelingen. Een dorp waar het achter ieder raam broeit, dat biedt mogelijkheden. In Uffel dartelt Agnes Verhallen rond, de 18-jarige onweerstaanbaar aantrekkelijke dochter van de garagehouder. Alle bezoekers van caf� Smoock fantaseren over haar, het meisje dat het symbool wordt van �de volstrekte zuiverheid van slechts in dromen te realiseren liefde.' De kunstenaar Ramaer is bezeten van haar geraffineerde onschuld. Op tekeningen vereeuwigt hij haar. Zelfs pastoor Rog kan er niet over uit. Gelukkig had de Heer hem teruggehouden toen hij op het punt stond aan de slaapkamerdeur van zijn inwonende huishoudster aan te kloppen. De aardse liefde is niet voor hem weggelegd, maar een gedroomd leven met Agnes brengt hem in hoger sferen. Om het dorpse leven van een andere kant te kunnen beschrijven introduceert Rudolf Geel enkele buitenstaanders. De journaliste Hanna mag van haar krant een reportage maken over het bloedende beeldje. Later duikt de befaamde schrijfster Karin Dantzig op om voor een weekblad hetzelfde te doen. De opmerkelijkste buitenstaander is pater Gregorius, vertegenwoordiger van het bisdom, die er zijn levenswerk van heeft gemaakt om de armoedige bedriegers te ontmaskeren. Alle weerzin die Rudolf Geel tegen de kerk heeft, legt hij in deze romanpersoon. De pater ergert zich aan �de fratsen' van de kerk. �Hoe krankzinniger de uitspraken van de prelaten, hoe groter de overlevingskansen voor het instituut zelf.' Jaloers was hij op de priesters die uittra den, trouwden en de bisschop een kaartje stuurden van hun kinderen. Zonder enige illusie doet hij zijn onderzoekswerk, wetend dat hij het elders in de maatschappij niet zou redden. Het is een bonte verzameling personages die Rudolf Geel ten tonele voert. Na honderd pagina's heeft hij ze getypeerd. Alle gekkigheid in Uffel -op de achterflap netjes �de spanning tussen geloof en ratio' genoemd- is aan bod gekomen. Er moet iets gebeuren, weet de lezer die nog zo'n honderdvijftig pagina's te gaan heeft. De ommekeer is verrassend. Het meisje Agnes Verhallen wordt �s nachts gewurgd aangetroffen naast haar scooter op een landweggetje. Al het voorafgaande kan in een ander perspectief gelezen worden, want menigeen zou wel eens een motief kunnen hebben. Volgens de regels van de whodunit speelt Rudolf Geel het spel. Pastoor Rog, de kunstenaar Ramaer, de onnozele Franske, wellicht Thieu, misschien bezoekers van het caf�: iedereen heeft wel iets met Agnes te maken gehad. Omdat de personages zich anders voordoen dan ze zijn, is het aantal verdachten legio. Inspecteur Wadman heeft er zijn handen vol aan. Maar vervolgens overspeelt Rudolf Geel zijn hand. Om �de krankzinnigheid van een gemeen schap' uit te laten komen, bedenkt hij de wonderlijkste relaties. Dat Hanna een lesbische verhouding heeft met haar bazin Wolffers, vooruit dan maar. Redelijk ongeloofwaardig wordt het als blijkt dat de schrijfster Karin Dantzig zich laat verleiden door Patries, de vrouw van de burgemeester die idolaat van Karin is. Maar een gevoel van moedeloosheid overvalt de lezer als pater Gregorius al zijn seksuele fantasie�n loslaat op Franske, waarbij de roedes ook daadwerkelijk stevig worden beroerd, om het reviaans te zeggen. Nee, dit is geen karikatuur meer. Het is gewoon ongeloofwaardig. Rudolf Geel: �Bloedmadonna'. Uitgeverij Meulenhoff. Prijs: 36,90.
|
||
|
|
||