NRC Handelsblad, 3
oktober 2003
Monique Snoeijen
Alleen op het dievenpad
Cornelia
Funke: De Dievenbende van Scipio
(10+), vertaling: Ab Bertholet
en Hanneke Beneden, Querido,
332 pagina's, EUR14,95
|
Ruim baan voor
de Meesterverteller. Die oproep deed Judith Eiselin afgelopen zaterdag in de Thema-bijlage
over kinderboeken in deze krant. Aan de kant voor de auteurs die een
pageturner kunnen schrijven die ook nog eens tot nadenken stemt. Eiselin baande het pad voor de Duitse schrijfster Cornelia Funke. Haar jeugdroman
Herr der Diebe is in
Duitsland, Engeland en de Verenigde Staten een groot succes. De dievenbende
van Scipio is de Nederlandse titel. |
|
|
|
De
broers Prosper (12) en Bo
(5) zijn, na de dood van hun moeder, van Hamburg naar Venetië gevlucht. Ze
willen uit handen blijven van hun tante en voogd Esther
Hartlieb, die alleen de engelachtige Bo in huis wil nemen. Voor haar is het uit elkaar halen van de twee broers net zoiets als `eiwit en
dooier van een ei scheiden'. In Venetië, de stad waarover hun moeder altijd
zulke fabelachtige verhalen vertelde, sluiten ze zich aan bij een groep
straatkinderen die in een verlaten bioscoop woont. Hun leider is `de
Dievenkoning' Scipio. Alles gaat goed totdat een
door tante ingehuurde privé-detective de jongens op het spoor komt. Net op
het moment dat Scipio voor de moeilijkste opdracht
in zijn dievenbestaan staat: het stelen van een bijzonder kostbaar en
mysterieus voorwerp. De
dievenbende van Scipio is een boek dat kinderen
zich later nog lang zullen herinneren. Zo'n boek dat
er de schuld van is dat je in de tram vergeet uit te stappen. Omdat je even
ergens anders bent namelijk bij Scipio en zijn
vrienden. Hun tempo is hoog, hun lotgevallen nooit voorspelbaar. Funke schrijft zonder opsmuk. Haar zinnen staan volledig
in dienst van het avontuur. Er zijn mooie vondsten bij: over de heler Barbarossa zegt het meisje Wesp dat het geld `normaal
gesproken als kauwgum aan zijn vieze vingers blijft kleven'. Maar
waarom Funke het einde opeens van magie voorziet,
is een raadsel. Het was spannend genoeg zonder tovenarij, spannender
eigenlijk. Hoe dan ook, het loopt met alle straatkinderen ook nog eens
heerlijk goed af. Allemaal
kiezen ze uiteindelijk hun gedroomde bestaan, of dat nu zwervend is of niet. Voorafgaand aan
het verhaal geeft Funke de lezer een vraag mee voor
onderweg: `Soms hebben volwassenen het erover hoe fijn het was om kind te
zijn. Ze dromen er soms zelfs van er weer een te zijn. Maar waarvan droomden
ze toen zij kind waren? Weet jij het? Ik denk dat ze ervan droomden eindelijk
volwassen te zijn.' Mooie gedachten om op te kauwen, als het tenminste lukt het boek af en toe aan de kant te leggen. |