|
Trouw, 8 juni 1994 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
LIEKE VAN DUIN |
|
|
|
|
|
Jean Fritz: 'Aan de
verkeerde kant van de aarde', vert. Molly van
Gelder, Jenny de Jonge, 180 p, Fl. 27,50, vanaf 10 jaar. |
|
|
‘Aan de verkeerde kant
van de aarde' van Jean Fritz, dat Jenny de Jonge bij de New Yorkse uitgever
Putnam ontdekte, kreeg een Zilveren Griffel. Het autobiografische boek bevat
jeugdherinneringen van de schrijfster, die als tienjarig Amerikaans meisje in
China woonde. Haar vader was er directeur van de YMCA in Hankou,
aan de Yangtse-rivier. Toen na 1925 de communisten
met revolutie en burgeroorlog dreigden moest het gezin vluchten. Het verhaal is om
verschillende redenen sterk: Jean Fritz blijft heel dicht bij haar eigen gevoel als tien- en elfjarige in de jaren twintig en interpreteert
de politieke situatie in China niet vanuit wat ze nú weet. Communisme is voor
haar dat de huisbediende Yang Shifu zijn lange
nagels afknipt en geen sierlijke 'pagodes' van boter meer maakt, maar de
boter nu onverschillig op tafel kwakt. En dat haar zusje een paar dagen na de
geboorte sterft maakt meer indruk dan de gevaarlijke vlucht per boot over de Yangtse. De jonge Jean heeft
een gevoelige antenne voor eigen gevoelens als nationalisme en angst voor
vooroordelen als ze eenmaal terug is in Amerika. Die gevoelens uit ze zonder
er een oordeel over te geven. En dat geeft het verhaal zowel authenticiteit
als herkenbaarheid. Bovendien schrijft Fritz
onbevangen, fris en laconiek, vanuit een nieuwsgierig kind dat zin in de
wereld heeft. Het knappe van 'Aan de verkeerde kant van de aarde' is zodoende
dat het veel zegt over verschillende culturen zonder dat het een poging tot
een 'Derde Wereld-roman' is. |
|
|