Schrijver

Franke, Herman

Titel

Verbeelding, De

Jaar van uitgave

1998

Bron

Vrij Nederland

Publicatiedatum

28-02-1998

Recensent

Annemiek Neefjes

Recensietitel

Dansen boven een gapend gat



Uitgaande van Nelsons standbeeld op Trafalgar Square - en vooral het miniatuur van zijn minnares Emma Hamilton dat hij altijd bij zich droeg - sleept Herman Franke in 'De verbeelding' een heel spiegelpaleis aan verhalen over kunst, liefde en dood bij elkaar. Het grote geheel gaat ten koste van de aandacht voor het kleine detail. Als je een lijvige roman zonder omhaal De verbeelding noemt, wek je een speciale verwachting: hier onderzoekt de schrijver de wortels van de verbeelding, de chemie, de waarde, de verhouding tot de feiten. Herman Frankes inzet in De verbeelding, zijn derde roman, is inderdaad hoog, al bevat hij nauwelijks beschouwende passages. Franke geeft de verbeelding haar gezicht via een grillige, buitensporige vertelstructuur. De verbeelding in deze roman hecht niet aan tijd of plaats. Als vertrekpunt kiest Franke de Engelse admiraal Horatio Nelson, of beter gezegd: het standbeeld van deze Hero of the Nile op Trafalgar Sqare. Op zijn hoge zuil zweeft hij als een soort God tussen hemel en aarde - het gebied van de verbeelding - en vertelt wat hij hoort en ziet in de eeuwen die hij aan zich voorbij ziet trekken (tot aan de actualiteit van de koeienziekte en het modieuze Celestijnse geloof), via de toeristen die op Trafalgar Square neerstrijken. Zoals een mimespeler ('performer of Emotional Art'), een Nederlandse verzamelaar van schilderijen van de Kruisafneming van Christus, twee punkers, een zwijgzame buschauffeur die zijn dochtertje doodrijdt, drie hysterische feministes, de Parijse Manou die op een dag tot de ontdekking komt dat haar minnaar en schilder die haar als schildersmodel had, de kunstenaar Romney heeft geplagieerd. Nelson luistert niet naar wat hem zo toevallig ter ore komt, hij is gespitst op een specifiek soort kennis: hij hunkert de godganse dag, decennium na decennium, eeuw na eeuw, naar verhalen over zijn Emma. Nelson droeg zijn minnares Emma tijdens zijn leven bij zich in de vorm van een miniatuur, in een etui in zijn armloze mouw. De kwellende onzekerheid waaraan hij nu lijdt is of zij, haar portret, wel bij hem is, in zijn stenen, lege mouw. Deze obsessie van een stenen held is het dwaze uitgangspunt van een roman die verder overigens nauwelijks op geestigheid uit lijkt te zijn. Nelson probeert zijn pijnlijke onzekerheid te stillen door in de mensenmassa beneden hem, figuren te zoeken die op de een of andere manier iets weten van (de beeltenis van) Emma. Hoe divers en soms ook curieus dit gezelschap ook is, Franke orkestreert de kakofonie van stemmen door hun overeenkomst met Nelson of Emma, al is die link niet altijd onmiddellijk duidelijk. Zo tonen sommige figuren verwantschap met Nelson doordat ze net als hij in onzekerheid leven, over hun afkomst bijvoorbeeld (het aantal bastaardkinderen in de roman ligt extreem hoog), om te beginnen Emma's dochter Horatia, die alleen de geruchten kent dat Nelson haar vader is. Nelsons 'rollende onmacht' dient als metafoor die in talloze variaties in de roman terugkeert. Zoals het Franke nauwelijks gaat om de historische heldendaden van Nelson, zo blijft hij ook spaarzaam in de bekende feiten over Emma, je hoeft hier niet te rekenen op een levendig uitgetekend portret van haar. De beeldschone Emma, die in haar tijd geadoreerd werd door onder anderen Goethe vanwege haar perfecte poses van Klassieke Houdingen, is door de tijd niet vergeten door de portretten van de kunstenaar Romney, die haar in haar poses vastlegde. Emma als kunst, dat is wat Franke aan haar interesseert. Tussen de uitersten van waarheid en verbeelding, feiten en interpretatie, slingert De verbeelding heen en weer. Toch maakt de roman soms de indruk van een op drift geraakt schip. Wanneer de band met Nelson of Emma een geforceerde indruk maakt, zakt de belangstelling voor de figuren die de revue passeren. Het verhaal van Manou (de ontdekking dat haar beeltenissen een aftreksel zijn van die van Emma, ervaart ze als een doodsteek, omdat ze zich als kunstwerk vernietigd voelt) en ook andere verhalen in de roman maken als idee indruk, maar meer dan een illustratie bij Frankes thema zijn ze vaak niet. Het labyrint van verhalen, buitenissige verbanden, feiten en verzinsels pakt uit als een grijzige verhaalbrij. Dit komt mede omdat Franke te weinig moeite doet om de talloze figuren kleurverschil te geven - punker en bejaarde zijn bij Franke eenvoudig met elkaar te verwarren. Voordat je iets in ze zou kunnen zien, laat hij ze alweer los, op naar een volgende figuur, een volgende metafoor van groots verlangen en onzeker bestaan. Het merkwaardige is dat terwijl de roman aan de ene kant uit te veel losse eindjes bestaat, Franke andere verhaallijnen juist weer zo uitkauwt dat de verbeelding van de lezer op non-actief komt te staan. De constructie heeft Franke tot in detail onder controle. Hij streeft naar perfectie binnen de schijnbare willekeur en chaos van stemmen die hij laat klinken. Zelfs een zinnetje als 'o mama mama, lieve god' komt in lichte variaties terug, en dient als bindmiddel: Romney riep de woorden toen het definitieve Emma-schilderij voltooid was; het is Caroline Griffins (de schatbewaarster van de Nelson-collectie) ultieme genotskreet; en het is een angstschreeuw. Zelfs al in deze schijnbaar betekenisloze kreet die nu en dan opduikt, liggen de grote thema's van liefde, dood en kunst besloten. Ze verschieten in de roman van betekenis, draaien om elkaar heen, vallen samen, verwisselen van plaats. Franke haalt er in De verbeelding meer, veel meer, bij dan deze trias van kunst, leven en dood. De roman draait ook om identificatie, om verleden en toekomst, echt en onecht, om overspel en bastaardkinderen, om tijd en oneindigheid, om het persoonlijke en algemene, om de suggestie van goddelijke machten, om het sublieme en plagiaat. Hij stelt alles in het onzekere, doordat Manou ook een beetje Emma is en ook de scholiere Kathy wel wat van Emma heeft, en Emma's achterachterkleindochter June zich met haar identificeert; doordat Nelson ook de geschiedenisleraar is op wie Kathy verliefd is, ook Christus is en de vader van kathy's vriendin. De roman is een krankjorum, steeds vervormend, spiegelpaleis. Van meet af aan is duidelijk dat het Franke met dit oneindige spel van spiegelingen ernst is. De vraag wat waar is en wat niet, wat werkelijkheid is en wat kunst, voert hij op als het noodzakelijke gevolg van die lege mouw van Nelson: van de onzekere kern van het bestaan. De spiegelende verhalen zijn een dans boven het gapende gat van de dood. Zo hoog is de inzet van Franke: een vulkanische roman te schrijven die uit de holle diepte tot uitbarsting komt. Dat zijn vuurwerk nauwelijks vonkt, komt omdat Franke er weliswaar indrukwekkend veel bijsleept (hij flirt nadrukkelijk met filosofische, metafysische en psychologische ideeën, tot en met Bataille in het bondgenootschap van seks en dood), maar aan te weinig nauwgezette aandacht besteedt. Enkele verhalen staan voldoende op zichzelf, zoals dat van de stugge, Londense buschauffeur die op een dag een uit de mist opdoemend kind doodrijdt. Het blijkt zijn dochtertje Victoria te zijn. De man trekt zich terug in zijn huis, dat uitziet op de bushalte van zijn buslijn, waar het ongeluk gebeurde. Hij blindeert de ramen, boort een gat in het raam middenvoor, en monteert er een dubbelbol lensje in. Via deze camera obscura maakt hij elke dag een foto in zijn hoofd van 'de plek'. Hij vereeuwigt die plek, eromheen is het pikzwart. Hij staart naar de dood, maar ook naar het leven, omdat hij weet dat zijn dochter dood is, maar de foto's blijven. De 365 foto's worden zijn monument voor zijn dochter. Dit persoonlijke monument is in de roman een van de talloze metamorfosen die de verbeelding van het drama van de dood, het lijden, de liefdevolle verering, ondergaat - zie de link met Nelsons zuil. Een verhaal als dit staat niet alleen in dienst van het grote verband van de roman, de claustrofobische wereld van de man met zijn bizarre fotoproject is ook een universum op zichzelf.

Hosted by www.Geocities.ws

1