Schrijver Frank, Anne

Titel Achterhuis, Het

Jaar van uitgave 1947

Bron NRC Handelsblad

Publicatiedatum 08-09-1947

Recensent Anna Blaman

Recensietitel Oorlogsdocument en Document humain

Men had vrij snel genoeg van oorlogsliteratuur en dat is gemakkelijk te verklaren. Men wist immers uit eigen aanschouwing en eigen ervaring hoe het geweest was. Er was slechts even de behoefte om de boeken die erover verschenen te confronteren met de herinnering, maar weldra was het verlangen om in de literatuur een andere wereld aan te treffen dan die welke onze hel geweest was groter, en daarmee was tegelijk de belangstelling voor het oorlogsboek aamnerkelijk verflauwd. Een factor die daartoe eveneens leidde was het vaak lage litteraire peil van de schifturen in kwestie. Er waren weinig "schrijvers " onder degenen die zich tot het optekenen of het uitschrijven van hun oorlogservaringen gedreven voelden. Maar zodra zo'n oorlogsdocument tevens een "document humain " blijkt te zijn, voert het ons ook thans nog weer volledig terug tot een verleden dat wij zo snel mogelijk te boven zouden willen komen, niet door het te vergeten, maar door het eindelijk te logenstraffen in het streven naar verhoudingen die analoge mensonterende ervaringen zouden kunnen uitsluiten -

Hiermee is tevens een der belangrijkste criteria gesteld ten opzichte van het feit of een dergelijk boek blijvend lezenswaard is; dat is dus zeker het geval met het z.g. document humain. Het lezen van twee oorlogsdagboeken, bij uitstek vergelijkbaar op dit criterium, leidde tot deze gedachten. Het eerste dagboek, Le Ghetto de Varsovie (Ed Albin Ifichel, Parijs, 1947) is van Mary Berg, een Joods meisje dat, als Amerikaanse onderdane in een betrekkelijk bevoorrechte positie, ooggetuige was van het lijden en strijden der Joden in Waschau onder de Naziterreur. Haar dagboek dat ze op zestienjarige leeftijd begon loopt van October 1939 tot Maart 1944. Ze schreef het in het Pools en wist het mee te smokkelen toen ze met haar familie naar het interneringskamp te Vatel in Frankrijk werd gevoerd om eindelijk naar Amerika te mogen uitwijken. Thans bestaat er zowel een Engelse als deze Franse vertaling van. Mary Berg geeft door de gebeurtenissen op de voet te volgen een duidefijk overzicht van de geraffineerde methode volgens welke de Nazi's te werken zijn gedaan om de Joden te intimideren, hen moreel en geestelijk te verstikken, hen te martelen en ten slotte om het leven te brengen, een overzicht dat aan gruwelijke duidelijkheid wint daar het de gebeurtenissen volgde in een Ghetto waarvan de slachtoffers zelf de ommuring hadden moeten optrekken, zodat het een welomsloten operatieterrein van het Nazi-sadisme werd. Maar we lezen niet enkel hoe de Joden leden in dit Ghetto, dat op 100.000 zielen berekend was en er ten laatste 600.000 bevatte, maar ook hoe ze streden, eerste in heldhaftig lijdelijk verzet en ten slotte in een heldhaftige openlijke eindstrijd van 42 dagen lang, die uitliep op hun algehele vernietiging; de enige steun die ze van buiten af in die strijd ontvingen kwam van kleine links georiënteerde verzetsgroepen, die wat pistolen en handgranaten binnen wisten te smokkelen. Het lijdelijk verzet hield ook in, dat daar die grote Joodse gemeenschap tegenover de Nazibarbaarsheid het handhaven van cultuurwaarden plaatste. Men gaf heimelijk onderwijs, organiseerde werk- en studiecursussen, toneel- en muziekuitvoeringen; en de jonge mensen sloten er diepe vriendschappen en kregen er elkaar lief en koesterden er tegen beter weten in toekomstidealen. Dat alles leest men bewogen, zoveel te bewogener waar dit Warschausse epos van leed en strijd zo sober te boek gesteld is, die soberheid is tegelijk de journalistieke verdienst van dit geschrift. Hierin is een jong meisje aan het woord, dat even intelligent afstand weet te nemen van hetgeen zij beleeft, als met een warm hart lief en leed met de ten dode gedoemde Ghettogemeenschap te delen. Zij schreef dus met haar dagboek een oorlogsdocument van belang, daar het een van de meest heroïsche momenten van de strijd tegen de Naziterreur heeft vastgelegd. Toch, een document humain schreeft zij daarmee niet. Dat zou het pas geworden zijn als zij niet alleen nauwkeurig en met beheerste ontroering had genoteerd, mar zich persoonlijker tot de gebeurtenissen had verhouden, zo persoonlijk, dat de geschiedenis der feiten haar neerslag had gevonden in de geschiedenis van haar ziel.En dat is het geval in het tweede dagboek, eveneens geschreven door een jong meisje. Het Achterhuis van Anne Frank (Uitg. Contact, A'dam 1947). De dertienjarige Anne Frank schreef haar dagboek van 14 Juni 1942 tot 1 Augustus 1944. Van 6 Juli af was het gezin Frank met nog een andere familie ondergedoken in Amsterdam. Op 4 Augustus 1944 leverde het verraad deze mensen uit. In Maart 1945 overleed Anne in Bergen-Belsen, alleen haar vader keerde terug. Anne's dagboek werd gevonden tussen oude kranten, die achtergelaten waren in het door de Duitsers leeggeroofde onderdak. Het bestaat uit een aantal brieven gericht aan Kitty, een denkbeeldig vriendinnetje, dat alle eenzaamheid en onbegrepenheid van haar gedachten, dromen en verlangens moest opvangen en verstaan. De brieven verrassen door de stijlgevoelige ta~tering en ontroeren door het onstuimig levensbesef , dat ons er uit tegemoet stonnt, door de opmerkelijke gave van psychologische waarneming, de melancholische ernst en de zin voor humor als natuurlijk evenwicht van die ernst. Niets doet ons sterker voelen dan die ongekunstelde brieven van een kind in gevangenschap hoe ten hemel schreiend schandelijk deze jacht van mensen op mensen was. Hier moet een jong mensenleven, dat hongert naar zelfontplooïing en bewegingsvrijheid , verstopt heimelijk, stil, achter blinden muren blijven, dag in dag uit, maand in maand uit, jaren. Nietemin blijkt haar levensdrang zo groot zo warm, dat zelfs die gevangenis een rijke wereld wordt waarbinnen het kind Anne Frank alle spanningen beleeft, die haar zieleleven tot rijper bewustwording brengen. Hier wordt gaaf een puberteit doorstreden, hier wordt de liefde ontdekt, hier bloeit een leven schoon en volkomen, al trachtte de onmensefijkheid het alle lavende bronnen daartoe te onthouden. Wij kunnen van honderden gruwelen horen en dan weten dat onze verontwaardiging daar tegenover nooit toereikend kan zijn. Maar tegenover het dagboek van Anne Frank voelen we niet alleen onze ontoereikende verontwaardiging, maar bovendien eerbied voor de adeldom van deze onschuldige, uit het bestaansrecht gesloten mensenziel, en eerbied voor de stillen heroïek waarmee die mensenziel de schandelijke aanranding op haar bestaansrecht zocht te doorstaan. En dit maakt van die brieven een ontroerend document humain. Mochten we ooit het verleden vergeten, of onze herinnering aan dit bittere verleden gewennen, laten wij dan Anne Franks moreel testament nog eens ter hand nemen; dat schenkt ons dan weer het volledig besef van het feit hoe eenzaam en onbeschermd de adeldom bloeide in een wereld van sadistisch geweld.... totdat wij dit zelfde sadistische geweld niet verhinderen konden het meisje, dat deze adeldom in zich levend hield, te "vernichten ".

 

Hosted by www.Geocities.ws

1