Karel Osstyn
ANNA ENQUIST
Het geheim
De Arbeiderspers
Amsterdam/Antwerpen
204 blz.
Als dichteres schoot Anna Enquist zowat vijf jaar geleden als een raket de
poëticale hemel in. Hoewel de critici verdeeld reageerden, veroverde
Enquist in 1994 als romancière het hart van het grote publiek: van haar
debuutroman,
GENIEËN en kunstenaars zijn moeilijke mensen. Voor biografen is
dat goed nieuws: als achter elke beroemdheid een onopvallende
persoonlijkheid zou schuilgaan, valt er weinig boeiends te vertellen. Romanschrijvers
hebben het daar doorgaans makkelijker mee: die maken van de doodgewoonste
figuur een held.
Stel je nu het dilemma voor waarvoor Anna Enquist zich geplaatst zag,
toen ze voor haar nieuwe roman Het geheim een beroemde pianiste
als uitgangspunt nam. Wanda Wiericke is uiteraard geen bestaande stersoliste,
en toch komt ze zo bekend voor, dat je er voortdurend een naam op wil
plakken. Knap, maar wat moet ik met zo'n levensbeschrijving, vraag je je dan
als lezer af. Is dit nu een roman of een biografie?
Voor Anna Enquist is deze tweede roman een herkansing. Dit soort genreverwarring kon ze
missen als kiespijn. Haar hooggegrepen eersteling Het meesterstuk
voldeed niet aan de gespannen verwachtingen, wat gedeeltelijk kwam door
de ongelukkig gekozen titel.
Die verwees weliswaar naar een schilderij - de kunstwereld speelde in
het boek een belangrijke rol - maar het kwaad was geschied: het boek
kondigde zich met het nodige tromgeroffel aan, om algauw als niet veel meer dan
een doorsnee psychologische familieroman te stranden. Jammer, want Anna
Enquist is in het gewone leven psychoanalytica, dus zo'n psychologische roman
was eigenlijk wel haar terrein.
Dat de schrijfster geen lessen uit het verleden trekt, blijkt uit de al
even banale titel van haar nieuwe boek. De weg die Enquist heeft gekozen, is die van de minste weerstand: ze
heeft een levensbeschrijving uitgestippeld, er wat verhaal in aangebracht,
een psychologisch profiel in elkaar geknutseld en vervolgens als alwetend
auteur de belangrijkste informatie tot het einde achtergehouden. Nergens had
ik de indruk dat er iets verrassends gebeurde. Dat ik, zeg maar, een roman
aan het lezen was.
HET geheim is opgebouwd als een lange reeks flashbacks,
die aan een mager skeletverhaal en een voorspelbare ontknoping opgehangen
zijn. Ik kan me voorstellen dat Anna Enquist op een groot publiek mikt, dat
ongetwijfeld onder de indruk zal zijn van de manier waarop ze de muziekwereld
doorlicht.
Het doet immers allemaal zo klassiek en geruststellend aan: het verhaal
van een wonderkind dat succes kent, maar geen geluk. Niemand benijdt haar,
ook de lezer niet, want identificatie blijft uit. Het is wel moedig en
herkenbaar wat Wanda Wiericke doet, en de innerlijke tragiek van het personage
is sterk, maar je voelt je er nooit bij betrokken.
Anna Enquist heeft ongetwijfeld met opzet zoveel veilige afstand
ingebouwd. Noem het de observatieafstand, nodig om Wanda's psychologische profiel
zo objectief mogelijk samen te stellen.
Dat profiel ziet er, samengevat, als volgt uit: de betrokkene is de
dochter van een advocaat en een zangeres en heeft van jongs af aanleg voor het
klavier. Dat is niet meteen naar de zin van haar vader, die liever zou
hebben dat ze een degelijke opleiding genoot. Bovendien kiest de vader duidelijk
partij voor zijn tweede kind, een zoontje dat als mongooltje werd geboren.
Conclusie: door die liefdeloze vader zal het meisje later zelf moeilijk
kunnen liefhebben.
Een ander belangrijk element voor de toekomst van het kind is de oorlog.
Wanda ziet hoe haar geliefde joodse pianoleraar wordt weggevoerd en maakt
de hongerwinter mee, maar vindt in de muziek kracht om door te zetten. In
feite wordt haar persoonlijkheid door die ervaringen ontzettend gesterkt. Op
school scoort ze puur op wilskracht de beste resultaten, maar zodra het op
kiezen aankomt tussen de universiteit en de muziek zet ze haar wil door.
Tot zover het portret van een begaafde, maar emotioneel ontwrichte jonge
vrouw met een groot
plichtsbesef. Ze voelt zich heus wel betrokken bij de anderen, alleen leggen die zo'n
beslag op haar. Dus zoekt ze haar toevlucht in de muziek. Muziek is altijd
haar enige passie geweest, en het is een veeleisende minnaar waar ze graag
alles voor opgeeft.
ANNA ENQUIST geeft een meticuleuze beschrijving van Wanda's
piano-opleiding. Net niet te technisch, maar wel zo gedetailleerd dat je het bijna
het ware ,,geheim'' van het boek zou kunnen noemen.
Ik kan me voorstellen dat pianoliefhebbers de bewuste passages
fantastisch zullen vinden, maar jammer genoeg sprankelt ook deze informatie nergens.
Uit het hele relaas kun je niet opmaken wat Wanda werkelijk voelt tijdens
het musiceren.
Op een bepaald moment waarschuwt Wanda's tweede pianoleraar haar voor te
emotioneel musiceren. ,,Alles wat je voelt moet je vertalen in techniek.
Als je speelt moet dat tweetalig zijn. Wie alleen in de technische taal kan
spelen is misschien virtuoos, maar saai. Wie alleen de gevoelstaal spreekt
is expressief, maar onbeheerst. Het geheim is de tweetaligheid.''
Het lijkt wel of Anna Enquist hier haar eigen probleem definieert. Ze
werkt aan een compositie, die van welke kant je ze ook bekijkt, kil en
berekend overkomt. Het duidelijkst is dat wanneer het omstandige levensverhaal
wisselt met fragmenten uit het heden.
Wanda is net geen zestig wanneer Het geheim begint, en ze
heeft zich na een grootse internationale carrière teruggetrokken in een
kuuroord in de Franse Pyreneeën - noodgedwongen, omdat ze reuma had gekregen in
haar handen en de zwavelbaden weldoend zijn voor haar spieren. Het lijkt
wel of ze op die manier wordt gestraft voor een leven dat te veel in het
teken stond van zichzelf en de muziek. Toch heeft ze onlangs nog een vleugel
laten bezorgen: het instrument staat werkeloos te wachten op de stemmer, als
meedogenloze herinnering aan haar falen.
Als schakel met het verleden voert Enquist Bouw Kraggenburg ten tonele,
Wanda's voormalige echtgenoot. Toen die haar vroeg haar carrière op te geven
voor haar gezin, heeft ze hem verlaten. Enquist ensceneert een hereniging
tussen Wanda en Bouw, die op weg naar een artsencongres in San Sebastian
niet tegen een omwegje opziet.
Tot een ontmoeting komt het net niet, omdat Bouw terugschrikt van de
pianogeluiden die uit het huis komen. Hij meent zijn rivaal van vroeger te
horen, maar weet niet dat het toevallig de eerste klanken zijn die Wanda in
lang aan een klavier ontlokt.
Die passage komt erg geënsceneerd over. Kraggenburgs autoreis die het
boek te pas en te onpas onderbreekt, zijn als het ware uit het niets
opduikende motieven om Wanda te bezoeken..., het zijn structurele middeltjes die
Het geheim naar een climax moeten jagen, naar de ontsluiering van
het fameuze ,,geheim'' dat van familiale oorsprong blijkt te zijn. Maar het
resultaat is geforceerd. Wat mij betreft, was het gedurfder geweest het boek toch
met die pijnlijke confrontatie te besluiten.
HET geheim gaat over uniek zijn en over talent, over
eenzaamheid en verlies. Dat zijn nu eenmaal dingen die zich niet laten
stroomlijnen. Dat wéét Wanda Wiericke ook op het einde van het boek.
Anna Enquist schrijft over haar koele ijsprinses: ,,Met helderheid had
zij niet veel op. In de muziek werd helderheid verschrikkelijk overschat. Met
transparante helderheid zette de pianist het thema neer, las je in de
kritieken. Maar wat had je daaraan als dat thema niet afstak tegen een duistere
ondergrond? Helderheid was goedkoop, makkelijk en misleidend. Het verhulde
de geheimzinnige ondoorzichtigheid waarin de kern van alle muziek
schuilging.''
Anna Enquist had dus zelf beter moeten weten. Dat je de onmacht van je
personages niet automatisch benadrukt door zo beheerst te schrijven,
bijvoorbeeld. Dat soort ,,valse eenvoud'' komt bij Wanda muzikaal gezien over als
,,een knieval voor de luisteraar'', en dat gaat ook op voor literatuur.
Het maakt Het geheim stram en reumatisch, en dat terwijl er
zoveel doorleefde momenten in het boek zitten, bijvoorbeeld wanneer Wanda na
een miskraam een Mozartconcert zodanig speelt dat het hele orkest er stil
van wordt. Wanda Wiericke had het allemaal, maar Anna Enquist heeft Wanda's
verbittering en onvoldaanheid niet overtuigend aan de oppervlakte
gebracht.