Jaap Goedegebuure meldt in HP/De Tijd dat er in Het geheim maar één keer sprake is van een echt geheim, een zaak waarover men niet spreken kan: "Aan het eind van haar conservatoriumtijd krijgt Wanda van een docent te horen wat het geheim van goede muziek is: 'Alles wat je voelt, moet je vertalen in techniek. Als je speelt, moet dat tweetalig zijn. Wie alleen in de technische taal kan spelen is misschien virtuoos, maar saai. Wie alleen de gevoelstaal spreekt is expressief, maar onbeheerst. Het geheim is de tweetaligheid.' Een synthese van vorm en emotie, daar gaat het volgens deze mentor om."
Goedegebuure past deze woorden toe op de roman waarin het citaat voorkomt, en zegt: "Lezers krijgen het gemakkelijkst greep op de taal van de emoties. Opvallend is hoe zuinig daar in Het geheim mee wordt omgesprongen, zeker in vergelijking met Enquists gedichten en haar eerste roman. De stijl is sober en compact, de mededelingen beknopt. Soms is de verteltrant van een kinderlijke, al te kinderlijke eenvoud, maar dat heeft er ongetwijfeld mee te maken dat het perspectief meestal bij de jonge Wanda ligt."
Met de "vormentaal" is het anders, zegt Goedegebuure. De complexiteit daarvan "zie je pas wanneer je het boek uithebt en begint met terugbladeren en herlezen. Dan valt op met hoeveel achteloze knapheid Het geheim is gecomponeerd. Het verhaal opent met het binnentakelen van een vleugel die een kleine tweehonderd pagina's verder is gestemd om vervolgens door de eigenares (de oud en invalide geworden Wanda) te worden ingewijd."
Goedegebuure vindt de onthulling van Wanda's persoonlijke geheim niet zo erg, omdat het boek niet de structuur heeft van een whodunnit. Alle Lansu (Het Parool) is het niet met hem eens: Het geheim heeft die onthulling helemaal niet nodig, zegt hij, "het is een verklaring die de roman onnodig verengt, afplat, van geheim berooft."
Lansu heeft nog meer kritiek: "...de belangrijkste reden waarom de roman mij uiteindelijk onbevredigd achterliet, is dat Enquist haar potentieel aan dramatische (conflict-)stof zo zuinig heeft benut. Veel wordt ons verteld, ronduit gezegd, onomwonden benoemd. Zolang dat gebeurt in dat typische Enquist-staccato-ritme [...] heb ik daar geen moeite mee. Maar in haar verbeelding van gevoelens als geluk, eenzaamheid, etc. blijft Enquist te vaak steken in clichés. Ze snijdt hartverscheurende levenskwesties aan, maar de uitwerking blijft te schematisch, te plichtmatig, te vlak om te kunnen ontroeren. [...] Het gaat over geheimen, maar de roman zelf bevat eigenlijk niet zoveel geheimen."