NRC Handelsblad, 22 april 2005
Veilig op de schroothoop
`Tobbe'. Uit het Zweeds vertaald door Bernadette
Custers; Uitgeverij Van Goor (2004); 260 bladzijden;
EUR15,75
Karel
Berkhout
De Zweedse schrijver Mikael Engström won deze week de Zilveren Zoen voor `Tobbe'. ,,Kinderen spelen de spelletjes die volwassenen verdienen.''
In
het boek Tobbe zegt een oude Finse buurtbewoner, Koskela,
tegen twee jongens over het machinepistool aan zijn muur: `Een herinnering die
zo oud is, dat ze binnenkort niet meer waar is.' Kent Mikael
Engström zelf zulke herinneringen? Hij aarzelt lang: ,,Moeilijke vraag. In elk geval hoopt degene die het zegt,
dat dit zo is. Dat hij uiteindelijk niet al die mensen gedood heeft in de
Tweede Wereldoorlog.''
In
een van de vele dialogen in Tobbe twisten de jongens later over de vraag of Koskela een massamoordenaar is geweest of alleen maar een
soldaat. ,,Het doden van 84 mensen maakt iemand in
vredestijd tot massamoordenaar en in de oorlog tot een held. Zo'n
kwestie is typisch iets wat 12-jarigen bezighoudt, en mij ook trouwens'', zegt Engström, die even in Nederland is. ,,Mijn
boek is niet speciaal geschreven voor kinderen, maar door de jonge personages
heb ik de gelegenheid simpele vragen te stellen - vragen die ik al mijn hele
leven stel.''
Tobbe
speelt in een grauwe buitenwijk van een grote stad, waar drie jongens een lange
zomervakantie grotendeels op straat doorbrengen: de denker Tobbe, die vaak in
monologen praat tegen zijn dode moeder, de doener Lars, die moet overleven met
een drinkende vader en de dromer Ola, die ijsstokjes
spaart voor een wedstrijd. Al die tijd worden ze opgejaagd door sterkere
jongens uit een rivaliserende straat, van wie er een bij het voetballen zijn
neus heeft gebroken na een strafschop van Tobbe. De bange Tobbe, de dappere
Lars en de naïeve Ola zijn alleen veilig op de grote
stortplaats, waar ze oorlogje spelen met een oud vliegtuig.
,,Het boek gaat over geweld. Het geweld ontstaat na een ongelukje; Perra-Platto valt met zijn neus tegen de doelpaal en daarna
probeert hij voortdurend om Tobbe in elkaar te slaan. Het geweld gaat door en
door, totdat niemand meer weet wat de aanleiding was'', zegt Engström. ,,Ik woonde zelf in zo'n
buitenwijk van Stockholm. Je hebt van die agressieve jongens die een radar
hebben voor de zwakke plekken van andere kinderen. Ik leefde voortdurend in
angst om in elkaar geslagen te worden. En zij roken die angst.''
Engström (44) is een tengere en verlegen man, die zorgvuldig zijn
woorden zoekt: ,,Ik ben niet zo'n analyticus.'' Als
kind had Engström moeite met taal en pas als
15-jarige las hij zijn eerste boeken, die van Enid Blyton. Hij werd automonteur, werkte nog even bij Saab, ging fotograferen en leerde schrijven bij een
reclamebureau. Zijn eerste boek - verhalen over zijn jeugd - publiceerde hij in
1988. Dogge zoals de oorspronkelijke titel van Tobbe
luidt is zijn laatste boek (2001): ,,Ik heb begrepen
dat het geschikt is voor jongens die niet zoveel lezen.''
Tobbe,
deze week bekroond met een Zilveren Zoen, is een aantrekkelijk boek. De
personages zijn onweerstaanbaar en hun gesprekken zeldzaam grappig - of ze nu
spreken over oorlogen, Zorro-films,
natuurwetenschappen of seksblaadjes - waarvan Ola
denkt dat het een soort stripverhalen zijn. Vooral weetjes over de
relativiteitstheorie en kwantummechanica duiken veelvuldig op, door de
populaire wetenschappelijke tijdschriften die Tobbe verslindt. Engström: ,,Zelf ben ik dol op
populaire wetenschap, al was ik veel ouder dan twaalf toen ik erover begon te
lezen.''
Tobbe
is zo doordesemd van populaire wetenschap, dat je geneigd bent alles in dat
licht te lezen. Zo vinden Tobbe en Lars een vermiste kat, waarvoor een fors
vindersloon is uitgeloofd. Helaas is de kat dood en de jongens ruziën over de
vraag of ze hem toch terug kunnen brengen. Hun opmerkingen doen denken aan de
vermaarde kat van Schrödinger. De fysicus Erwin Schrödinger bespotte de
opvatting uit de kwantummechanica dat een deeltje in twee toestanden tegelijk
kan verkeren. Hij beschreef een onzinnig gedachte-experiment waarin een kat
dood én levend kan zijn. ,,De dode kat is een verhaal
uit mijn jeugd. Dat is echt gebeurd. Lars brengt de dode kat terug naar de
eigenares zonder na te denken. Dat illustreert dat hij een
doener is en helpt je zijn personage begrijpen'', zegt Engström.
,,De dode kat roept ook weer die typische vragen van 12-jarigen op als:
wat is dood? Wanneer houdt een kat op kat te zijn? Is een dode kat nog een kat?
Pas later kwam bij mij het besef dat de kat lijkt op Schrödingers
kat.''
De
jongens twisten langdurig over de vraag of de Zorro-film
anders zou kunnen aflopen als je hem nog een keer zou zien. Dat de slechte
Mexicaan wint, en niet Zorro. Nee, zegt Tobbe. Ja,
zegt Lars. Dat lijkt een twistgesprek tussen Einstein
en Bohr over de vraag of God
wel of niet dobbelt?
,,Dat kan. Maar voor mij heeft het meer te maken met de relativiteit van
tijd. Stel dat een olifant een winkel vol glaswerk vernielt. De tijd kan de
scherven niet lijmen, maar het is door Einstein
denkbaar geworden dat je de tijd terugdraait. En dat de olifant dan niet de
winkel inloopt. Zo zou de Zorro-film anders kunnen
eindigen.''
Ola benadert dat het dichtst. Hij verbrandt zijn hand niet aan de hete
motor, de kogel verwondt zijn hand niet, steeds doordat hij de tijd een seconde
stil zet. Is hij een magiër?
,,Hij is aseksueel, naïef, een beetje Jezus-achtig.
Natuurlijk kan niemand de tijd stilzetten, maar je hebt mensen die de tijd wel
altijd aan hun zijde hebben. Die op een beslissend moment net de seconde
krijgen die hun leven redt.''
Waarom
zit het boek zo vol toespelingen op de natuurwetenschappen?
,,De jongens leven op straat en ze lezen over een ruimteschip dat oneindig
lang in het heelal zweeft - zo zet ik de kleine wereld van hun jeugd tegenover
een grote onbegrijpelijke wereld. Bovendien is voor Tobbe de populaire
wetenschap een manier om de wereld van de grote mensen te begrijpen.''
Net
zoals de naakte vrouwen in de bladen die onbereikbaar zitten opgesloten in de
automaat?
,,Zeker.'' (lacht) ,,Dat is ook een sleutel tot de
grote wereld, maar de verkeerde sleutel. Want natuurlijk geven pornografie en
populaire wetenschap een vertekend beeld van de werkelijkheid.''
U
beschrijft ook zeeduivels, waarbij de mannetjesvissen vergroeien met de
vrouwtjes en verschrompelen tot een paar testikels. Is dat dezelfde manlijke
onmacht als bij de pornoblaadjes die in de automaat zitten?
,,Seksualiteit bij jongens van twaalf is iets ingewikkelds. Een jaar of
twee later zullen ze er echt mee beginnen, maar tot die tijd lopen ze tegen een
soort muur op. Die automaat is zo'n soort muur. Dat
beeld van die vis zou daar mee te maken kunnen hebben. Ik heb het niet zo
bewust toegevoegd. Het gaat mij erom of iets past in de toon van het boek. De
zeeduivel sprak mij aan, omdat hij zo alleen is. Diep onder de zee, daar waar
het altijd donker is. Eenzaam als de jongens in het boek.''
-
Tobbe
is ook doodsbang, zoals voor het alarm op de eerste maandag. Waarom eigenlijk?
,,Zo ben ik opgegroeid in de Koude Oorlog, in een voortdurende angst voor
het alarm. Zweden ligt dicht bij Finland en de Baltische
staten, en dus dicht bij de vroegere Sovjet-Unie. Ik was bang voor de atoombom
die ooit gegooid zou worden. Al die angst zit in Tobbe. Maar Lars is helemaal
nooit bang - bij wijze van contrast.''
Lars
heeft een ander probleem, een vader die ernstig verslaafd is aan alcohol.
,,Zo'n vader had ik ook, dat probleem heb ik aan Lars gegeven.
Maar het boek gaat niet over problemen die worden opgelost. Het gaat over
jongens die leven op straat, mét hun problemen. Maar dat is niet meer dan de
arena voor het verhaal over geweld.''
En ze
ontvluchten dat op de schroothoop, waar een reusachtige hond met drie poten
huist.
,,In
mijn buurt was er zo'n schroothoop, met een
verschrikkelijk grote hond. Maar hij had vier poten, niet drie. En er was een
vliegmachine bovenop een berg met rotzooi. We speelden spelletjes in dat
vliegtuig, maar niet dat we vlogen in de Enola Gay.''
De
jongens spelen wel een heel cru spel, namelijk dat ze de atoombom op Hiroshima gooien. Waarom zo gruwelijk?
,,Ja, onderwijzers in Zweden klaagden erover, als ik scholen bezocht, dat
dit spel niet geschikt was voor kinderen. Maar wij - grote mensen - hébben die
bom gegooid. En kinderen doen volwassenen na. Kinderen spelen de spelletjes die
volwassenen verdienen. De B-29 is trouwens een prachtig vliegtuig.''
En de
wereld was na de atoombom nooit meer wat-ie was,
zoals in het boek staat.
,,Precies.''
Dat
is ook vaak gezegd over de holocaust. Toch heeft u
gekozen voor de bom. Is dat omdat de atoombom is gezien als het gevolg van de
ontwikkelingen in de natuurwetenschappen?
,,Ja, daardoor paste de bom veel beter in het boek dan de holocaust. Ik had
wel een aanknopingspunt voor de holocaust. De jongen die model stond voor Ola was een joods vriendje van mij. Maar dan had ik een
heel ander boek moeten schrijven.''