Schrijver Durlacher, G.L.
Titel Strepen aan de hemel : oorlogsherinneringen
Jaar van uitgave 1985
Bron De Groene Amsterdammer
Publicatiedatum 29-04-1987
Recensent Dunya Breur
Recensietitel Kinderjaren in het Derde Rijk : drenkeling van Gerard Durlacher
'Dawn after the wreck heet het schilderij van Tumer dat voor he omslag is gebruikt. Dageraad na de schipbreuk. De vage, in elkaar overlopende kleuren blauw, groen, geel en rood zijn net zo vriendelijk en voorzichtig als de wijze waarop Durlacher ons over zijn kindeijaren in BadenBaden vertelt.
Het boek begint met het passen van een matrozenpakje in een breiwarenwinkel. Even later, oudejaarsavond 1932, hoort hij het gelui van de klokken die het nieuwe jaar aankondigen. De schrijver was toen vier jaar oud. Als hij later op de achterbank van de auto zit waarin zijn ouders, op zoek naar een veiliger bestaan, naar Nederland rijden, is het 1937 en is hij negen. ('Als honger, dorst of ander ongemak mijn vader nopen halt te houden', schrijft Durlacher, 'begint het zoeken naar een herberg, hotel of café waar JUDEN UNERWÜNSCHT niet op de deuren staat'). En daartussen mag hij mee naar een kerstvoorstelling in de schouwburg, gaat hij stiekem met het dienstmeisje mee naar de protestantse kerk, zit hij 's middags met zijn ouders aan tafel als de radio meldt dat Adolf ffitler rijkskanselier is geworden, gaat zijn kanariepiet dood, ziet hij bij de bakker op de toonbank een vaas roodpapieren vlaggetjes met een hakenkruis (en is hij kwaad dat andere kinderen er wèl een krijgen en hij niet), ziet hij 's nachts vanuit zijn raam een fakkeloptocht van de SA, krijgt hij een doos met chocolade kattetongen uit Holland en gaat zijn hond dood.
Alles wordt ons verteld in voorzichtige, heel zorgvuldige zinnen. De kinderwereld van een kleine joodse jongen, wiens vader een meubelzaak had in Baden-Baden.
Verloren tussen de grote mensen hoort hij hun gesprekken, ziet hij hun tranen, hun boosheid, hun angst, speelt hij in de sneeuw met zijn sleetje en zoekt hij troost bij het dienstmeisje en bij zijn hond.
Als er daarna niets was gebeurd, was het een mooi ontroerend boekje geworden. Literatuur. Een schrijver vertelt over ziin kinderjaren.
Vergrootglas Maar er is wèl wat gebeurd. En met miljoenen mensen. En alle gebeurtenissen die we nu tezamen 'De Tweede Wereldoorlog' noemen, vonden hun oorsprong in Duitsland, dus ook in Baden-Baden. Dat geeft aan dit bescheiden boekje een heel andere betekenis, en het geeft de verhalen een unheimliche beklemming. Gerard Durlacher beperkt zich. Hij vertelt niet meer dan wat hij weet en hij doet dit zo exakt en precies mogelijk. En wat hem als jongetje niet lukte: gehoord te worden (voor mij het meest beklemmende uit het hele boek: hoe hij tijdens een vakantie met zijn ouders aan het Gardameer twee kinderen bijna ziet verdrinken terwijl het hem niet lukt de anderen te waarschuwen, niemand luistert en iedereen blijft doorpraten), dat lukt hem nu wèl.
Dramatische, niet goed te begrijpen gebeurtenissen als de moord op de joden in de Tweede Wereldoorlog zijn niet zomaar uit de lucht komen vallen, maar werden bedacht, georganiseerd, veroorzaakt. Als je er niet zèlf bij bent geweest, maar alleen foto's hebt gezien van dichtgetimmerde, geplunderde winkels van joodse winkeliers, van affiches met anti-joodse leuzen erop, dan blijft het vaak een spookachtig en onwerkeli k toneelstuk, een raar gruwelverhaal uit het nabije verleden, zonder enige verbinding met de werkelijkheid. Maar als zijn moeder en het dienstmeisje Maria hem tussen hen in nemen en angstig over straat lopen naar zijn vaders winkel die net is geplunderd, dan is het werkelijkheid geworden. Het licht is erop gevallen en het vergrootglas is erop gericht, en we zien de omstanders en de jongens in SAuniform met hun revolvers aan hun koppelriem. De angst, de nieuwsgierigheid, de bluf van velen, en de moed van een enkeling die het probeert te doorbreken, een 'blöder Judenfreund'. Het wordt plotseling zó reëel, zó begrijpelijk, datje het herkent en als werkelijkheid kunt zien. Gerards Hollandse joodse tante gaat ten slotte de besmeurde ramen soppen met emmer en dweil, alsof er niets aan de hand is, en bekt de geüniformeerde SA-ers af, die dan met hun figuur geen raad meer weten en afdruipen. 'De kijkers trekken weg alsof het schouwspel hen niet langer boeit', zegt Durlacher.
De scène is maar drie bladzijden lang, maar zó haarfijn beschreven, datje het herkent en begrijpt.
Zodat de jodenvervolging en de erop gevolgde miljoenenvoudige moord minder mistig worden.
Je ziet hoe het één tot het ander kan leiden.
Helderheid en inzicht Een boek kun ie lezen om verschillende redenen. De schrijver intrigeert je, je wordt geboeid door zijn schrijfstijl , of het onderwerp pakt je en je wilt er meer van weten. Voor rffij was het laatste de reden. Het boekje geeft helderheid over een periode waar ik niet bij ben geweest en waarover ik nooit op deze manier iets beschreven had gezien: de dertiger jaren in Duitsland, en wel speciaal wat deze periode voor de Duitse joden betekende. Het wordt meestal overstemd door verhalen over de zoveel gruwelijker periode die erop volgde. En de optiek 'gezien door kinderogen' geeft een ontroerende intimiteit aan de verhalen. Gerard Durlacher leeft zich weer zo in in zijn kindertijd, en kijkt weer zó met zijn kinderogen, datje soms dingen leest die je zelf ook weet, maar eigenlijk vergeten was. Bij de winkel van zijn vader aangekomen, zien zij grote borden met woorden erop, die, aldus Durlacher, 'ik nog niet kan lezen en toch begrijp'. Met een schok las ik het.
Zo'n kleine onlogische mededeling uit een kindermond. Alsje groter bent zeg je die dingen niet meer, wantje kunt ze niet bewijzen. En je leert anders te praten. Datgene watje niet kan bewijzen en niet kan uitleggen verdwijnt naar de achtergrond. Je praat grote-mensen-taal. Dat is het bijzondere van dit boekje: het echte, het wonderlijke authentieke.
Het enige boek waar het me aan deed denken was Kindeijaren van Jona Oberski (uitg. BZZTÓH, Amsterdam 1978), oorlogservaringen verteld door een kleine jongen, die samen met zijn ouders werd gedeporteerd naar het concentratiekamp Bergen-Belsen, en alleen terugkwam. Ook hij vertelt wat hij ziet door kinderogen, gruwelijke gebeurtenissen, maar verteld op een heel poëtische kindermanier.
In Gerard Durlachers eerste boek Strepen aan de hemel (verschenen in 1985) wordt het vervolg verteld. Eenmaal in Nederland maakte hij met zijn ouders het bombardement op Rotterdam mee. Zij verhuisden naar Apeldoorn,maar werden daar op 2 oktober 1942 gearresteerd en in de cellen van het hoofdbureau van politie opgesloten. Vandaar naar Westerbork gedeporteerd en vervolgens naar Theresiënstadt. In mei 1944 verder naar Auschwitz. Efier zag hij zijn vader en moeder voor het laatst. Zij zijn op transport gesteld en werden in Stutthof en Bergen-Belsen vennoord. Gerard Durlacher, zestien jaar oud, is alleen overgebleven.
Maar hij haalt het. IEj wordt bevrijd (door de Russen). Via Praag, Parijs en Brussel komt hij terug naar Nederland waar hij geen familie meer heeft. 'Waar moet ik heen? Wie vraagt mij op?'
schrijft hij over zijn terugkeer in Strepen aan de hemel.
Krisis Maar het oppakken van de draad lukt hem. Hij wilde arts worden, maar als hij eerunaal medicijnen studeert moet hij de studie staken, omdat hij als gevolg van de ondergane mishandelingen een nierbeschadiging heeft opgelopen en dientengevolge niet lang kan staan. Ffij verandert van studie, en het wordt sociologie. Pas in 1979, al vele jaren werkzaam als docent sociologie aan de Universiteit van Amsterdam, beseft hij door de konfrontatie met het lijden van een ander (die een vergelijkbaar verleden heeft), dat het dichtgemetselde verleden van hemzelf niet altijd verstopt en afgesloten zal kunnen blijven, en hij raakt in een persoonlijke krisis. Tot dan toe had hij alleen sociologische publikaties op zijn naam staan (onder andere De laagstbetaalden, Wiardi Beckmanstichting, Arbeiderspers, 1965 en Sociale problemen deel 2, Spectrum, 1978), maar in 1981 begint hij, op verzoek van prof. Brain de Swaan, iets op te schrijven over zijn concentratiekarnptijd.
Door een film, gemaakt in Theresiënstadt, door hem ontdekt en opgevraagd ten behoeve van zijn kollege's sociologie, ziet hij in 1982 zijn eigen verleden weer terug. Het werkt als een maalstroom, waardoor hij wordt meegesleurd.
Aan het einde van zijn boek zegt hij: 'Ik wilde - en wil - het "waarom" en het "hoe" van onze catastrofe weten en daarmee mijn eigen coördinaten leren kennen. Hoe hadden wij geleefd en overleefd, hoe was onze bevrijding, onze thuiskomst? En waarom hield de wereld zich blind en doof tijdens de zwartste uren in de oorlog en daarna? Onderzoek in bibliotheken en archieven liet heel veel vragen open en heel veel antwoorden deden pijn.'
'Strepen aan de hemel' is nu al aan een derde druk, en in Duitsland is een vertaling in voorbereiding (bij uitgeverij Rowohlt), vermoedelijk onder de titel Streifen am lemmel. Durlacher heeft van zijn verleden alleen wat gebarsten brokstukken kunnen terugvinden, alles is na hun arrestatie in Nederland gestolen. Hij heeft alleen nog zijn geheugen. Namen en fotds zijn weg. Door de schipbreuk is alles weggevaagd. Leeft hun vroegere Duitse dienstmeisje Maria nog? Zij kwam uit de buurt van Stuttgart Maar hij weet haar achternaam niet eens. Zij werd door haar ouders gedwongen ontslag te nemen (de Neurenbergse wetten, in september 193 5 in werking getreden, verboden vrouwen beneden de 45 jaar in joodse gezinnen te werken), zij was eerder al bij de Gestapo in Baden-Baden ter verantwoording geroepen, en moest ten slotte het gezin Durlacher verlaten. Zal een Duitse uitgave tot reakties leiden? Zijn kindeijaren hebben korter geduurd dan die van anderen, maar het kind van toen heeft het Derde Rijk overleefd. Verbazing is het gevoel datje dan krijgt, en dankbaarheid dat hij het heeft overleefd - een wrange speling van het toeval, zegt hij zelf - en dat hij ons iets duidelijk wil maken waar je uit jezelf nooit naar had durven vragen.