Theemutsen en woeste meisjes

Terug

Jessica Durlacher en Nausicaa Marbe: de laatste vrouwen van de eeuw
De Arbeiderspers, f 34,90

Een briljant idee. Er zullen best uitgevers zijn die zichzelf voor de kop geslagen hebben dat ze zelf niet op de gedachte kwamen een verzamelbundel op de markt te brengen met fragmenten uit het werk van vrouwen die debuteerden in dit decennium, dat officieel nog moet aflopen maar officieus allang is uitgeluid. Lof voor de Arbeiderspers wat dat betreft, want in verschillende opzichten is het een uitstekend idee geweest om De laatste vrouwen van de eeuw uit te brengen. Verzamelbundels vinden ten eerste gretig aftrek, ten tweede worden verhalen van vrouwen sowieso goed gelezen, maar het alleraardigste aan de hele onderneming is dat zo'n bundeling een mooi beeld geeft van het huidige aanbod, een licht werpt op dat door vrouwen bestierde gebied van het literaire landschap. De samenstellers Jessica Durlacher en Nausicaa Marbe debuteerden zelf tamelijk succesvol in de tweede helft van de jaren negentig. Daarnaast zijn zowel Marbe als Durlacher werkzaam voor het damestijdschrift Elle. Die gemeenschappelijke binding zou er niet toe doen wanneer je op een van de laatste pagina's, om precies te zijn; onder het kopje Over de auteurs, niet de naam van Petra van de Pavert had aangetroffen die blijkens haar cv in deze bundel debuteert met een verhaal waarmee ze de Elle-literatuurwedstrijd won.
Bedenkelijk. Alsof je een introducée zonder geldige legitimatie - want geen boek - naar binnen smokkelt. Maar da's dan ook het enige, want verder hebben de samenstelsters zich ingespannen om grote publiekslievelingen en minder bekende alternatieven te vinden. Zo tref je naast Connie Palmen en Anna Enquist, met fragmenten uit respectievelijk De vriendschap en De kwetsuur - boeken die inmiddels iedereen in tweevoud in de kast heeft staan - ook Rikki Holtmaat, Saskia van der Valk, en Pam Emmerik die in 1997 debuteerde met Soms feest. Ook de nieuwe grote dame bij de Arbeiderspers Pauline Slot ontbreekt niet. Haar debuut Zuiderkruis verscheen dit jaar en is de meest actuele van de bundel. De minst actuele is die van Hermine Landvreugd met een fragment uit Het zilveren theeëi dat in 1993 verscheen. Het is voorstelbaar dat Durlacher en Marbe hun zinnen hadden gezet op haar laatste boek, Kont achteruit. Hoerig (1999), dat compacter en beter is geschreven dan haar debuut, maar Landvreugds uitgever laat niet bloemlezen uit titels die nog geen jaar oud zijn. Helaas. Helaas.
Niet elke schrijfster zal blijven meetellen in het volgende decennium - Lulu Wang en Josien Laurier ontbreken bijvoorbeeld nu al. In de daarop volgende jaren zal het aantal nog verder zijn geslonken, om nog maar te zwijgen over de uiterst geringe kans dat er over honderd jaar nog iets gelezen zal worden van één van deze debutantes.
Maar laten we niet op voorhand somberen. Voor ons ligt een verzameling die inzicht geeft in het huidige aanbod: het betere woeste meisjesproza van Christie Hofmeester en Hermine Landvreugd, het eigenzinnige werk van stijlkoninginnen als Marie Kessels, Pam Emmerik en Manon Uphoff, de ijle, etherische stemmen van Maria Barnas en Désanne van Brederode, ja zelfs de theemutsenliteratuur van Anna Enquist en de egogerichte teksten van Connie Palmen zijn in combinatie met het geluid van de andere vrouwen onmisbaar. Of je het mooi vindt of niet doet er niet eens meer toe, het gaat om het totaal.

Daniëlle Serdijn, 24-9-1999

Hosted by www.Geocities.ws

1