Schrijver Durlacher, G.L.

Titel Drenkeling : kinderjaren in het Derde Rijk

Jaar van uitgave 1987

Bron NRC Handelsblad

Publicatiedatum 13-03-1987

Recensent Melchior de Wolff

Recensietitel De gevangenis van de buitenwereld : verhalen van G.L. Durlacher

Op 19 januari 1870 werd in Parijs een zekere Troppmann geguillotineerd. Troppmann was schuldig bevonden aan de moord op een compleet gezin, de familie Kink. Toergenev, die de executie en de voorbereidingen tijdens de voorafgaande nacht had gevolgd, schreef over de terechtstelling een verslag in het Russische tijdschrift De Bode van Europa. Het stuk had niet alleen het karakter van een reportage, het was vooral een aanklacht tegen de doodstraf-

"Daarna rolde er plotseling iets met een dof gierend geluid omlaag -- en smakte neer... Alsof een reusachtig beest zijn keel had geschraapt... Een andere, juistere vergelijking kan ik er niet voor vinden. Alles werd me dof voor de ogen."

Toergenev beschrijft de scene met behulp van een serie bijna ondragelijke clichés -- hij excuseert zich er ogenblikkelijk voor, maar stelt vast dat hij de situatie alleen daarmee op een exacte manier op kan roepen. Het is een opvallende eigenschap van sonuáge beschrijvingen dat ze beter, preciezer, indrukwekkender worden naarmate er minder is geprobeerd om clichés te vermijden. Dit verschijnsel lijkt alleen op te gaan voor de literatuur en dan nog speciaal voor het proza. In poezie krijgt ecn cliché al snel iets genants, iets onadequaats. Het lijkt of clichés alleen bruikbaar zijn in beschrijvingen, min of meer en passant. Zodra de taal meer nadruk krijgt, zelfstandiger word@ wordt het storende element te sterk. In 1985 verscheen Strepen aan de hemel van G.l. Durlacher. Het boek bevatte de nauwkeurige en bijna reportage-achtige ('objectieve' voor zover dat in dit verband bestaanbaar is) oorlogsherinneringen van de auteur. De titel verwees naar dat onderdeel van de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog dat sinds de publicaties van Walter Laqueur (The Terrible Secret) en Martin Gilbert (Auschwitz and the Allies) langzaam begint door te dringen, maar nog totaal niet tot op de bodem is uitgezocht: de bij de Geallieerden aanwezige kennis over de Duitse vernietigingskampen en de afwezigheid van elke poging het functioneren van deze kampen negatief te béinvloeden -- het moment waarop onverschilligheid veranderde in medeplichtigheid en in schuld. Deze week is Durlachers tweede boek uitgegeven, Drenkeling, met als ondertitel: 'Kindeijaren in het Derde Rijk', zeven verhalen en een naschrift. De verhalen moeten een minimum aan fictieve elementen bezitten. Ze bestrijken een aantal jaren in het leven van een jongetje (tussen de vijf en acht jaar oud) in een stad in ZuidDuitsland (Durlacher werd zelf geboren in Baden-Baden, in 1928). Elk verhaal is geconstrueerd rondom een concrete herinnering: de aankoop van een nieuwe broek, de dood van een vogeltje, een Italiaanse vakantie, het Chanoukafeest, het antisemitisme van de andere schoolkinderen, de vlucht uit Duitsland naar Rotterdam. De gebeurtenissen spelen zich af in de historische context: het aan de macht komen van de Nazi's, de moord op Dollfuss, de deportatie naar Dachau van een oom van de hoofdpersoon. Het authentieke van de verhalen zit echter niet in hoofdzaak in deze

details. Het gevoel van echtheid houdt vooral verband met een algehele sfeer van grimn-figheid, van Unheirfflichkeit : een dienstmeisje dat antisemitisch blijkt te zijn, de'norse stekelhoofden van mijn klasgenoten' (het hele boek is in de ik-vorm), het groeiende aantal bruinhemden, de Dimdls en de groene berghoeden, een essentieel soort Duitsland waarin alle clichés realiteit blijken te zijn. Een buitenwereld die door haar ongelooflijkheid aandoet als een abstractie, wordt op die manier in een gevangenisachtig visioen geconcretiseerd. Een voorbeeld van Durlachers stijl:

"In München word ik acht. Mjn vader was daar voor zaken. Wij zijn hem achternagereisd. Vanuit het raam van hotel Metropool zie ik de drukte op het plein voor het station. De trams die ik niet ken uit mijn geboortestad rinkelen en maken vuurwerk met hun beugels. Telkens als ik mijn moeder vraag waarom wij nooit daarmee gaan rijden, maakt zij zich van het antwoord af tot ik begrijp uit flarden tiidens het ontbijt dat openbaar vervoer voor joden griezelig is. De bruinen worden soms heel grof en onbeschoft en zij is bang dat ons iets overkomen zal." Durlacher gebruikt een gehaaste, maar doeltreffende manier van vertellen die op sommige momenten herinnert aan de Berlijnse notities van Annando. Hij noteert geobserveerde waarnemingen -de waarnemingen van een kind gezien door een volwassene -, waarin de opzettelijk onbeholpen formuleringen een dragende functie vervullen. Indrukken worden beschreven door de ene waarneming direct aan de andere te verbinden. Clichés fungeren daarbij als een soort cement, als een methode om snel en accuraat het visioen achter die waarnemingen op te roepen. Los van hun context zijn die clichébeelden gruwelijk:

'boos kijkt n-fijn spiegelbeeld mij aan', 'als een slang bekruipt mij de vrees (... )','op de achterbank

van onze donkerblauwe Adler, mijn vaders smetteloze trots (... )'.

Door de manier waarop ze in het verhaal zijn verwerkt, verlenen ze de situatie een verbijsterende helderheid. Winteijassen zijn mottig en grauw, klasgenoten zijn hongerige wolven in de sneeuw, woorden bli ven in de lucht hangen. Zo, en niet anders, moet het land waarin 'talloos veel Duitsers zich tot barbarij lieten verleiden' eruit hebben gezien. De authenticiteit van Durlachers notities herinnert aan het werk van de fotograaf August Sander, die in 1929 een uitgave met vijfhonderdveertig portretfotds aankondigde die smnen een indruk moesten geven van de Duitse 'Gesellschaftsordnung'. Het plan is pas na Sanders dood uitgevoerd: al in 1934 werd het duidelijk dat het werk onder het Nazi -regime nooit zou verschijnen. Ook die fotds vertonen een aantal cliché -achtige eigenschappen, maar hun essentie is dat het daar niet om gaat. Ze verwijzen naar het soort onontkoombaarheid waarvoor ook Toergenev 'geen andere, geen juistere' vergelijking kon vinden. Daarmee is -- langs een omweg -- ook iets over de kwaliteit van Durlachers proza gezegd.

Hosted by www.Geocities.ws

1