Schrijver Dros, Imme

Titel Reizen van de slimme man, De

 

Jaar van uitgave 1988

Bron Trouw

Publicatiedatuin 21-12-1988

Recensent Gertie Evenhuis

Recensietitel De droom van het leven

Van alle boeken van dit jaar 'acht ik 'De reizen van de slimme man' door Imme Dros een hoogtepunt. Dat is het ook in het oeuvre van deze schrijfster, die zichzelf hiennee naar mijn mening overtreft. Zelfs na'Annetje Lie en het holst van de nacht'. Hoewel, het is misschien niet eens nodig om te vergelijken "Lang geleden toen ik klein was, hielden rnijn ouders van dansen en uitgaan." Zo begint en zo eindigt het boek. En tussen die twee zinnen in wordt een schitterend verhaal verteld, het schittert ook van taal. Eigenlijk spelen er meer verhalen door elkaar heen; in elk geval dat van de jongen Niels, en het klassieke van Odysseus, de 'slimme man'.

De ouders van Niels woonden aanvankelijk met hem op een bovenhuis in Amsterdam, met weinig geld en veel schulden, al kon hen dat niets schelen, "NIETS Niels. Geld maakt niet gelukkig." Toen al vond Niels van wel en nu hij ouder is en voor de tweede keer in de tweede van het gymnasium zit, vindt hij het nog en vinden zijn ouders, die nu stinkend steenrijk zijn, het stiekem ook

Ook al zeggen ze dat geld een noodzakelijk kwaad is, dat ze die auto gewoon nodig hebben voor hun werk, dat ze natuurlijk net zo hef naar Zeeland gaan, maar dat het voor de opvoeding van Niels beter is dat het Athene, Rome, Mexico wordt. En zo meer. En dansen doen ze niet meer. Maar waar het om gaat is dat ik die tijd een meneer Frank op Niels paste en -hem verhalen vertelde omdat hij, toen al, moeilijk in slaap kon komen. I£j vertelde over de reizen van de slimme man, en langzamerhand kon het jongetje horen aan zyn stem wat er gebeurde; zijn hart ging bonken als er gevaar dreigde, en gevaar dreigde er elke keer. 'Achter je!' wilde hij dan roepen. En als meneer Frank er niet was, dan belde Niels hem op om de verhalen weer te horen en om er na veel zeuren eindelijk achter te komen hoe deze man zoveel verhalen uit zijn hoofd had kunnen leren.

Onderduiken Zo wordt bijna argeloos de oorlog geïntroduceerd, waarin de jood, die Frank was, moest onderduiken, daarom niets te doen had, en dus van ellende jaar in jaar uit hetzelfde boek dat van Homerus - las en uit zijn hoofd begon te kennen. Als Niels elf jaar is; krijgt hij een pakje met daarin het boek van meneer Frank, die stilletjes is doodgegaan. Uiterst knap wordt duidelijk gemaakt op welk een beslissende manier de 'slimme man' en wat hem overkwam zijn gaan fungeren in het leven van de opgroeiende jongen, die met zijn ouders naar een villa in Wassenaar verhuist en daar, na zijn 'zandbak vol vriendjes'uit Amsterdam, het tuinhuisje tot zijn beschikking krijgt.

Daar leert hij zijn buurmeisje Martje kennen, met haar konijn Argos en met haar moeder - de filmster-in Amerika. Na het gebruikelijke gekissebis en geruzie, want Argos is een hondenaam, 'zo heet de hond van de slimme ... van iemand die ik ken', ontstaat er vriendschap, ook met de opa van Martje, die verder vertelt over de hond Argos. Zo sterk gaat Odysseus voor Niels leven,

dat hij erop staat naar het gymnasium te gaan, al wordt hem dat ook nog zo krachtig door ongeveer iedereen afgeraden. Mooi zijn die scenes, nu juist in deze tijd het omgekeerde zo vaak plaatsvindt en het gymnasium nogal eens in het nieuws is. Ffij wil het boek lezen van de slimme . . . van Odysseus? 'Maar er zijn toch vertalingen? Homerus is te moeilijk, heus. Na twintig jaar weetje van alle Griekse uitzonderingen niets meer. Het is verloren tijd.'Niels zet door, en in de tweede krijgt hij Grieks, maar hij redt het niet en scheldt zichzelf voor stommeling uit. Maar op dat moment vol misère - het hele jaar moet over, alles, lessen, alle thema's, alle zinnen - grijpt hij zijn boek en ziet zichzelf tussen de roeiers die zongen in de rij, over de peilloze bittere zee. Dit is een wel zeer poëtisch hoofdstuk.

Maar als het schip zich niet laat zien gaat het gewone leven door en Niels moet mee op safari; hij leert surfen en hoort van meneer Spruijt, Martjes grootvader, meer en meer over Odysseus, met name de scene waar deze held als wrakhout op een vreemd wild strand geworpen wordt en half gestikt in eigen braaksel, droomt ... Heimwee naar de zee? vraagt Niels. Meneer Spruyt spiekt in zijn vertaling en zegt! 'Niks over heimwee.' Het is het onuitsprekelijk verlangen van een puber dat hier wordt verwoord, zo gaaf en zo ontroerend -als niet vaak gedaan is.

En dan komt Stella Star uit Hollywood, de mooie moeder van Martje. Is het een wonder dat de jongen reddeloos verliefd wordt? En dat het hem gaat interesseren wie die Helena in dat verhaal waar toch niet echt veel vrouwen in voorkomen, geweest is en hoe ze er uit zag? En die prins, die was weliswaar jong, maar toch zeker niet veertien! Hier volgen fragmenten die doen denken aan de fantasieën van Kees de Jongen, fantasieën waarin Niels met Stelia filmt en precies geschikt is voor de rol van prins, waarin hij haar aandacht wint bij het surfen, in gevecht met de elementen; in werkelijkheid verongelukt hij bijna en krijgt op zijn kop: 'Je was bijna dood geweest'. Surfen hoeft even niet meer. Maar Stella Star, o, gaat het ooit weer over? Niet vaak heb ik een zo knap uitgewerkt verhaal gelezen waarbij het vertelde niet een'raamvertelling'is, gebruikt om een ander gegeven - in dit geval Odysseus - duidelijk of aannemelijk te maken, maar een roman blijft, van begin tot einde, over een schoksgewijs en toch ook weer geleidelijk volwassen worden. Alle figuren in de omgeving van Niels hebben hun functie; zijn ouders zijn rijk en houden veel van hem, dat is voor de verandering ook wel eens prettig, want Dickens mag nu boeiend zijn, meent Niels, maar vaak loopt het niet erg goed met zijn jonge helden af.

'Ze' zeggen dat Niels stellig schrijver word@ dat hij 'op die lieve schattige Pauletje is, de trut, dat hij 'hiero' is, dat hij vroeger een zelfbedachte hond had, ha ha, - maar Troje blijft terugkomen, de schepen en de zee, de oorlog van meneer Frank, Helena die hoog op de muren loopt - en Niels schrijft na eindeloos knoeien en verscheuren zijn eerste zin: . . . 'Lang geleden toen ik klein was, hielden niijn ouders van dansen en uitgaan . . .'Een boek dat ik de liefste in mijn leven met Kerst zou willen geven.

 

Hosted by www.Geocities.ws

1