Schrijver Dragt, Tonke
Titel Torenhoog en mijlenbreed
Jaar van uitgave
1969Bron Elsevier
Publicatiedatum 01-11-1969
Recensent
Recensietitel Op Venus bestaan geen baas-mensen
Tonke Dragt heeft een enthousiast lezerspubliek onder de jeugd van twaalf jaar af, en onder volwassenen, want de door haar zelf geïllustreerde uitgaven zoals "De brief voor de koning" zijn unieke gezinsboeken. Maar nu is er het toekomstverhaal "Torenhoog en mijlen breed", over de planeet Venus. Voor welke leeftijd heeft zij het geschreven?
"Ik weet het echt niet", antwoordt zij. "Ik heb geen concessies gedaan. Het moest eenvoudig zo zijn. Wel heb ik er lang aan gewerkt. Eerst was het een kort verhaal voor een schoolboek. Toen kwam het verzoek er een hoorspel van te maken. Veel dialogen dus, vogelgeluiden, elektronische muziek.. Daarna begon ik aan het boek. Maar dit wierp zoveel vragen en problemen op. Ook kwamen er steeds meer mensen bij. Die schilder Jock Martijn bijvoorbeeld leefde allang in mij. Hij had precies dezelfde problemen. Ik begon met een massa tekeningen en aquarellen te maken. De omslagtekening is ook een aquarel, die heb ik in lijn getekend. Typisch effect krijg je dan. En de beklemming in de tekst is vaak voortgekomen uit die tekeningen."
Hoe kon je al die technische bijzonderheden zo helder uiteenzetten? 'Natuurlijk alle maannieuws gevolgd. En oneindig veel erover gelezen. Maar de organisatie in de Koepel is eigenlijk een parodie op onze maatschappij. Alles is geleid, niemand heeft iets te vertellen. De mooie psychologe, Petra (die met computers werkt!) is de noodzakelijke afleiding voor al die mannen. En de hele aarde is in de koepel. In de herinneringskamer ben je op aarde. Anders houd je het niet uit. Toch was voor mij die techniek alleen middel hoofdzaak is de mens. Hoe reageert die. Het boek zal wel heel verschillend gelezen worden: het avontuur op Venus en de romantiek lokt velen, maar de diepere zin betrekt de lezer er helemaal bij. Al lezend creëert hij zelf een nieuwe wereld."
Maar je hoofdpersoon, Edu, moet terug naar de oude wereld. "Ja, dat is juist de enorme opgave! Als hij voor het eerst, zonder ruimtepak, naakt in het woud ligt en constateert: ik ben niet dood!, begint een heel nieuw leven. En toch moet hij terug naar de Koepel, naar de aarde en zijn medemensen. Want hij is geen Afroï en wil dat ook niet zijn." De inhoud van het boek gaat over een jonge planeetonderzoeker die behalve op de maan en Mars, ook op Venus heeft gewerkt. De gevaarlijke planeet, waar een gemeenschap van onderzoekers, technici, psychologen, artsen en ettefijke robots, zich nauwelijks buiten de vernuftig -gebouwde Koepel durft te begeven. Steeds weer cirkelen de onderzoekers in kleine vliegtuigen boven het wonderbaarlijke landschap om alle details te fotograferen. Héél hoog boven de wouden. Want deze zijn "als vuur zo heet, torenhoog en mijlen breed." De jonge Edu is een rasonderzoeker. ffij negeert alle strenge verboden, daalt midden in de wouden en ontmoet vreemde intelligente wezens, de Afro;ini. Zij kunnen gedachten
lezen en zo bepaalde daden van de ander voorkomen. Zij kennen niet onze behoefte aan macht en de angst voor het onbekende. Het wordt een adembenemend avontuur, waarin de jongen de diepste eenzaamheid leert kennen (zoals de mens die, voor hij sterft, eindelijk waarachtig alleen kan zijn) maar ook een nooit beleefde rust en harmonie. En een schoonheid, anders, heviger en veelkleuriger dan de aarde biedt. De terugkeer naar de Koepel daarentegen, de langdurige isolatie en de slopende verhoren worden een ondraaglijke kwelling. Maar op het eind is er een onzegbaar rijke ervaring, die al het andere overheerst: ik heb de aarde verlaten om nieuw werelden te ontdekken. Maar nu ontdek ik een nieuwe wereld in mijzelf -- en in de anderen!