Renate Dorrestein
Een hart van steen
door Johan Diepstraten
Het moest er natuurlijk een keer van komen. Als uitgangspunt voor haar roman Een hart van steen koos Renate Dorrestein de drama's die zo lang de media hebben beheerst: ouders die hun kinderen ombrengen. Het is, naar menselijk begrip, te ingrijpend om van zulke gebeurtenissen ook maar iets te kunnen invoelen, maar Renate Dorrestein is erin geslaagd een aangrijpende roman te maken.

Hoofdpersoon is de 37-jarige Ellen van Bemmel die terugkijkt op haar verleden dat 'in de ogen van anderen altijd alleen maar bestaat uit die ene, allesoverheersende tragedie die zich hier heeft afgespeeld. Uit die ene dag dat het leven als een bom in ons gezin ontplofte.' Vijfentwintig jaar nadat zij zich als twaalfjarige met haar broertje Carlos verstopte in de kelder, keert zij terug naar de plek. Zij heeft het ouderlijk huis gekocht, een villa in de buurt van Haarlem.

Haar huwelijk met Thijs Kamerling is voorbij, maar ze is wel in verwachting. Ellen is gedwongen om het bed te houden vanwege een dreigende miskraam. Zij bladert door de oude fotoalbums en herinnert zich het ongelooflijke. Aan het einde van de roman ontdekt zij waarom zij op die noodlottige avond ontsnapte aan de dood. In die zin is Een hart van steen een thrillerachtige roman omdat Renate Dorrestein voor een verrassende en aannemelijke ontknoping heeft gezorgd.

Wat in haar vorige roman Verborgen gebreken en het boekenweekgeschenk Want dit is uw lichaam maar niet wilde lukken, is de grote kracht van Een hart van steen. De personages zijn levensecht. De vader en de moeder, maar vooral Ellen van Bemmel zijn getekend volgens de beste principes van de psychologische roman. De voorgeschiedenis en het drama van de 6de april 1973 zijn op enkele duivelse gruwelscenes na verhoudingsgewijs ingetogen beschreven. De nadruk ligt op de consequenties ervan voor de hoofdpersoon.

Het is op het eerste oog een doorsnee gezin waarin Ellen opgroeit. Vader Frits van Bemmel leidt samen met zijn echtgenote Margje een knipselbureau als concurrent van Matla en Vaz Diaz. Niets ongewoon is er aan de kinderen Kester (Kes), Sybille (Billie), Ellen en Michiel (Carlos). De komst van het vijfde kind, Ida, zorgt voor de totale ommekeer. De moeder raakt van slag.

Renate Dorrestein laat doorschemeren dat er sprake is van m��r dan een postnatale depressie. Op de regenachtige dag van de doop van Ida rent de moeder de kerk uit met de baby op haar arm. De taxichauffeur moet halverwege stoppen en doorweekt komen moeder en dochter uiteindelijk thuis. Dan blijkt dat Margje aan achtervolgingswaanzin leidt. 'Ze zal Ida moeten verstoppen. Mama weet een veilig plekje voor je. In het hangmappensysteem, onder de M van Manhattan, zal niemand je zoeken. We doen de lade dicht en niemand die ooit te weten komt dat jij daar ligt, meisje met je mooie ogen.'

Dit is nog maar het begin van wat Renate Dorrestein voorschotelt. Dat het op een catastrofe uitloopt, blijkt al vrij snel. Omdat de lezer m��r weet dan de romanpersonages zijn de ontwikkelingen des te schrijnender. De reactie van de lerares Grieks komt extra hard aan nadat Ellen van Bemmel haar in vertrouwen vertelt dat er thuis merkwaardige dingen gebeuren: 'Weet je wat ik denk, Ellen? Dat alles vanzelf weer in orde komt. Heus.' Wie de hele dag tot over de oren in de Griekse tragedies zit 'waarin complete koningshuizen elkaar vermoordden zonder een traan te laten', vindt bepaalde dingen gewoner dan andere mensen, bedenkt Ellen en gaat over tot de orde van de dag. De blauwe plekken bij de baby worden afgedaan als een mogelijke vorm van leukemie.

Dat is de broeierige, onderhuidse spanning die Renate Dorrestein tot aan het einde weet te treffen. Niemand ziet wat er werkelijk in het gezin aan de hand is. Ook de rustige vader Frits niet die na een merkwaardige verkrachtingspoging uit schaamtegevoel zijn vrouw nauwelijks meer aankijkt.

Geen wonder dat Ellen al vijfentwintig jaar juist haar vader verwijt wat hij samen met Margje de kinderen Kester, Billie, Carlos en zichzelf hebben aangedaan. 'Wij zullen ervoor zorgen dat zij niet lijden', luidde het afscheidsbriefje. Dat de hormonen van de moeder in de war waren, is tot daar aan toe, maar dat de vader in koelen bloede zo gehandeld heeft, kan Ellen nog steeds maar niet accepteren. 'Ik hoop dat je rot in de hel.'

Ellen heeft niet alleen haar famlie verloren, ook haar broertje Carlos dat zij redde door hem uit de keuken naar de donkerste hoek van de kelder te slepen, is zij kwijt. E�n keer bezoekt ze hem in het pleeggezin, maar sindsdien is er geen contact meer. Ze zou hem na al die jaren niet eens meer herkennen. Hij is Michiel Kamphuis geworden, genoemd naar zijn pleegouders, en zal dus niet -later- bijgezet worden in het familiegraf dat de vorm heeft van een hart.

De grafsteen is het symbool voor de gevoelstoestand van Ellen en het eigenlijke thema van de roman. Op de begraafplaats staat 'een ijskoud stenen hart dat alles zou overleven zonder ooit een tel te hoeven kloppen. Het zou er nog zijn als iedereen die eronder lag, allang vergeten was.'

Vergeten kan Ellen niet. Onontkoombaar dringen de familieleden zich aan haar op, in dromen en hallucinaties vol verwijten aan haar. Ellen, als derde kind volgens haar vader 'het cement' van het gezin, voelt zich schuldig. De psychiaters die zij verslijt, constateren dat zij handelt uit zelfvernietigingsdrang door 's nachts de caf�s af te schuimen en zich 'als een vod' in ieder paar armen te storten. Zij is verslaafd 'aan dat ene roekeloze moment, dat ene onbesuisde ogenblik waarop je besluit je over te leveren aan een volslagen onbekende, aan iemand die voor hetzelfde geld een perverseling of een gevaarlijke gek zou kunnen zijn. Op dat moment weet je dat je leeft.' Daar is geen huwelijk tegen bestand.

Naarmate zij langer aan het bed is gekluisterd, komt Ellen van Bemmel tot een inzicht dat al het voorafgaande in een ander licht zet. Een hart van steen is een knappe roman. Geen melodrama, geen vals sentiment, maar de integere literaire verbeelding van een proces dat nauwelijks is te beschrijven.


Hosted by www.Geocities.ws

1