Schrijver Dis, Adriaan van
Titel Zilver, of Het verlies van de onschuld
Jaar van uitgave
1988Bron Trouw
Publicatiedatum 22-12-1988
Recensent T. van Deel
Recensietitel Adriaan van Dis : wil het te mooi maken
"Zilver of Het verlies van de onschuld" heet de roman van Adriaan van Dis. Het is een traditioneel literaire titel, met eerst de naam van de hoofdpersoon en vervolgens de thematische samenvatting van het boek. De onschuld die Zilver ten slotte verliest, een geleidelijk proces waar enige jaren mee gemoeid zijn, is vooral van seksuele aard. FEj is een dromerige jongen, die wordt opgevoed door een Juff-rouw, want zijn ouders zijn gestorven. Zijn ontwakende seksualiteit richt zich aanvankelijk nog op het eigen "ding" en "het witte" dat eruit zou moeten komen en er uiteindelijk ook uitkomt.
Wanneer het zover is staat er het pronte zinnetje: "Zilver is een man".
Maar daarmee zijn de problemen waar Zilver mee worstelt niet uit de wereld. Hij wil weg uit zijn benauwende milieu, onderneemt zelfs een keer een heuse ontvluchtingspoging, maar strandt al bij het station in een groepje vieze zwervers die hem zijn geld afhandig maken.
Ook heeft de jongen moeite met meisjes, zijn seksualiteit heeft nog niet duidelijk voor een richting gekozen. Dat blijkt vooral wanneer hij op een rijkeluiskostschool geplaatst wordt en nog alleen maar jongens om zich heen heeft. Hij krijgt een vriend die hem leert dichten, maar die op een zeker moment ook met hem vrijen wil. Dat weert hij af. Maar die afwijzing wil nog niet zeggen dat bij voor meisjes kiest. Hij is verslaafd aan blaadjes met plaatjes van naakte vrouwen, maar wanneer hij zich bevredigt kijkt hij alleen naar hun hoofden en borsten, nooit naar'de vleesroos bij het pluimpje'. Het komt er op neer dat Zilver tegen het eind van het boek naar een hoer gaat - hij beschouwt hoeren als madonna's - en zijn angsten overwint. Hij lijkt dan gekozen te hebben voor heteroseksualiteit, maar de slotwoorden van de roman, vlak nadat hij, naar ik veronderstel, is klaargekomen, luiden toch enigszins ironisch: "Hij hoort bij de mannen." Het heeft er meer van weg dat Zilver zich een keuze wilde afdwingen en een daad wilde stellen die vooralsnog een einde zou maken aan zijn vrouwenschrik. Blote vrouwen 'Zilver' is naar de inhoud een niet erg opmerkelijke roman. De ontwikkelingsgeschiedenis van de jongen mag zo zijn bijzondere, en nog weinig elders vertelde kanten hebben (zoals de ouderloosheid, het twijfelen tussen de seksen) het gros van de sensaties en belevenissen van de jongen behoort tot het reeds talloze malen beschrevene. Gevoelens van eenzaamheid, behoefte aan woeste en verre avonturen, de ontdekking van de masturbatie, het geloer naar blote vrouwen, de perikelen op school, later op kostschool, de onderlinge omgang van dejongens, de stoerdoenerij, de dromerij en het dichten - ik kan niet zeggen dat het stof is die direct een hevige interesse bij nlij opwekt. Het komt er dus helemaal op aan hoe Van Dis dit verhaal vertelt, welk standpunt hij kiest (dat van het 'meemaken' of dat van de 'terugblik'), welke woorden hij gebruikt en hoe zijn zinnen lopen. Kortom, in welke stijl 'Zilver'wordt verteld. Ik zal een voorbeeld geven. Men moet weten dat Zilver zich graag verbeeldt te vliegen. "Zilver vliegt weer door de straten, meisjes, meisjes
overal. En zij lachen en zij zwaaien, hij weet niet bij wie hij dalen zal. Op de fiets naar school kijkt hij naar benen en wangen van meisjes die naar hun werk toegaan. Want misschien is zij wel ouder, kan hij van haar de liefde leren. In de winkelstraat kijkt hij naar meisjes die ramen zemen, want ze mag ook een beetje ordinair zijn. Volkse meisjes durven meer. De zon schijnt op zijn gezicht, kaatst op zijn bel, hij moet bijna huilen van geluk dat komen gaat. Zie je wel, hij voelt weer en hij heeft nog niet eens iemand. Zuiver zal zijn liefde zijn, niet ruw. Strelend. Geen zwerversvloeken maar fluisterwoorden. " Jachtige cadans Wat opvalt is dat Van Dis zich inleeft in de jongen, ook al vertelt hij het verhaal in de derde persoon. De zinnen lopen in cadans, zijn bijna hoorbaar om het mooi geschreven. Geregeld, ook hier bij voorbeeld tussen de eerste twee zinnen, vlecht hij rijmpjes in de tekst. Het is komma-proza. Korte zinnen, waarin veel is samengebald. Type: "De hoofdrol is een vierdeklasser, To@ blonde krullen tot zijn schouders, de strakste broeken, voor niemand bang." Wat is daar tegen, zal men zeggen. Heel eenvoudig, het is bijzonder vermoeiend om aldoor iemand zich zo behaagziek en quasi-poëtisch,'want beknopt, soms rijmend en meestal metrisch, te zien uitdrukken Ik moet eigenlijk zeggen: zich te horen uitdrukken, want de klank en de jachtige cadans zijn hier zo overheersend geworden, dat na enige bladzijden de betekenis geheel op de achtergrond verdwijnt van Dis schrijft wat vroeger woordkunst heette, een Arij Prins-achtig proza, gelikt en koket. Een heel boek vol met zulke zinnen is werkelijk te veel van het goede. Dit is proza dat zichzelf met graagte ten tonele voert. Nog een voorbeeld. Zilver heeft een krantenwijk. "Marieke schampert als zij Zilver aan zijn tas ziet sjorren. Hij glijdt eraf, zijn fiets glipt weg, de kranten vallen. Inktzwarte handen, zijn lijst vol vieze duimen. Hij voelt Mariekes ogen branden. "Zijn voorwiel schiet omhoog, zijn hakken haken in de tassen. Een regendruppel sijpelt langs zijn rug. Bij zijn eerste brievenbus hoort hij een hese stem, het is Marieke, haar tas al drie straten lichter: 'Hé, je kranten worden nat.' Zij trekt zijn riemen vast en verdeelt de krantenlast, links en rechts evenveel. Haren druppen, wangen glanzen, wat is Marieke ffis en mooi." Het is proza, dat zo belegen is als woordkunstig proza maar zijn kan: Marieke schampert. Hakken haken. Iets sijpelt langs de rug. Drie straten lichter. Vast krantenlast. Haren druppen. Wangen glanzen. Als je het kort zegt, lijkt het misschien wel fiis en mooi. Wat kan iemand bewogen hebben om een verhaal over te dragen dat vrijwel uitsluitend uit nogal geaffecteerd versiersel bestaat. 'Dichter wil hij worden' staat ergens van Zilver. Zilver wil van alles, hoe vaak een zin niet met zijn naam begint, en nu wil hij dus ook nog dichter worden. Jeugdboekstijl Waar een andere stijl het verhaal diepgang had kunnen geven, zorgt de gebruikte (die ook vaak aan een jeugdboekstijl in de Tachtiger traditie herinnert en al te nadrukkelijk elegant wil zijn) juist voor een grote oppervlakkigheid. Waarnemingen, buitenkant, jambische zinsbouw, golvingen genoeg, maar waar blijft de rest? "Later als hij achttien jaar is geeft de wet hem vrije hand." Van Dis dringt je een metrum op, en dat gaat in het geval van proza ten koste van de betekenis.
'Zilver of Het verlies van de onschuld'vind ik dan ook een mislukte roman. Er is geen mogelijkheid om je met Zilvers lot te vereenzelvigen of om er anderszins veel belangstelling voor op te brengen, daarvoor belemmert de sti 1 te veel de totstandkoming van een werkelijk interessant verhaal.