Schrijver Dis, Adriaan van

Titel Indische duinen : roman

 

Jaar van uitgave 1994

Bron Trouw

Publicatiedatum 19-11-1994

Recensent Nico Keuning

Recensietitel Wie liegt het best

Persoon of personage? Dat is de vraag. Adriaan van Dis en A. F. Th. van der Heijden schreven allebei een roman over hun overleden vader. Van Dis zei over Indische duinen: "Het is het meest verzonnen boek dat het dichtst bij de waarheid komt". Van der Heijden beweerde daarentegen dat zijn 'requiem' Asbestemming over werkelijke feiten gaat. Wat is feit en wat is fictie? "Hebbes, ik pak je bij je tong. Hoor!"

Een intrigerende behoefte van veel lezers van literatuur is erachter te komen welke gegevens in het boek van de schrijver autobiografisch zijn. Alsof het boek daar echter, beter van wordt. Waarschijnlijk komt deze behoefte voort uit het verlangen van de lezer om het literaire werk met de door hen zelf toegevoegde dosis werkelijkheid meer naar zich toe te halen, om het aldus de status van authenticiteit te verlenen. Voor deze feiten -exegeten zijn onlangs twee boeken van twee gerenommeerde Nederlandse auteurs verschenen, die een haast onuitputtelijke bodem vormen voor graaf- en spitwerk naar de ware gebeurtenissen uit het leven van de schrijver: Indische duinen van Adriaan van Dis en Asbestemniing van A. F. Th. van der Heijden. Beide boeken zijn een problematische liefdesverklaiing aan de overleden vader. Ondanks de haat, géne en zelfs walging is het toch de liefde en het respect voor de vader die winnen. Van een afrekening is volgens beide auteurs nadrukkelijk geen sprake. De vader op een voetstuk, de held in een monumentaal boek. Al was het maar, omdat hij het personage is, de hoofdpersoon, van dit postume eerbetoon.

Persoon of personage? Dat is de vraag. Van Dis zei over zijn boek: "Het is het meest verzonnen boek dat het dichtst bij de waarheid komt". Hiermee wil hij de autobiografische feiten liefst onzichtbaar op de achtergrond plaatsen. Van der Heijden beweert daarentegen dat zijn 'requiem' over werkelijke feiten gaat en dus afwijkt van de fictie zoals beschreven in de cyclus De tandeloze tijd, ook al vormen veel anekdoten uit eigen familiekring de basisgegevens van zijn oeuvre.

 

Asbestemniing is, aldus Van der Heijden, zijn meest 'persoonlijke'boek.

Het eigenaardige is nu, dat deze uitspraken van beide auteurs haaks staan op de inhoud van hun boek. Na lezing van Indische duinen van Van Dis blijkt dat de inhoud toch vooral thuis te brengen is onder de noemer particulier-realisme. Een voor de lezer uiterst herkenbaar en dus authentiek relaas van het leven van de vader als spil van het gezin. Het is het soort realisme dat dichtbij de verhalen uit huis, tuin en keuken staat.

Feiten van de koude grond, die als enige prikkel het voyeurisme voeden. Maar andere lezers worden juist door dergelijke 'platte' feiten afgeschrikt en vragen zich af. Wat heb ik hiermee te maken?

Van Dis raakt in zijn uitspraak de kern van wat, onder veel meer, literatuur is: verzinnen, liegen, vervormen, stderen, componeren. Hierin ligt de werkelijkheid besloten die de essentie van literatuur uitmaakt.

In tegenstelling tot Van Dis, die met zijn uitspraak een spel met de lezer speelt buiten het boek, draait Van der Heijden binnen het boek de lezer een rad voor ogen door te goochelen met de feiten, waardoor ze omgetoverd worden en opnieuw gerangschikt op hun plaats vallen. De schrijver schikt, de lezer beschikt.

Van Dis heeft al eerder bewezen in onder andere het Het beloofde land dat hij als een journalist op zoek gaat naar feiten en deze in zijn verhaal verwerkt. In het geval van zijn reisboeken over Affika leverde dat prachtige, uiterst informatieve en dus leerzame journalistieke literatuur op. Maar in Indische duinen leidt diezelfde speurzin in eigen familiekring te veel tot ontdekkingen, die vooral interessant zijn voor de 'ik' van het boek. De schrijver als privé-detective: "Ik ben op zoek gegaan naar je verleden, pap, veel is anders dan ik dacht. Ik vroeg het de fanfflie, maar ik hoor tegenstrijdige verhalen".

Achterin het boek vermeldt Adriaan van Dis de bronnen, de boeken, die hij heeft geraadpleegd voor het schrijven van zijn roman. Daarmee heeft hij het leven van zijn vader en dat van het gezin historisch onderbouwd. Daar staat echter tegenover dat al die historische feiten van repatrianten vanuit Indië en hun kille ontvangst in Nederland al honderden keren in de Indische letterkunde zijn verwoord en daarmee zijn ze verworden tot clichés, de authenticiteit van het ervaren leed ten spijt.

Pas als Van Dis doet alsof hij met zijn vader rijsttafelt, komt er iets tussen vader en zoon tot leven. Hier neemt de schrijver op Multatuliaanse wijze de pen in handen: "Nee stil, ik ben de rekemneester hier vanavond. Aan deze tafel praat ik ook voor jou. De oorlog dus. Toneel, theater. (... ) Hebbes, ik pak je bij je tong. Hoor! je praat in mij, je ldest nüjn woorden, je stem klinkt luid in de klankkast van mijn geheugen".

Hier ontstijgt Van Dis het particuliere. Uit het 'denkbeeldig tafelen' met zijn vader komt die vader opnieuw tot leven.

En uit het gefingeerde gesprek tussen vader en zoon komt naar voren waarom de vader zo'n groot verteller was: hij loog er in zijn verhalen lustig op los. Bij voorbeeld over de scheepsramp met de Junyo Maru (5620 doden), die de vader op wonderlijke wijze overleefde, vertelde hij dat de haaien zich te goed deden aan de lijken, dat de ene explosie van het schip de andere opvolgde tot de Junyo Maru door het water, dat rood kleurde van bloed, de diepte in gleed.

Van Dis weet uit zijn betrouwbare bronnen dat er helemaal geen sprake is geweest van bloed: "Niks bloed, en dat wist je donders goed: er kwam een lading rode menie uit een van de ruimen vrij ". Maar dank zij de leugens, heeft de zoon altijd gesmuld van de verhalen van de vader die het grootse gebaar in de vertelkunst niet schuwde. "Je veranderde veel in je verhalen, soms was het geen plank waar je op dreef, maar een vlot met ranselriemen bijeengehouden; ook lag je weleens langer in het water of veranderde het weer. (... ) Maar je verhaal was altijd spannend, je wilde dat we erom lachten, al ging griezelen ons beter af". Van Dis had in Indische duinen meer moeten liegen om dichter bij de literaire werkelijkheid te komen en om de moderne lezer het boek te laten voelen.

Tien jaar eerder heeft Van Dis de ervaringen van het kind Nathan Sid aan het papier toevertrouwd. Ook hier vormen de vader Justin 11, de moeder en de drie Indische halfzusjes het gezinsdecor van de hoofdpersoon.

In deze novelle ondergaat Nathan de wereld om hem heen, zonder die te willen verklaren. De spanning tussen de wereld der volwassenen en die van het kind ontstijgt de feiten. De eenzaamheid en weemoed lichten er voelbaar uit op. De feiten zijn gereduceerd tot decorum-, staan in dienst van het verhaal.

Iemand die als geen ander de wereld naar zijn pen schikt is A. F. Th. van der Heijden. Ook deze auteur beschreef in eerdere boeken uit de cyclus De tandeloze tijd - zij het in verkapte vonn over zijn vader. In Asbestemming ontpopt Van der Heijden zich als een heel andere detective dan Van Dis. Van der Heijden is eerder in letterlijke zin wat de Amerikanen noemen een private eye. Zelfs als het feiten betreft, dan nog zien de lezers die feiten door de ogen van de schrijver en de schrijver - en daar is Van der Heijden een meester in - dicht er een betekenis aan toe die feiten tot literatuur omsmeedt. Van der Heijden speelt een spel met de lezer, van wie hij weet dat ze dol zijn op autobiografische feiten. Hij doet alsof in Asbestemn-fing alles waar gebeurd is en dus klopt met de werkelijkheid. Aan het begin van het boek wordt hem een blauw oog geslagen door een lezer die uit Advocaat van de hanen (de afkorting van de titel AVDH vormt de initialen van de schrijver) feiten en fictie niet uit elkaar kan houden. De vriendin van de dader zou in de roman seksueel op onoirbare wyze beschreven zijn.

Dat is natuurlijk een prachtig begin voor een boek dat pretendeert, of beter suggereert, uitsluitend op feiten gebaseerd te zijn.

Dat blauw oog kan de schrijver goed gebruiken, want met dat uiterlijk verschijnt hij enkele dagen later bij het sterfbed van zijn vader. De vader zag er in zijn jonge jaren ook altijd zo toegetakeld uit na zijn wekelijkse drankgelagen. Door valpartijen op de brommer, op weg naar huis, loopt de vader menig blauw oog op en nog vaker stapt bij met een soort bloedmasker op zondag het huis binnen. Op het nachtkastje naast het ziekenhuisbed van de vader staan geen sinaasappels maar kersen. Dat komt heel mooi uit, want de zoon ging altijd met de vader naar het plaatsje Nflerlo waar in de zomer optochten werden gehouden en waar de Kersenkoningin werd gekozen. De kersen blijven heel het boek terugkomen. De schrijver bedankt aan het eind zelfs de gever van die kersen, omdat zij de aanleiding vormden tot het laatste gesprek tussen de vader en de zoon. Tot slot laat Van der Heijden na de crematie van zijn [???] acht: het tijdstip waarop wij, naar later bleek voorgoed, die zondagavond afscheid van mijn vader hadden genomen. 'Wat een laf soort opgedrongen symboliek,' zei ik chagrijnig tegen Nfinchen [de vrouw van de'ik']". Wat een toeval! zal de lezer zeggen.

Het voert te ver om alle toevalligheden en manipulaties van de lezer in Asbestemniing hier te berde te brengen, maar deze voorbeelden illustreren het spel dat Van der Heijden met zijn lezer speelt. Naast dat spel, weet hij wat hij zelf noemt 'futiele anekdotiek' ritueel te verheffen naar een hoger plan.

Dit zou ik het procédé Van der Heijden willen noemen. Bij deze toverkunst maakt hij, net als een echte tovenaar, technisch gebruik van bezwerende herhalingen. Mooie voorbeelden hiervan in het klein staan in het deel Heijdeniana. Een van de fragmenten hierin heet 'De laatste sigaret'. De vader sterft aan longemfyseem, heeft zijn leven lang bronchitis gehad en is altijd blijven roken als een ketter. Pas toen het te laat was is hij met roken gestopt. Kort voor zijn dood eist de vader een pakje sigaretten. Niet om te roken: "Daar, in dat kastje, lag ook iets te sterven, samen met hem; iets wat zijn adem bezield had, en zijn adem nodig had gehad om zelf bezield te raken". Een prachtig poëtisch beeld, dat door de omkering van de betekenis van het pakje sigaretten aan kracht wint. Of het waar is, of erger, welk merk sigaretten het betrof 'doet er niets toe.' Zo eindigt het requiem aan vader 'Piet' met een lofzang op het vernederendste wat de vader in zijn leven heeft gedaan. De vader heeft mannen uit zijn stamkroeg de sleutels van zijn huis aangeboden, waarmee hij hun zijn vrouw aan bood. Van der Heijden past in dergelijke passages hetzelfde procédé toe als in zijn fictie.

Hij schrijft in Asbestemming: "Het bestaan van de huissleutel zullen we niet ontkennen. Wat we moeten doen, is met inspanning van al onze krachten, al ons vernuft, met de inschakeling van ons hele geheugen, aantonen dat het voorval op z'n minst apocrief is". Net zo lang uitbenen, vervolgt hij 'dat het gaat fonkelen van authenticiteit'.

Ooit waagde Van der Heijden zich met literaire toeristen in een bus naar zijn geboorteplaats Geldrop (Van Dis stond in het programma Ziggurat op locatie in zijn Indische duinen). De schrijver las uit eigen werk om de werkelijkheid kleur te geven, maar de lezers "bleven zich hardnekkig vergapen aan zelfs de geringste overeenkomst tussen het voorgelezene en de werkelijkheid, en ik was een roepende in de woestijn van de fictie ".

 

Hosted by www.Geocities.ws

1