Trouw, 21 september 2002

 

Één verkeerd woorden er vallen klappen

 

T. VAN DEEL

Al eerder, in zijn debuut 'Nathan Sid' en natuurlijk in 'Indische duinen', heeft Adriaan van Dis van zijn jeugdjaren, doorgebracht in Bergen, autobiografische fictie gemaakt. In beide gevallen was het familieleven de stof voor de verbeelding en meer in het bijzonder de rol die de vader daarin speelde. Hij keerde, met de moeder en haar drie dochters uit een eerdere verbintenis, na een traumatiserend verblijf in een Japans interneringskamp terug naar Nederland, waar de zoon werd geboren, zijn enige.

In zijn nieuwe roman 'Familieziek' neemt Van Dis diezelfde jeugdjaren weer als onderwerp, maar op een nieuwe en bepaald indruk makende manier. Het is alsof hij door meer afstand tot de gebeurtenissen te houden er juist dichter bij komt en er meer in doordringt. Daar komt nog bij dat de aantrekkelijke compositie van het geheel, namelijk 'in taferelen', in een stuk of zestig korte hoofdstukjes, een kaleidoscopisch beeld geeft dat associatief toch bijzonder samenhangend blijkt te zijn, maar waarin veel niet hoeft te worden uitgeschreven. De roman is gesteld in de tegenwoordige tijd, een lastige vertelwijze die Van Dis volkomen beheerst.

De spelers in dit familiespel worden allemaal flink op afstand geplaatst: de vader heet steeds 'meneer Java' en soms 'Paardman', de halfzusters 'de meisjes' of 'middelzus' of iets dergelijks, de zoon heet 'de jongen', alleen de moeder wordt 'moeder' genoemd, waardoor de verteller laat blijken dat hij haar kind is. Aangezien de vader in deze roman overduidelijk het dominante personage is, heeft Van Dis met 'meneer Java' een nieuwe loot aan de 'meneertjes'-literatuur toegevoegd. De familie in één zin verenigd: ,,Meneer Java staat zwart voor het raam, de meisjes doen net alsof ze lezen, moeder zit met naald en draad onder de schemerlamp, de pyama van de jongen op haar schoot.'

De jaren vijftig, ze verrijzen op allerlei manieren uit dit boek. De vader, werkeloos, volgt de gebeurtenissen in de wereld op de voet en luistert elk uur naar de nieuwsberichten. Als hij de radio uitzet: ,,De lampen van de radio suizen nog na.' Geen draadomroep dus. Als er een schip gestrand is, zijn er acht Zeeuwse paarden in het zeedorp die als reddingswerkers dienst doen. Ze worden verzorgd door meneer Java oftewel Paardman en komen op een zeker moment alle acht in de golven om. De vader beschouwt zijn zoon als zijn pupil en leert hem al vroeg lezen en schrijven. Hoe melodieus de over het algemeen korte zinnetjes elkaar opvolgen:

,,Uren oefenen ze aan tafel. Knie tegen knie. Arm aan arm, hij met zijn Koh-i-noor, meneer Java met zijn vulpen. Voorschrijven, naschrijven. De pupil kopieert de meester. Steeds schuiner met steeds statiger halen. De pupil zuigt het op. Korte woorden. Lange woorden. Woorden waar hij alleen de klank van kent.'

Dit is een harmonische situatie, maar die kan door het minste of geringste verstoord worden en dan vallen er klappen. De vader is het slachtoffer van zijn kampverleden en leeft in de voortdurende verwachting van een Derde Wereldoorlog. Als hij, op afbetaling, een televisietoestel in huis haalt, krijgt hij een stroom oorlogsbeelden te zien, de Russen bij voorbeeld die Boedapest intrekken, en die bewegende beelden versterken zijn obsessie alleen maar. In dat verband staat ook de vondst van een Britse bom in de duinen, die 'gedetoneerd' (dixit meneer Java) moet worden. Als er op Kerstavond haas op tafel verschijnt, rolt er een kogeltje van zijn bord en de vader wil dat kogeltje tot elke prijs terugvinden. Het is het begin van een zeker geen hilarische, veeleer tragische scène, waarin met het tafelkleed de hele maaltijd over de vloer rolt, de vader een zenuwinzinking krijgt, moeder hem wil troosten, maar hij in razernij een stuk haas tegen de muur smijt.

Al in het begin van de roman was de maaltijd afgeschilderd als een potentieel gevaarlijk gebeuren: ,,de jongen weet maar al te goed hoe het aan tafel toe kan gaan: één verkeerd woord, gegiebel, of een servet dat per ongeluk op de grond valt en er knalt een juskom tegen de muur. Zomaar. Door een kleine trilling van meneer Java's hand.'

Het leven van de jongen in dit gezin, waar het gevaar aldoor op de loer ligt, vraagt als het ware om een gedroomd leven, waarin het veilig vertoeven is. Hij schept dan ook voor zichzelf een 'spiegelhuis': ,,gegarandeerd bomvrij. In het spiegelhuis gaat nooit iets fout. Wat breekt, valt er vanzelf weer heel. De verf glanst er als een splinternieuw potlood. Slaag verandert er in streling, striemen in zoenen.' Deze veilige behuizing verschaft hij zich natuurlijk in de geest, door eigen 'kopkracht' zoals de vader het zou noemen.

Het gaat in de loop van deze gefragmenteerd vertelde geschiedenis steeds slechter met de vader, die ten slotte opgenomen moet worden in een gesticht, waar hij na maanden wel weer uitkomt, maar als een oude man, een wrak. Het portret van meneer Java zoals 'Familieziek' (een niet toevallig dubbelzinnige titel) dat geeft, is gedistantieerd en daarom aangrijpend. Het krijgt weinig nadruk, maar op verschillende momenten blijkt dat de zoon zich aan zijn vader spiegelt, zich met hem verwant voelt. Bij boerenfamilie van moederskant gooit hij zelfs na een ruzie over Soekarno zijn glaasje advocaat tegen de grond en verlangt hij naar zijn ouderlijk huis in de duinen: ,,het is hier zo allemachtig plat, God, wat mist hij zijn bergen... meneer Java, zijn Krakatau aan zee.'

In de prachtige afronding die Van Dis aan zijn roman geeft is sprake van 'langzame ogen'. Dat verwijst naar de vader die een keer heeft opgemerkt dat hij in tegenstelling tot de anderen geen snelle, maar langzame ogen heeft, ogen dus die in korte tijd niet veel, maar weinig opnemen. Het voordeel, of het nadeel, het is maar hoe je het bekijkt, is dat langzame ogen het geziene goed opslaan in het geheugen. Die herinnering speelt meneer Java duchtig parten, dat is wel zeker, en ook de zoon hebben ze gestempeld tot iemand die naar de zenuwarts wordt gestuurd. ,,Ook hij heeft langzame ogen en vergeet niets.'

Het is maar goed dat deze langzame ogen ook een schrijver in de dop verraden, want ze zullen voor 'Familieziek' van pas zijn gekomen. Het is Van Dis' beste boek.

 

Hosted by www.Geocities.ws

1