NRC Handelsblad, 1
oktober 2004
Lieneke Dijkzeul vertelt over een voetbaldroom
Monique Snoeijen
|
Wie een kinder-
of jeugdboek vooral waardeert als het `vernieuwend' of `origineel' is, laat
Aan de bal van Lieneke Dijkzeul
ongelezen. De psychologische diepgang van de hoofdpersonen is gering, het
verhaal heeft geen verrassende plotwending en Dijkzeuls
taalgebruik is niet poëtisch, soms zelfs clichématig. En toch - toch boeit
Aan de bal een heel boek lang. Omdat Dijkzeul erin
geslaagd is voor ons de wereld te ontvouwen van een arme Afrikaanse jongen
voor wie een carrière als profvoetballer dé manier is om zichzelf en zijn
familie een betere toekomst te geven. |
|
|
|
Dijkzeul is een beeldend
vertelster. Het is de lezer meteen duidelijk dat er iets op handen is in het
dorp als meneer Baouri, de
man die de jongens in het dorp voetbaltraining geeft, op een dag verschijnt
in een overhemd en een groen/geel gestreepte das `die hij tussen de
elastieken tailleband van zijn donkerblauwe trainingsbroek had gestopt' en
hij met witte verf lijnen op het veld trekt. Een paar dagen later zal een
talentscout het dorp aan doen en begint de voetbalcarrière van Rahmane. Het is een nagenoeg
rimpelloze carrière. Rahmane heeft af en toe wel
een loyaliteitsconflict met een vriend of komt ongewild in een vechtpartij
terecht, maar hij is geen slachtoffer van een mensenhandelaar die voor een
appel en een ei voetballertjes naar hier haalt om ze zonder scrupules weer op het vliegtuig te zetten als ze hun enkel
breken (toch geen onrealistisch scenario). Rahmanes
wereld is hard maar fair en Rahmane zelf is een
sympathieke, stabiele jongen die in tegenstelling tot sommige van zijn
vrienden niet bezwijkt voor de verlokkingen van de stad of de westerse
wereld. Dat mag toch ook wel eens? Bovendien weet Rahmane
de lezer wel te verwonderen. Hoe is het om je geboortedatum te moeten
schatten bij het aanvragen van een paspoort? En hoe voelt het om geen
controle over de bal te hebben omdat je voor het eerst met schoenen aan
voetbalt? Daarmee is Aan de bal nog onthullend genoeg voor elfjarige jongens
die het hun moeder kwalijk nemen dat de natte handdoek van de vorige training
nog in hun sporttas zit. |