Schrijver Cremer, Jan

Titel Ik, Jan Cremer

 

Jaar van uitgave 1964

Bron BP/Haagse Post

Publicatiedatum 14-11-1964

Recensent

Recensietitel Kan dat? Mag dat? : Prof, dr. J.G. Bomhoff: "Ik Jan Cremer waardeloos, maar vooral gevaarlijk "

Terwijl de schrijvers vrolijk, of minder vrolijk, voortschrijven en uitgevers, drukkers, boekbesprekers en boekverkopers hun handen vol hebben om de toenemende leeshonger te stillen, is het florerende literatuurbedrijf in vele huiskamers, bibliotheken, collegezalen en klaslokalen een bron van kwellende vragen: "Mogen ouders Op weg naar het einde in huis laten slingeren?", "Kunnen we de boeken van Wolkers aan minderjarigen uitlenen?", "Wat doe je, als de leerlingen met Ik Jan Cremer komen aandragen?"

Vragen als deze dreven maandag 2 november een gemengd en geladen gezelschap van 120 uitgevers, boekhandelaren, critici, docenten, bibliotheekpersoneel, plus een handjevol lezers en enkele weinig gelezen schrijvers naar het conferentiecentrum Woudschoten bij Zeist, waar zij een etmaal lang zouden deelnemen aan een "Beraad over de vragen rondom de moderne literatuur".

De organiserende "Protestantse stichting tot bevordering van het bibliotheekwezen en de lectuurvoorlichting in Nederland" liet de pers er buiten. Directeur Nuiver: "We hebben het beraad besloten gehouden om de gedachtenwisseling niet te remmen. De opzet was verder heel ruim. Er waren niet alleen mensen van protestantsen huize, maar ook veel katholieken en buitenkerkelijken. " Bewogen stem in de discussie was die van prof. dr. J.G. Bomhoff (60), Leids hoogleraar in de Algemene Literatuurwetenschap en vooral in confessionele kringen een gezaghebbend opiniemaker, door HP bereid gevonden tot een gesprek in zijn studeerkamer.

HP: Professor, vond u dat beraad nodig?

Prof. Bomhoff.- De opzet van dit beraad had mijn volle sympathie. Er bestaan vragen rond bepaalde uitgaven, die op het ogenblik doorgaan voor moderne literatuur. Bibliotheken en leraren zitten er mee in hun maag: kán dat allemaal maar, mág dat allemaal maar. Ik moet wel vooropstellen, dat ik maar een deel van de bijeenkomst kon bijwonen.

BP: U bent nogal van leer getrokken, is het niet?

Bomhoff: Ik heb gezegd wat ik kón zeggen, een beetje provocerend, ja, in de hoop reacties uit te lokken. In de huidige romanliteratuur kun je boeken aanwijzen, die niet in ieders handen mogen komen. Ik wil weten dat ik christen ben en daarom zeg ik: die boeken ondermijnen dingen die mij dierbaar zijn en maken het klimaat in dit, mijn land, voor een christen minder prettig, minder gezond.

BP: Aan welke boeken denkt u nu? Boeken als Ik Jan Cremer?

Bomhoff: Ik vind het nauwelijks nuttig om het boek van de heer Cremer te bespreken, want naar mijn oordeel ligt dit boek buiten de literatuur. Onder serieuze mensen moeten we over zo'n boek niet praten. Het spijt me dat ik het heb gekocht.

BP: Heeft u een idee waarom het zo'n groot publiek bereikt?

Bomhoff: Rondom die boeken heeft een reuze reclame plaats. De tegenwoordige boekenpropaganda is, speciaal in Nederland, uitsluitend geconcentreerd op de ééndagsvliegen. En als de radio en televisie aandacht besteden aan het boek, word je overladen met volstrekt irrelevante details uit het privéleven van de schrijvers. Laten we het hebben over de boeken, die de heren hebben geschreven, en niet over de cafés die ze frequenteren, de vriendinnetjes die ze hebben, en wat voor pet ze dragen.

Griezelig

BP: Dus de critici schieten volgens u te kort.

Bomhoff: De literaire kritiek is in handen van degenen die ook de literaire werken produceren. Daardoor ontstaat een soort vriendjespolitiek, die ik griezelig vind. Er zijn er maar weinig die van hun collega's durven zeggen dat ze prulboeken schrijven. Bovendien bestaat in ons land een ongelukkige scheiding tussen de normen die men aanlegt voor buitenlandse literatuur en voor nationale literatuur. Men gebruikt gewoon twee stel normen. Ik neem nog eenmaal Jan Cremer als voorbeeld, al is het een vervelend thema. Persoonlijk had ik graag gezien dat de kritiek tegen de uitgever had gezegd: man, zo'n boek breng je toch niet, dat is toch beneden het peil van je uitgeverij. Laten we eerlijk zijn: de ongenuanceerde en artistiek gebrekkige manier waarop deze Cremer onbeschaamd zijn instinctmatige impulsen uitspreekt, maakt dit boek zowel esthetisch waardeloos als voorjonge, ongeschoolde lezers gevaarlijk.

BP: Is dat gevaar nou wel zo groot? U spreekt zelf van ééndagsvliegen.

Bomhoff: Akkoord, ééndagsvliegen, maar daaromheen ontstaat een klimaat, een levensstijl. Heel veel jonge mensen die niet beter weten, moeten denken dat als je in de kunst wat wilt bereiken, je Leidseplein -gast moet zijn. In die levensstijl wordt de seksualiteit, los van de liefde, als waarde in zichzelf gepropageerd. Dit gaat rechtstreeks in tegen de christelijke ethiek en, in ruimere zin, tegen het Nederlandse cultuurpatroon. Sommigen zeggen: het is vechten tegen windmolens. Maar je kunt ook tegen jezelf zeggen: ik zal, vanaf het bescheiden plaatsje waar ik sta, alles doen om deze ontwikkeling tegen te gaan. Daarom houd ik mijn publiek voor: beste mensen, hier worden je illusies verkocht, dit is onwaarheid, en een niet ongevaarlijke onwaarheid, die je tot een minderwaardig en ongelukkig mens maakt!

Hosted by www.Geocities.ws

1