Subsidiecommissies
Het maakt niet uit waar de film over zou moeten gaan; als er maar een
film komt. En dan begint een vermakelijke tocht langs allerlei subsidiecommissies,
would-be-scenarioschrijvers door een proleterige producent. Deze beschrijvingen
lijken clichématig te zijn. Misschien is dat ook wel de enige manier
om de Vlaamse culturele situatie weer te geven. Wat in de Nederlandse media
doorsijpelt over die toestand lijkt. Nauwelijks voorstelbaar te zijn.
Als je die toestand beschrijft, hoef je niet eens ver van de werkelijkheid,
af te zitten. België bestaat uit Vlaanderen, Wallonië en Brussel.
Binnen Vlaanderen heb je weer allerlei politieke groeperingen die allemaal
verschillende mensen binnen de kunst protegeren.
Sluw
Elke benoeming binnen de culturele wereld of binnen de mediawereld
is in feite een politieke beslissing. De belangenverstrengeling tussen
al die wereldjes zou je in Italië de maffia noemen. In Vlaanderen
gaat het er op een veel vriendelijkere en sluwere wijze aan toe. Je vriend
van vandaag kan je vijand van morgen zijn. Slechts enkelen proberen een
onafhankelijke koers te varen. De vraag rest waarom Hugo Claus een roman
wilde schrijven over dit gekonkel? Als auteur moet bij ver boven
dit gekuip in de marge staan. Maar blijkbaar heeft ook een groot auteur
af en toe de behoefte om wild van zich af te slaan en de wil om een paar
reputaties te krenken. Waarschijnlijk heeft hij teveel meegemaakt toen
hij een film maakte of een voorstelling regisseerde.
Claus speelt met perspectieven en stijlen; je gaat van het ene personage
naar het andere. De toon varieert van mild ironisch naar sarcastisch.
De opvattingen van de verschillende hoofdpersonen! zijn soms ontluisterend.
Het leukst is het hoofdstuk waarin de producent een synopsis van de film
bekritiseert. Het fragment heeft een hoog Droogstoppelgehalte: 'Uit een
belendende kamer komt een uiterst elegant en sierlijk uitgedost gezelschap
binnen, samen met de heer des huizes Pieter Coecke. Het zijn Romanisten,
de schilders en beeldhouwers die zich helemaal door de Italiaanse Renaissance
laten inspireren. Tot in hun gedragingen en hun etiquette. Zij praten met
elkaar in een uiterst gecultiveerde taal vol klassieke citaten.
Een gecultiveerde taal met citaten! Dat betekent dat negentig
procent van de toeschouwers het niet zal kunnen volgen, want ik zou in
de zaal ook de grootste moeite hebben. Schrijf me drie pagina's van die
taal en dan zal ik mijn oordeel geven.
Maar op het eerste gezicht inspireert het mij niet. Hoeveel van
die duurgeklede Romanisten zijn er nodig? Bedenk dat je meer effect
sorteert met één goedgeklede Romanist dan met zeven half
en half gekostumeerde.
Zij komen duidelijk van een vrolijke, van wijn doordrenkte lunch. Zij
kijken naar de werken op de ezels.
Ezels? Waar komen die vandaan? Zijn het modellen die geschilderd worden?'
Hartstocht
Het verhaal in de roman is voor de rest niet zo goed uitgewerkt.
Het blijft onduidelijk wat een historie uit de oorlog precies te maken
heeft met de Breughelfilm en ook de relaties tussen de hoofdpersonen blijven
noodzakelijkerwijs voor dit soort romans karikaturaal.
Je hebt het boek zo uit. Je leert er ontzettend veel over Vlaanderen.
Je betreurt dat je niet dezelfde gevoelens en dezelfde hartstochtelijke
bewondering voor dit boek kunt opbrengen als bij Het verdriet van België.
Eigenlijk heeft een meester dit soort afrekeningen niet nodig.
Coen Peppelenbos
26 januari 1995
NHL-KRANT *** HOME *** ALFABETISCHE LIJST