Het verdriet van België zonder de hartstocht

Hugo Claus, Belladonna.  De Bezige Bij.

Als er een nieuwe roman uit is van Hugo Claus, dan is dat een gebeurtenis. Deze Vlaamse meester in alle kunsten kan sinds zijn semi-autobiografische Het verdriet van België geen kwaad meer doen bij de critici. En terecht! Komt er een nieuw boek uit van een schrijver die zo'n prestatie heeft verricht, dan ben je geneigd om het nieuwste boek altijd te vergelijken met het beste boek uit het oeuvre van de schrijver. Misschien is dat onterecht.
Belladonna is de laatste roman van Hugo Claus. Als het boek in een genre geplaatst moet worden, dan zit het tussen een sleutelroman en een groteske in. Belladonna gaat over de cultuur in Vlaanderen. De rode draad in het boek is de wording van een speelfilm over Breughel.  Het boek begint op het moment dat een subsidieverzoek wordt afgewezen door een commissie, waardoor er plotseling een behoefte ontstaat om een film te maken.

Subsidiecommissies
Het maakt niet uit waar de film over zou moeten gaan; als er maar een film komt.  En dan begint een vermakelijke tocht langs allerlei subsidiecommissies, would-be-scenarioschrijvers door een proleterige producent. Deze beschrijvingen lijken clichématig te zijn. Misschien is dat ook wel de enige manier om de Vlaamse culturele situatie weer te geven. Wat in de Nederlandse media doorsijpelt over die toestand lijkt. Nauwelijks voorstelbaar te zijn.
Als je die toestand beschrijft, hoef je niet eens ver van de werkelijkheid, af te zitten. België bestaat uit Vlaanderen, Wallonië en Brussel. Binnen Vlaanderen heb je weer allerlei politieke groeperingen die allemaal verschillende mensen binnen de kunst protegeren.

Sluw
Elke benoeming binnen de culturele wereld of binnen de mediawereld is in feite een politieke beslissing. De belangenverstrengeling tussen al die wereldjes zou je in Italië de maffia noemen. In Vlaanderen gaat het er op een veel vriendelijkere en sluwere wijze aan toe. Je vriend van vandaag kan je vijand van morgen zijn. Slechts enkelen proberen een onafhankelijke koers te varen. De vraag rest waarom Hugo Claus een roman wilde schrijven over dit gekonkel?  Als auteur moet bij ver boven dit gekuip in de marge staan. Maar blijkbaar heeft ook een groot auteur af en toe de behoefte om wild van zich af te slaan en de wil om een paar reputaties te krenken. Waarschijnlijk heeft hij teveel meegemaakt toen hij een film maakte of een voorstelling regisseerde.
Claus speelt met perspectieven en stijlen; je gaat van het ene personage naar het andere.  De toon varieert van mild ironisch naar sarcastisch. De opvattingen van de verschillende hoofdpersonen! zijn soms ontluisterend. Het leukst is het hoofdstuk waarin de producent een synopsis van de film bekritiseert. Het fragment heeft een hoog Droogstoppelgehalte: 'Uit een belendende kamer komt een uiterst elegant en sierlijk uitgedost gezelschap binnen, samen met de heer des huizes Pieter Coecke.  Het zijn Romanisten, de schilders en beeldhouwers die zich helemaal door de Italiaanse Renaissance laten inspireren. Tot in hun gedragingen en hun etiquette. Zij praten met elkaar in een uiterst gecultiveerde taal vol klassieke citaten.
Een gecultiveerde taal met citaten!  Dat betekent dat negentig procent van de toeschouwers het niet zal kunnen volgen, want ik zou in de zaal ook de grootste moeite hebben. Schrijf me drie pagina's van die taal en dan zal ik mijn oordeel geven.
Maar op het eerste gezicht inspireert het mij niet.  Hoeveel van die duurgeklede Romanisten zijn er nodig?  Bedenk dat je meer effect sorteert met één goedgeklede Romanist dan met zeven half en half gekostumeerde.
Zij komen duidelijk van een vrolijke, van wijn doordrenkte lunch. Zij kijken naar de werken op de ezels.
Ezels? Waar komen die vandaan? Zijn het modellen die geschilderd worden?'

Hartstocht
Het verhaal in de roman is voor de rest niet zo goed uitgewerkt.  Het blijft onduidelijk wat een historie uit de oorlog precies te maken heeft met de Breughelfilm en ook de relaties tussen de hoofdpersonen blijven noodzakelijkerwijs voor dit soort romans karikaturaal.
Je hebt het boek zo uit.  Je leert er ontzettend veel over Vlaanderen. Je betreurt dat je niet dezelfde gevoelens en dezelfde hartstochtelijke bewondering voor dit boek kunt opbrengen als bij Het verdriet van België. Eigenlijk heeft een meester dit soort afrekeningen niet nodig.

Coen Peppelenbos

26 januari 1995 

NHL-KRANT ***  HOME *** ALFABETISCHE LIJST

Hosted by www.Geocities.ws

1