HUGO CLAUS
De geruchten
Amsterdam: De Bezige Bij
224 blz.
SOCIOLOOG Luc Huyse schreef enkele weken geleden al in een commentaar
op de zaak Dutroux-Nihoul dat de heftige reacties van het publiek getuigen
van een enorm geloof in ,,de maakbare maatschappij'', in de idee dat een
harmonieuze samenleving mogelijk is.
Het is een interessante gedachte. De sluipende vreemdheid die de
realiteit altijd aankleeft, wensen mensen te slechten en daarbij speelt het
kanaliseren van het kwaad blijkbaar een cruciale rol. Een paar gezichten worden
dan het uithangbord van het afzichtelijke. Kijk maar, de maatschappij is
maakbaar, want wij kunnen schuldigen aanwijzen voor de gruwelijke dingen die,
slechts voorlopig, aan onze controle ontsnappen. De wereld hoeft geen
,,onmaakbare'' rest te hebben die ons uiteindelijk door de vingers glipt.
De geruchten is de nieuwe roman van Hugo Claus en volgens
zijn uitgever is die brandend actueel. Zo'n omschrijving is een makkelijke
manier om de aandacht te trekken, maar ze verengt de roman misschien te snel
tot god weet welke onmiddellijke relevantie. De geruchten is
geen roman over kinderporno of over de gebrekkige legitimering van de
almacht van Cassatie.
Deze roman actueel noemen, doet helemaal geen recht aan de kracht waarmee
Claus binnen een vrij gewoon verhaal een archetypische menselijke
problematiek oproept: een eeuwige problematiek van zondebokken en hun verdrijving
uit de maatschappij, van het knechten van de realiteit en van de door
beuzelpraatjes aan de toog toegedekte rest die steeds aan die maakbaarheid
vasthangt.
Vanuit dat Huysiaanse perspectief schaar ik mij dus wel achter de term
,,actueel'' - ,,actueel'' in de slechts schijnbaar daaraan tegengestelde
betekenis dus van ,,tijdloos''. Die betekenis doet trouwens meer recht aan de
kwaliteiten van De geruchten, een roman waarmee Hugo Claus,
schrijver in het voorgeborchte van de Nobelse onsterfelijkheid, zijn status
als grootkanselier der Vlaamse letteren meer dan waarmaakt.
DE stroom van geruchten heeft René Clarijsse als middelpunt, en de
vreemde ziekte die hij als deserteur-huurling van het Afrikaanse binnenland
lijkt te hebben meegebracht. In een tijd dat Spaak minister van Buitenlandse
Zaken is en het cement van de gemeentelijke bouwwerken al door de
schoonbroer van de burgemeester wordt geleverd, keert René naar het West-Vlaamse
Alegem terug.
Zijn ratelende moeder en piekerende vader tasten Renés stilzwijgen af,
proberen het uit te kleden in de hoop op de waarheid over zijn Afrikaanse
avonturen te botsen.
Wanneer René in zijn stilte volhardt, gaan de geruchten woekeren en wordt
de waarheid vervangen door een koor van over elkaar heen buitelende
oordelen en gissingen. Zoals eerwaarde heer pastoor Lamantijn (een lamantijn is
een soort zeekoe) zeer correct stelt: ,,Alles hangt aan alles vast, alleen
weten wij niet goed hoe.'' Het motto van De geruchten zegt met
een citaat van John Donne iets meer over dat hoe: ,,Tis all in
pieces, all coherence gone; All just supply and all relation.''
Hugo Claus toont zich in deze roman een meesterknecht van het gerucht,
van het suggestieve schimmenspel.
In de manier waarop hij de psychologie van zijn personages tekent
bijvoorbeeld. Claus' personages verwerven hun psychologie niet door rechtstreekse,
statische beschrijvingen van een alwetende verteller. De personages
suggereren hun inhoud zelf door de manier waarop ze in het verhaal handelen. Maar
het blijft op die manier bij suggesties, bij waarschijnlijkheden.
Zo wordt elk karakter op zijn beurt zelf een gerucht. De personages
blijven hun vreemdheid behouden.
Eén van de sterke elementen van Claus' nieuwe roman, is dan ook de manier
waarop hij zijn personages via hun gedrag geloofwaardig maakt, maar nooit
fixeert.
HET gerucht in deze roman verwijst echter ook naar de beklemmende
ontastbaarheid van de thematiek, die weliswaar vaag zichtbaar is in de stroom
van gebeurtenissen, maar zich nooit in het volle daglicht openbaart.
Ook de roman is niet uit waarheid, maar uit oordelen opgetrokken. Hij
gaat over het gerucht van de pest, en de pest die zich als een gerucht
verspreidt. Hij gaat ook over het onverwerkte verleden, over het bezweren van
demonen die uit de ondergestopte grote oorlog nog jaren na datum naar boven
komen, als de onvermijdelijke stank van een rottend lijk.
Maar De geruchten is vooral een roman over de twijfel, en
over hoe die twijfel, om met de woorden van de Alegemse meester Arsène te
spreken, aantoont hoe weinig realiteit wij aankunnen.
Het zwijgen wordt de ultieme modus vivendi: ,,Hebben wij geen oorlogen
doorgesparteld, hebben wij geen onnatuurlijke rampen ondergaan? Wel, zijn wij
er niet zonder al te veel blaren op ons gat door geraakt omdat wij ons
koest gehouden hebben en goed opgelet hebben vanwaar de wind waaide.''
De Griekse mythologie maakte de werkelijkheid via oerverhalen
inzichtelijker; de roman De geruchten is daarentegen een anti-mythe, een
travestie van de traditionele doorgrondelijkheid.
De titel is immers ook een knipoog naar de intertekstuele echo's die in
de roman weerklinken - dit is weer een roman waar de Claus-exegeten hun
klauwen in kunnen zetten. De naam van Renés moeder, Alma (de al-ma, de oermoeder),
verwijst bijvoorbeeld naar de voedende moeder, de alma mater, die
meermaals in Claus' werk opduikt.
Voor de fans stippen we terloops nog aan dat ook andere, oude vertrouwde
Claus-thema's in deze roman weer van de partij zijn, zoals: de met de
oermoeder verbonden vegetatie-mythen, de oedipale thematiek, het thema van de
hellevaart, het contrast en de wisselwerking tussen het apollinische en het
dionysische.
CLAUS is evenwel sluw genoeg en zijn schrijverschap veelzijdig genoeg
om met zijn teksten niet één enkel soort lezer te willen behagen.
De geruchten is ook, én vooral, een vlot lezend verhaal dat door een
permanente dreiging naar een ontknoping wordt gedreven. Een verhaal dat een
veelvoud aan gevoelsregisters bespeelt en stilistisch respect afdwingt.
De roman herinnert thematisch aan vele andere romans van Claus, maar dat
levert veeleer gewone herkenningspunten en niet zozeer storende déjà vu's
op.
Door de organische manier van vertellen, het voortdurend wisselende
perspectief en door de samenstelling van het gezin Clarijsse (vader, moeder,
twee kinderen, van wie één zwak begaafd) herinnert Claus' jongste het meest
van al aan De metsiers, zijn prozadebuut uit 1950. Al is
De geruchten niet zo strikt rond wisselende ik-vertellers opgebouwd
en verbindt Claus de verschillende personages ingenieus met elkaar door een
overkoepelend wij-gezichtspunt.
De metsiers is ondertussen een klassieke roman geworden.
Of De geruchten die status ook ten deel valt, zal de
geschiedenis uitmaken, maar de troeven liggen alleszins op tafel.
JEROEN OVERSTIJNS