Boekrecensie
Titel: De tolbrug
Auteur: A. Chambers
Waar feestgevierd wordt, wil je bij zijn
CATHERINE VAN HOUTS
GLOEDVOL, dat wordt Aidan Chambers als hij praat over het Nederlandse kinderboek. Soms moet hij er zo van proestlachen dat hij slechts hortend en stotend verder formuleert. Aidan Chambers (1934) behoort tot Engelands allerbeste schrijvers van romans voor de opgroeiende jeugd. Deze week verscheen bij Querido zijn nieuwste jeugdboek: De tolbrug.
Chambers is echter tevens uitgever in hetzelfde genre. In tegenstelling tot zijn Engelse collega's ziet Chambers er wel degelijk heil in de Engelse kinderboekenmarkt te verrijken met vertalingen van eigentijdse kinder-en jeugdboeken uit het Nederlands.
Gisteren gaf Aidan Chambers op de Buchmesse in Frankfurt een lezing waarin hij zijn liefde beleed voor de jeugdliteratuur van Nederland (en Vlaanderen vanzelfsprekend, want we zijn getweeen een Schwerpunkt). Wat heeft Chambers met het Hollandse kinderboek?
'Onder mijn vrienden en bekenden sta ik bekend als een fan van Nederlandse dingen in het algemeen en Nederlandse kinderboeken in het bijzonder. Amsterdam is mijn favoriete stad. Mijn boeken worden in het Nederlands gepubliceerd.
'Doordat ik Nederland bezocht en bijvoorbeeld kennis maakte met criticus Joke Linders, leerde ik Nederlandse kinderboeken kennen. Maar omdat ik geen Nederlands spreek en lees, moesten anderen mij erover vertellen. Je kijkt naar zo'n boek, houdt van de plaatjes, het verhaal intrigeert je, je houdt van het gevoel, maar je kunt het niet lezen. Toen begon ik het vervelend vinden dat die boeken niet beschikbaar waren voor Engelse kinderen.
'In Nederland bestaat het boekenaanbod uit enkele tientallen procenten vertalingen, in Engeland vertalen ze niet meer dan drie procent en dat wordt alleen maar minder. Dat geldt ook voor het aanbod in boeken voor volwassenen: ik heb er lang over gedaan voordat ik Cees Nooteboom ontdekte.
'Samen met een Australische vriend ben ik dus vier jaar geleden de uitgeverij Turton en Chambers begonnen. Nadrukkelijk om in de Engelse taal het beste van wat ik in andere talen kon vinden, uit te brengen.
'Ik heb toen meteen The Story of Bobble who wanted to be rich (Het verhaal van Bobbel die in een bakfiets woonde en rijk wilde worden) van Joke van Leeuwen uitgegeven. En The dearest Boy in the World (De allerliefste jongen van de wereld). Later ook van Wim Hofman A Good Hiding (Straf) en van Imme Dros The Journey of the Clever Man (Reizen van de slimme man). De afgelopen jaren hebben we zo'n vijftien vertalingen gepubliceerd. Niet alleen uit het Nederlands, ook uit het Zweeds, Duits en Frans.
'Mijn speciale interesse voor het Nederlandse kinderboek heeft te maken met de Nederlandse houding tegenover kinderen. Die houding komt er op neer, dat je Nederlandse kinderen alles kunt vertellen: ze zijn in staat alles te begrijpen, als je maar de juiste manier van vertellen vindt. Er is geen drempel voor onderwerpen, zoals sex. Dat geldt niet voor Engeland, daar is sex een grote obsessie. Nederlandse cultuur is anders. Er is een veel grotere vrijheid en het is belangrijk dat dat ook in Engeland komt.
'Ten tweede: op dit moment is het in het Nederlandse en Vlaamse kinderboek hoogzomer. Alles staat in grote bloei; waar je ook kijkt, overal gebeurt wat. Nergens zijn zoveel prijzen voor kinderboeken als in Nederland, er wordt veel over geschreven in kranten en tijdschriften en er is wetenschappelijke interesse voor. Het heeft veel belangstelling en dat maakt het ook aantrekkelijk: waar feestgevierd wordt, wil je bij zijn.
'En wat helemaal niet opgaat voor boeken in de Engelse taal: in Nederlandse kinderboeken gebeuren serieuze dingen naast zeer amusante, luchthartige dingen. Er is ook een spel tussen plaatje en tekst, zoals bij Joke van Leeuwen en Wim Hofman. Er wordt gespeeld met het onderwerp op tegelijkertijd serieuze en zeer humoristische wijze. Dat is typisch Nederlands; in Engeland worden die dingen volstrekt gescheiden gehouden.
'Er is in Nederland minder scheiding tussen verschillende vormen. Jullie zijn niet geinteresseerd in categorizeren. Integendeel. Dat is een bijzondere Nederlandse kwaliteit: jullie houden van verschillen zo lang ze bij elkaar horen. Nederlanders genieten van verschillen, maar jullie willen iedereen op het feest hebben.
'Dat zie je zelfs in de manier waarop illustratoren kleuren naast elkaar zetten. Een Engelsman zou dat niet durven, zou denken dat het niet werkt, met elkaar botst, lelijk wordt.
'Kijk maar naar Mondriaan, en, wat de kinderboeken betreft, naar Ted van Lieshout. Voor zijn poeziebundel Mijn botjes zijn bekleed met deftig vel heeft hij een paar zeer dramatische illustraties gemaakt in sterke kleuren. En het werkt! De delicate, geheime gevoelens die hij in zijn poezie aan de orde stelt, lijken in contrast met die heftige illustraties, maar toch zijn ze op een of andere manier in harmonie. Aan het eind van het boek schrijft hij over zijn eigen illustraties, is-ie de criticus van zichzelf! Het is een marvelous mix. En dat doet-ie voor kinderen! Een schitterend, verbazingwekkend boek.
'Van Lieshouts onderwerpen zijn erg risky. Hij spreekt over geheime, intieme dingen die mensen in het openbaar niet bekennen. Een Engelse uitgever zou daar erg nerveus van worden: dat soort dingen kun je toch niet tegen kinderen zeggen. In zijn nieuwste boek' (Chambers begint zo te lachen dat hij nauwelijks nog uit zijn woorden kan komen) 'staat een tekening van een trapezewerker (hahaha) die een andere acrobaat vasthoudt. Aan zijn penis (hahahaha)! Die ene acrobaat heeft zijn tanden in de penis van de andere om niet te vallen (hahahaha). Grapjes over pornografie en over het circus: een Engelse uitgever zou het niet durven om dat te publiceren.
'Ik denk dat kinderen dat fantastisch vinden. Het haalt al de vroomheid, de religieuze strengheid uit het leven. Je laat de dingen zijn wat ze zijn, je praat er humoristisch over en toch neem je ze serieus. Het zou kinderen moeten worden toegestaan de natuurlijke dingen van het leven te herkennen, die in the old days taboe waren. De Nederlanders spreken veel openlijker met hun kinderen dan Engelstaligen.
'Paradoxaal genoeg zijn Nederland en Zweden de landen die hun kinderen het meest beschermen. Ze zijn volledig open en tegelijkertijd heel voorzichtig met ze.
'In Engeland zijn de woorden intellectueel en liberaal beledigingen. Opnieuw een cultureel verschil met Nederland, waar een interessante mix is. Er bestaat een interesse in ideeen op een humanistische manier. En niet zoals de Franse intellectuelen die alleen maar met ideeen spelen om het spelen. In Engeland staan ze wantrouwend tegenover ideeen, zijn ze pragmatisch. In Nederland heb je de mix van het spelen met ideeen, maar tegelijkertijd met humanistisch motieven: ze gaan over de realiteit van het leven, over hoe mensen beter kunnen samenleven.
'Dat zie je ook in kinderboeken. Bobbel die in een bakfiets woonde en rijk wilde worden gaat over een idee. Over het idee hoe je kunt leven, anders dan andere mensen, en desondanks toch tot de gemeenschap behoren.'
© Het Parool, 9 oktober 1993