Schrijver Campert, Remco
Titel Leven is vurrukkulluk, Het
Jaar van uitgave 1961
Bron Leeuwarder Courant
Publicatiedatum
26-05-1962Recensent Anne Wadman
Recensietitel Simon en Remco feesten verder: Twee bed-weterige relazen
In mijn vorige kroniek aan het proza van Sirnon Vinkenoog gewijd kon ik het niet verder brengen dan tot een probeersel dat hij in 195 7 onder de titel "Wij helden" ter wereld bracht. Een vreemd bedenksel, een soort dubbelverhaal gespannen om twee zeer onduidelijk blijvende hoofdfiguren, met een slot, waarin het verhaal technisch gezien volkomen in staat, van ontbinding overgaat. Ik beschouwde dit boek eigenlijk als een grotendeels mislukte, maar ook wel weer sympathieke poging om de wat al te potdichte horizon van het autobiografisch egocentrisme uit "Zolang te water" te doorbreken en daarbij is te voldoen aan de aanbeveling van Hugo Claus: om zich in een volgend verhaal te "verbreden", zich te wagen aan een "projectie in verder van je afstaande elementen ". Aldus geschiedde maar het resultaat bleef hoogst twijfelachtig en minstens één criticus vond "Wij helden " het slechtste boek dat hij in jaren had gelezen (óók weer betrekkelijk, uiteraard). Van deze kennelijke dwaling zijns weegs is Vinkenoog thans in zijn derde prozawerk "Hoogseizoen" teruggekeerd. De horizon is weer dichtgegaan, het Ik is weer alomtegenwoordig en alomheersend, en misschien heeft Vinkenoog daarmee niet onverstandig gehandeld. Een klassieke, zogenaamd objectieve roman kan men van hem voorlopig niet verwachten en het getuigt van zeltkennis, dat hij het nu maar weer waagt te roeien met de korte, al te korte riemen die hem ter beschikking staan. In afwachting van iets anders of niet? Daar moet men niet naar vragen. VW"NOOG vertegenwoordigt voor mij duidelijk het geval van de schrijver die geen schrijver is, die alleen maar bezeten is door de drift de dingen op te schrijven die hij om zich heen ziet. Een prater, die zich geroepen voelt zijn praten op te schrijven, te noteren, vast te leggen, in de hoop (of nfisschien juist niet), dat wat er voor de dag komt belangwekkend en belangrijk is. Dat is het ook soms, en soms heel vaak niet. Ffij is voor deze gelegenheid weer eens gaan roeren in het potje van zijn eigen leven en er stijgen heel wat geuren uit omhoog. Zijn bijzonder scherp waarnemingsvermogen in combinatie met zijn enortne papieren praatzucht geeft hem ook nu weer een geschrift in de pen, dat als stuk documentatie (van een tijd, een levenssfeer, een mensentype) de moeite van het kennisnemen waard is, voorzover het althans de bestaanstekenen van hemzelf en zijn komuiijes van de beiderlei kunne, de hipsters, chiks, beatniks, squares of hoe ze heten mogen van het Leidseplein, de mede-artiesten, de vlot van hand tot hand gaande en zich van bed naar bed reppende feestmeisjes, de morfine - en marihuanaklanten met bijna wetenschappelijke nauwkeurigheid tracht te achterhalen, in een wonderlijke mengeling van cynische afzijdigheid en heftige geïnteresseerdheid. Een raar wereldje van feestvierende, dankende, rokende, rondhangende jongelieden, die van zolder naar zolder, van kroeg naar kroeg trekken, in elkaars kielzog, die elkaars bedden en elkaars lieijes beslapen, slordig en verfomfaaid genietend van hun heerlijk gebrek aan maatschappelijke verantwoordelijkheden. IN deze mengelmoes van verdovende middelen, halve artisticiteit, haastig opkomende en snel weer slinkende liefdes, met enkele politionele affaires afgewisseld,
zoals Vinkenoog die in een soort van chaotische, barokke improvisatie (maar waarschijnlijk niet zonder transpiratie) gestalte heeft gegeven, duiken enkele scherpere motieven op, die aan het verhaal enige ruggegraat verlenen, al is het een slappe: een bekende morfine -diefstal in de Van Baerlestraat, waarbij enkele 's schrijvers vrienden en vriendinnen betrokken waren, - een van hen, de ongrijpbare figuur André "spookt door deze bladzijden " rond, en tragisch, althans zielig de ethersnuivende half debiel Klaas - en daarnaast is er het draadje van de zwangerschap van Elize, de vrouw van de ik-figuur die zich Sirnon noemt en die we dus met enig recht met de auteur mogen vereenzelvigen, en daaruit resulterend de scherp en meedogenloos waargenomen en suggestief beschreven geboorte van hun kind. Het nogal gedramatiseerde relaas van Simon's arrestatie en hechtenis in verband met het omverwerpen van een melkwagentje in dronkenschap kan men nauwelijks als een belangrijk bestanddeel van dit boek beschouwen. Dit alles is opgesmukt met een uitgewerkt verslag van Simons andere liefdes - meest kortstondige ervaringen, te boek gesteld niet zonder het achteloze zelfbewustzijn van de Geboren Veroveraar. Ik heb gene poging gedaan de verschillende dames die in deze bed-weterige relazen een langere of kortstondige hoofdrol hebben gespeeld, uit elkaar te houden of zelfs maar te tellen. Het zijn er alleen al in de maanden van Elizes zwangerschap zeker wel een stuk of tien; en dan praten we maar niet over de serie van 5 of 6 vroegere relaties, die op blz. 53 en 54 per voetnoot worden afgedaan, van welke men in het laatste deel van het boek nog verschillende in meer uitgewerkte toestand terugvindt, aangevuld met luier en daar een nog onbekende. Dit alles is erg moeilijk, want ook de chronologie is in dit geschrift aan ietwat vreernde, in ieder geval moeilijk achterhaalbare wetten onderworpen. De samenhang tussen erotische topprestaties en literaire produkten is overigens duidelijk af te lezen aan de pagina's 56 en 57, waar verteld wordt hoe onze Simon regelrecht uit zijn bed de schrijfinachine bestijgt om uit de doorstane ontroering de munt der literatuur te s@. En deze vliet van erotische avonturen vindt men op blz. 80 en 81 zelfs een stroomversnelling. Voor wie benieuwd is naar het recept voor Sirnons waarli k bewonderenswaardige activiteit, geef ik hier enkele hints waarinee hij zijn voordeel moge doen. Men ziet eigenlijk is het helemaal niet moeilijk. Elize is, moet men weten met Ben weggelopen. "Drie dagen lang woon er een meisje bij me, dat ik die avond ontmoet. Ik hoef er geen moeite voor te doen, even praten, achterop stappen, meegaan en uitkleden". Nog geen halve bladzij verder de volgende patiënte: "Ik wenk een meisje in het gezelschap, dat vlug afscheid neemt, en met me mee naar huis gaat". Het gaat zelfs steeds makkerlijker. Weer een halve bladzij verder: "Een ander meisje, G., die ik maar één keer eerder zag, in gezelschap van haar vriend, trekt gauw haar kleren aan en gaat met me mee. We vennaken ons kostelijk, ik zie de mensen zich afvragen wie ik nu bij rffij heb. Naderhand drinken we nog wat door, en dan gaat ze met me mee naar huis, en blijft bij me". Zo gaat dat met Simon de Onweerstaanbare en als we zijn orakeltaal op blz. 77 goed verstaan, vlecht hij er, voor de variatie, ook nog vlug even een mannenliefdetje doorheen. Zoals zijn vrienden en vriendinnen voor hem het object zijn van gespannen waarneming, zo betuurt en bekijkt (en fotografeert) hij ook zichzelf, roman-object zonder roman: "Later, op de Kring, las ik het verhaal uit, over de bar geleund, een glas bier in de ene hand, de krant opengevouwen in de andere". Korto@ ook hier is onze Simon weer het jongetje dat zoveel durf door zijn boeken doet en daarvoor door Ome Cals wel weer zal worden beloond met een opdrachtje of een reisbeursje. Zo gaan die dingen in Nederland, ondanks Elsevier en Burgerrecht. De rest van het verhaal (en dat is nog een heel stuk) is weinig meer dan koortsachtig praten, onsamenhangend hijgen, "praten aan de lopende mond", praten over een leegte heen, mond sta niet stil. Ook in dit boek laat Simon Loquax aan het eind zijn "verhaal" varen voor een stuk retorisch gedaas en georakel, waaiuit zo nu en dan eens iets bruikbaars opduikt. Met de vermelding, dat Vinkenoog meer dan eens met de doodgewoonste eisen van zindelijk Nederlands overhoop figt ("een behoefte naar mensen", "het ogenblik dat ik ga zitten dit herinneren ", "de dagen die komen gaan", het bed "lag onuitnodigend", "de meest omslachtige en langzaam mogelijke bestaande methode van gedachtenoverbrenging " enz.) is aan dit tweeslachtige,
1
onverwikkelijk -egocentrische, maar voor de kennis van "onze tijd" documentaire boekje wel zowat rechtgedaan. ER lopen enkele draadjes van Vinkenoogs "Hoogseizoen" naar het iets eerder verschenen "Het leven is verrukkuluk" van zijn stad-, kunst- en generatiegenoot Remco Campert. Ook Vinkenoog blz. 137 constateert iets over "het verrukkelijke leven". De naam van vriend Remco komt men in "Hoogseizoen" meer dan eens tegen. Ook zijn boekje is bepaald niet gespeend van bed-prestaties en seksuele hoogstandjes. Maar om te beginnen is het compositorisch sterker dan het gewrocht van Simon: al lijkt het in zijn afwisseling van situaties en hoofdstukjes nogal chaotisch, de nauwlettende lezer bespeurt daarachter wel degelijk een geraffineerde contrapuntiek, een zorgvuldig overleg. Ook wat de geest betreft heeft Campert verre mijn voorkeur, in de eerste plaats al om zijn minder opdringerige autobiografische inkleding. Het boekje is helderder, transparanter, openener, beminnelijker dan dat van Simon met zijn norse gewichtdoenerij. Het is bovendien raak van typering en geestig in zijn woordspefingen (behalve dan waar ze kunstmatig en uitgesproken flauw zijn). Camperts verhaal is eigenlijk evenmin belangrijk als dat van Vinkenoog en benadert de dingen minder gewild existentieel, maar het bezit een charme waaraan men zich moeilijk kan onttrekken. Carnpert kan lekker doorslaan, in zijn parodieën op het interviewen (blz. 48 vlg.), op het modieuze spraakgebruik ("Uiteindelijk kunnen zulke dingen ergens niet", blz.86), in zijn geestelijke omkeringen van gevestigde meningen (over de "armoede", blz. 30 of dit eveneens uit de mond van Panda "Ouders moeten voor zichzelf leren zorgen en niet afhankelijk zijn van hun kinderen") en soms, als terloops, komt het ook nog tot enkele rake uitspraken: "Ze (de Amerikaanse soldaten) zijn hier om het avondland te verdedigen. Een hoop bromfietsen, gerestaureerde kerken en mensen in slechtzittende kleren" (Panda) of dit, ter overdenking aan mijzelf en anderen: "Iedereen die in geluk gelooft, is ongelukkig." Goed, ook "Het leven is verrukkuluk" zal wel enkele vaderlandse gemoederen in rep en roer brengen en vooral het gesol met de grijsaard, weinig meer dan een grappig curieus dier, is niet bijster aardig voor wie de knapenleeftijd ontgroeid is, maar men moet wel een heel erge zuurpruim zijn, als men voor dit genoeglijke relaas, met bed-avonturen en al, ongevoelig is. En wie het verschil in geest tussen de beide schrijvers goed wil navoelen, moet de seksuele stuntvliegerij van Simon maar eens vergelijken met het verhaal van de aarzelende en twijfelende en onhandige Boelie, die zo veel moeite heeft met het veroveren van de toch wel bereidwillige Ett& "Uit morele overwegingen? Kom nu; als je daar aan deed, kon je beter de rest van je leven thuis blijven zitten met dichtgespijkerde ramen en de deur en op de grendel - dan had je een kleine kans datje een fatsoenlijk mens bleef, alleen was er dan niemand die wist hoe Fatsoenlijk je was".