Schrijver Büch, Boudewijn
Titel Hel, De: roman
Jaar van uitgave
1994
Bron Vrij Nederland
Publicatiedatum 04-06-1994
Recensent Jeroen Vullings
Recensietitel Haat is geen deugd
Dat de jeugd van Winkler Brockhaus, het alias van Boudewijn Büch, verschrikkelijk was, wordt eens te meer bewezen in het vervolg op 'Het dolhuis'. Maar moest daar ook een boodschap bij? De sensibele Winkler Brockhaus leek in Boudewijn Büchs roman Het dolhuis (1987) genoeg ellende beleefd te hebben voor een heel mensenleven. In dat boek ziet hij in dat zijn ongelukkige bestaan als volwassene voortkomt uit allerlei rampspoed in de vroege jeugd: een jaar lang was hij in een, door hardhandige nonnen geleid, gesticht opgeborgen vanwege de incestueuze relatie met zijn sadistische vader. Büchs nieuwe roman De hel verhaalt van een later deel van Winklers jeugd: de tijd op een categoraal gymnasium, in het begin van de jaren zestig. Het is een gruwelijke periode: kwelgeesterij, kadaverdiscipline en discriminatie maken die tempel van kennis voor Winkler tot een ware hel. Als motto staat voorin De hel een chique verwijzing: 'Spinoza Ethica, IV, stelling 45'. Spinoza's wijsgerige werk hoeft echter niet meteen uit de kast geplukt te worden, want de roman besluit met het begeerde citaat: 'Haat kan nooit goed zijn. Bewijs: een mens die wij haten, trachten wij te vernietigen, dat wil zeggen wij streven dan naar iets dat slecht is.'De reden dat Büch zijn boek aldus omkranste, moet wel van didactische aard zijn: eerst prikkelen, dan valt het lesje beter. De bel is in wezen een stichtend geschrift dat de onkiesheid, onwenselijkheid en zinloosheid van racisme en haat predikt. In wezen, want het anekdotische verhaal heeft door alle jolige overdrijvingen en karikaturale portretten daar in eerste instantie niet erg onder te lijden. Met lichtelijk overspannen, premature verwachtingen stuurtwinklers moeder - zijn ouders zijn imniddels gescheiden - haar zoon naar het plaatselijke gymnasium: 'Je gaat op weg naar een goeiebetrekking, jongen. Wie weet wat er voor je in het verschiet ligt(...) Over tien, twaalf jaar heb jij een witte jas aan of draag jezo'n prachtige toga met een beije.' Vooreerst ondervindt Winkler alleen maar moeilijkheden: de rector en conrector zijn kwaadaardigedictators. De tekenleraar is zelfs ronduit gek: 'Soms maakte de zestigjarige heer, zonder noodzaak, een radslag in het lokaal, dan weer stond hij plotseling als een gekruisigde Christus in devensterbank en op een keer haalde hij zelfs zijn geslachtsorgaan uit de broek, terwijl hij riep: "Een potlood van goede kwaliteit! Strakker en vlakker, manspersonen. " 'Kwalijker is dat Winkler van de wiskundeleraar en de leraar Duits anti-seiátische taal krijgttoegevoegd. ltj roept daarop zijn vader - iedere omgang is hernverboden - te hulp, met als gevolg dat de twee boosdoeners ontslagen worden. Maar kort daarna wordt hij toch, om het gooien van een traangasbommetje in een vol klaslokaal, door de rector vanschool gestuurd: 'Verdwijn, jodenjong, verdwijn voorgoed uit mijn ogen en laat ik je hier nooit meer aantreffen.' Winklersschoolcarrière is daardoor danig gefnuikt en hij denkt somber: 'Nu zal ik altijd dom blijven en moet ik misschien bij het Gas, water en licht gaan werken.'Zo eindigt het eerste, vaak hilarische deelvan De hel, op ruim tweederde van het boek. De overige twee, in het heden spelende episoden zijn gewijd aan de nogal obligate confrontatie met het verleden. Winkler, een
bekendetelevisiepersoonlijkheid , bezoekt zelfs een schoolreünie, waar hij de gevreesde sportleraar Staal- inmiddels invalide - nu opeens Ronnie moet noemen. Ronnie geeft zowaar de titelverklaring van Büchs roman: 'Jij zat thuis in een hel, het was op school een hel en ik zat zelf in de hel. De jaren vijftig en zestig zaten stampvohnet hellen, maar niemand had er sleutels van. De mensen die toen in de hel zaten, konden er niet uit; diegenen die er niet inzaten, hadden er geen toegang toe, want die hadden ook geen sleutels.' De boodschap in De hel is duidelijk: ieders daden van toen zijn nu opeens beter te begrijpen; het was niet zo zwart-wit; haat heeft geen zin, is zelfs ornnogelijk als je de omstandigheden kent; door de oorlog - de ultieme haat - zijn heel wat levens blijvend ontwricht geraakt. Een eerdere, kortere versie van De hel was alleen in een landelijk warenhuis te verkrijgen. Voor Büch pleit dat hij de goed geschreven leut voor groot publiek van toen vergezeld liet gaan van opvoedend levensadvies. Maar een volwassen literaire roman wil toch echt zonder.