De Standaard 14 december 1995

De vloek bezworen

Nieuwe vader-zoonroman van Boudewijn Büch

BOUDEWIJN BÜCH
Geestgrond
Amsterdam: De Arbeiderspers
153 blz., 599 fr.



De kleine blonde dood
Twintigste, herziene en uitgebreide druk
Amsterdam: Arbeiderspers
213 blz., 599 fr.

TIEN jaar na het verschijnen van Boudewijn Büchs best-seller ligt er een herwerkte en uitgebreide twintigste druk van De kleine blonde dood op tafel. Wat kon er nog veranderd worden aan deze klassieker uit de jaren tachtig, waarin Büch de dood van zijn zesjarige zoontje herdacht en met de zelfmoord van zijn vader afrekende? Het is bekend dat de exuberante auteur en televisieprezentator alles graag flink aandikt, maar de geschiedenis van De kleine blonde dood lag zo emotioneel dat hij zich daarin wijselijk had ingehouden. Met sukses, want Büch raakte bij het publiek de gevoelige snaar. Van dan af zou hij het tema meermaals hernemen - tot in zijn nieuwste roman Geestgrond toe.
Behalve twee hoofdstukken, die destijds weggevallen waren, is er aan De kleine blonde dood niet zo bijster veel toegevoegd: wie het boek al heeft, hoeft niet spoorslags naar de boekhandel te hollen. In de eerste plaats heeft Büch een paar ziekenhuisscènes opgevist, die destijds waarschijnlijk waren afgevoerd omdat er al zoveel in het boek zaten en omdat het relaas over de opname van zijn comateuze zoontje tenslotte voorrang had. Onmisbaar is het hoofdstuk dus niet, maar anderzijds verandert het boek door de extra passage nu ook niet meteen in een doktersroman.
Het tweede oorspronkelijk geschrapte fragment, een bezoek van Boudewijn aan een oude boekhandelaar, is duidelijk om bibliofiele redenen opgenomen. Als boekenliefhebber en Goethe-verzamelaar vertoont Büch regelmatig tekenen van wat je met een knipoogje Büchomanie zou kunnen noemen. In dit hoofdstuk heeft hij het over een boek dat hij van zijn vader cadeau kreeg, een curiosum omdat er een paar onbedrukte bladzijden in zaten. Aardige anekdote, maar verder is het zonneklaar dat deze jubileumeditie vooral als promotie voor de nieuwe roman moet dienen, het allang aangekondigde vervolg op De kleine blonde dood.

BOUDEWIJN BÜCH heeft zijn autobiografie nooit zodanig uitgemolken dat ze vervelend werd. Hij heeft zijn ik-personage na De kleine blonde dood zelfs gefiktionalizeerd; in latere, minder geslaagde romans als Het dolhuis en De hel kreeg het de naam Winkler Brockhaus opgespeld.
Geestgrond is na dit alles beslist geen tegenvaller, wel integendeel. Ook al zit het boek nog zo dicht op zijn voorgangers, het bevat wel degelijk belangrijke nieuwe gegevens over Büchs problematiek.
Büch heeft ook nooit eerder zijn fantazie zo hard laten werken: er komt in het nieuwe boek een heel mooie uitleg voor over zijn reislust, die intussen berucht is geworden van de televisie.
Wie De kleine blonde dood kent, weet dat Winkler Brockhaus als kind onder de terreur van zijn depressieve vader leed. De man was behept met een afkeer voor alles wat Duits was, en ging zelfs zo ver zijn eigen Duitse afkomst te verloochenen. In Geestgrond maakt hij zijn zoontje wijs dat hij van veel verder komt, dat de Bering Zee zijn eigenlijke ,,geestgrond'' vormt. Winklers gevoel voor beeldspraak was toen natuurlijk nog niet erg ontwikkeld; hij begreep niet dat zijn vader alleen maar zeggen wou dat hij zich waar ook ter wereld ver van huis voelde.
Büch buit deze kommunikatiestoornis tussen kind en volwassene tot het uiterste uit, om duidelijk te maken dat er tussen de twee een gekompliceerde band bestond.
Winkler Brockhaus trok zich dus, wanneer zijn vader weer eens ruzie gezocht had met zijn moeder, in een hoekje terug met zijn kinderatlas om te zoeken waar die Bering Zee nu precies lag. Daar hield hij later zijn fascinatie voor vreemde bestemmingen aan over. Wie Büchs reisprogramma op de Nederlandse televisie al eens gezien heeft, weet dat de man het inderdaad graag in verre oorden zoekt. Geestgrond maakt duidelijk waarom. Want Winkler is niet zomaar gek op reizen. In feite is hij voortdurend op zoek naar zijn vader, die de dag dat hij zijn gezin in de steek liet, naar Mexico vertrok.
Dat Winkler ergens zijn intussen overleden vader nog tegen het lijf hoopt te lopen, is natuurlijk ook beeldspraak. Maar het toont mooi hoe Büch op deze manier een soort literaire myte probeert te scheppen. Ook Winkler Brockhaus maakt deel uit van deze mytevorming. In de nieuwe twintigste druk van De kleine blonde dood heet de hoofdpersoon weliswaar nog altijd Boudewijn, wat een beetje verwarrend overkomt. Maar op het einde van Geestgrond, op ,,de dag dat het verhaal de derde persoon niet langer verdroeg'', schakelt Büch resoluut opnieuw op de ik-vorm over. Het is een van de strukturele ingrepen die het boek tot een belevenis maken.

GEESTGROND is min of meer opgebouwd als een lange psychiatrische sessie, waarin Winkler zijn relatie tot zijn vader probeert te begrijpen. Op een of andere manier lag zijn ontzag voor de opvliegende man aan de basis van de onmin in het gezin. Het hoge woord moet eruit: in feite had hij een liefdesverhouding met zijn vader, zo oreert zijn psychiater. Het wil Winkler niet meteen te binnen schieten dat hij met zijn vader ooit de liefde bedreef, maar ,,omdat hij ergens zeker van wilde zijn, hechtte hij daar op den duur maar geloof aan''.
Büch zoekt in deze incestueuze toestand zelfs een verklaring voor zijn homoseksualiteit. Natuurlijk is het zo dat Winkler behalve van zijn eigen zoontje van niemand anders méér hield dan van zijn vader. Zijn moeder bij voorbeeld haatte hij, die wou trouwens alleen maar de rol van huissloofje spelen. Vandaar dat Winkler ook altijd zo'n onrust in zich voelde, dat had hij van zijn vader. Vandaar ook dat hij hem als volwassene achterna reist, tot aan de Bering Zee en tot in Nieuw-Zeeland toe. Al was het maar om, in alle eenzaamheid, op de ,,geestgronden'' van zijn vader het inzicht te krijgen dat de rationele uitleg van de zielearts hem niet kan geven.
Die openbaring bewaart Büch voor op Nieuw-Zeeland. Het is een belangrijke verwikkeling, die in De kleine blonde dood nog niet aan de orde was. In dat boek werd nooit met zoveel woorden gezegd dat Mieke, de vrouw die Winkler ongewild zwanger gemaakt had, eigenlijk een lerares van hem was. Büch beperkte zich toen tot het mislukken van de relatie en tot Miekes alkoholisme. Nu lanceert hij de stelling dat het Winklers vader zelf was die Mieke ertoe aanzette om hem te verleiden. Zo hoopte de man die vervloekte band tussen hen te verbreken, zonder evenwel helemaal zijn macht over hem te verliezen. Want Winklers vader was zelf ook Miekes minnaar...
Boudewijn Büch slaagt erin deze ingewikkelde situatie als een toonbeeld van helderheid voor te stellen. Tenslotte was dat ook de uitdaging: een verhaal dat afgerond leek, nieuw leven inblazen. Dat kon alleen door het hele kluwen draadje voor draadje opnieuw te ontwarren. Veel keuze, behalve het steeds maar op hetzelfde tema variëren, had Büch niet. Maar het dwong hem ook om biezonder ekonomisch met zijn stof om te springen. En het is juist het eenvoudige, obsederende karakter van zijn stijl dat ervoor zorgt dat er geleidelijk aan een heel nieuwe waarheid ontstaat.
De waarheid is vaak banaal, dat is in Geestgrond niet anders. Maar ook al eindigt de geschiedenis met een anticlimax, het blijft een verrassing. Het zou zonde zijn om uit de doeken te doen wat Winkler in Nieuw-Zeeland ontdekt en wat voor licht dat op de drieëenheid van vader, zoon en kleinzoon werpt. Toch nog dit: wie die bijna groteske en toch subtiele wending in Geestgrond niet zou kunnen smaken, gaat geheel en al voorbij aan de minutieus opgebouwde literaire beeldspraak. Boudewijn Büch heeft met dit kunststukje eindelijk de vloek die op hem rustte bezworen.
KAREL OSSTYN


DS Infobib DS Home

[ Infobib ] [ DS home ]

Hosted by www.Geocities.ws

1