| Jeroen Brouwers
Bezonken rood (1981) |
|
|
| |
| Na het overlijden van zijn moeder vertelt Jeroen Brouwers
over zijn leven. Over hoe hij in zijn kleutertijd met zijn moeder in een
Jappenkamp zat, hoe hij later in jeugdinternaten komt en hoe gedurende hij
zijn leven het contact met zijn moeder verloor.
Met zijn moeder had Brouwers een soort haat-liefde-relatie. Aan de ene kant bewonderde hij hoe zij door de hel van het Jappenkamp is gekomen, waar ze haar voedselrantsoenen aan haar kinderen gaf en Jeroen leerde lezen uit het boekje 'Daantje gaat op reis'. Aan de andere kant was zijn moeder ook degene die Jeroen op zijn tiende naar een jeugdinternaat bracht, iets wat toch eigenlijk ook een soort van kamp is. Op latere leeftijd hadden ze bijna helemaal geen contact meer. Brouwers is dan ook niet aanwezig op de crematie van zijn moeder en zijn naam staat niet in de rouwadvertentie. Toch wil Brouwers zijn moeder eren door tijdens haar crematie thuis hardop te lezen uit 'Daantje gaat op reis', maar hij kan het boek niet meer vinden. Ongeveer de helft van het boek beschrijft de belevenissen van Brouwers in het kamp. Hij beschrijft de afschuwelijke leesomstandigheden, hoe hij leerde omgaan met de dood, hoe de gevangenen werden gestraft voor de atoombommen die Amerika op Japan gooide en hoe hij ziet hoe zijn moeder voor zijn ogen door de kampcommandant in elkaar wordt geslagen. Brouwers maakt zich kwaad over het feit dat er tegenwoordig zo luchtig wordt gedaan over de toestanden in de Jappenkampen. Er wordt niet over gepraat of de gebeurtenissen worden vaak met een grap afgedaan. Ook vertelt Brouwers van zijn belevenissen met Liza, iemand waar hij ooit een kortstondige relatie mee had en die hij vlak voor de dood van zijn moeder weer tegen kwam. Er wordt hierbij vooral nadruk gelegd op de botte manier waarop Brouwers Liza in de steek heeft gelaten. Dit illustreert zijn houding tegenover vrouwen: in het kamp leerde hij dat vrouwen moesten worden gefolterd en gestraft, en toen zijn moeder hem naar een jeugdinternaat bracht was het alsof er een traliewerk tussen hem en zijn moeder wordt opgetrokken. Dat traliewerk tussen hem en vrouwen is nooit verdwenen. Alles wat Brouwers heeft meegemaakt en in zijn verdere leven doet is onlosmakelijk met elkaar verbonden. Steeds komen dan ook dezelfde thema's terug. De vliegen, die in het kamp op de lichamen van de mensen zaten die ten dode opgeschreven waren. Het niet inzien van het nut van bidden. En vooral gevoelloosheid. In het kamp leerde Brouwers al vroeg om te gaan met de dood overal om zich heen en ook in zijn latere leven hebben gevoelens als liefde--zoals het verhaal van Liza--weinig betekenis. Bezonken rood is grotendeels autobiografisch maar bevat ook fictionele elementen. In de eerste plaats bedoeld als kort eerbetoon aan zijn moeder is het uitgegroeid tot een roman over belevenissen die Bouwers' hele leven hebben beïnvloed en een aanklacht tegen het gemak waarmee tegenwoordig de gruweldaden in de Japanse kampen worden tenietgedaan. Het boek kan worden gezien als onderdeel van een triologie--naast Het verzonkene en De zondvloed--over Brouwers' jeugd. Het verzonkene behandelt zijn jeugd voor zijn derde levensjaar, Bezonken rood de leeftijd van drie tot en met vijf, en De zondvloed de kinder- en jongensjaren daarna. De beeldende en meeslepende schrijfstijl maken het boek heel leesbaar en bevorderen het gevoel dat de lezer te maken heeft met de herinneringen en gevoelens van de schrijver. En dat zijn veel herinneringen en gevoelens, allemaal onlosmakelijk met elkaar verbonden. Rogier Mars | |
|
| |
| Reageren? Stuur een e-mail. | |