Schrijver

Van den Broeck, Walter

Titel

Verdwaalde post: roman

Jaar van uitgave

1998

Bron

De Morgen

Publicatiedatum

30-04-1998

Recensent

Jos Borré

Recensietitel

Dodelijke woorden



Het lijkt wel een pak van Sjaalman dat Walter van den Broeck, als ondergeschikt personage in zijn nieuwe roman Verdwaalde post, onverwacht in handen krijgt: een aantal teksten van verschillende auteurs, waarvan er één wel bijzonder verreikende consequenties heeft. Het is namelijk een tekst met een dodelijke impact. Letterlijk, althans binnen de romanfictie. Zoals gebruikelijk speelt Van den Broeck weer een ingenieus misleidend spel met fictie en werkelijkheid, en daarbinnen met schijn en wezen, het beeld en werkelijkheid, het grote thema van het in vier delen gepubliceerde Het beleg van Laken, tot nader order zijn magnum opus. Was daarin een groot aantal autobiografische elementen verwerkt, Verdwaalde post is een stevige brok fictie. Toch zijn de overeenkomsten met zijn vroegere werk uiteindelijk veel groter en overtuigender dan de verschillen. Het is wel meteen duidelijk dat Van den Broeck dit boek meer uit de losse pols heeft geschreven. De vertelling sleept je mee, ook al nemen de verhaallijnen soms veel ruimere bochten dan strikt nodig was en remt Van den Broeck soms bewust de ontwikkeling, bijvoorbeeld als hij na een aanloop de aanbreng van een belangrijk gegeven plagerig uitstelt. Het boek is zo spannend omdat geheimzinnige vooruitwijzingen op elkaar gestapeld worden en de ontknoping eindeloos uitblijft. Dat komt mede doordat de opeenvolgende geadresseerden van het pak er telkens een eigen stuk verhaal aan toevoegen en pas de laatste aan de onthulling toekomt. Je zou het lezen van dit boek kunnen vergelijken met het uitpakken van een in lagen verpakt poststuk. Op een dag krijgt Walter van den Broeck dus een pak thuisbezorgd. De weduwe van een schrijver stuurt hem een manuscript toe, met het verzoek het aan zijn uitgever over te maken. Vroeger las hij die dingen nog weleens, schrijft hij op zijn beurt aan zijn uitgever, maar tegenwoordig stuurt hij ze ongeopend door. Van alle betrokkenen bij deze teksten, de lezer inbegrepen, zal Walter van den Broeck daardoor de enige zijn die de dodelijke werking van het binnenste van het pak ontloopt. Het blijkt namelijk dat iedereen die dat binnenstuk onder ogen krijgt binnen korte tijd sterft, zonder aanwijsbare oorzaken. Via via komt een van de vertellers in contact met een Waalse onderzoeksrechter, die maar geen verklaring vindt voor de opeenvolgende overlijdens van relatief jonge mensen in een gemeenschap van uitgeweken Vlaamse boeren. Wat blijkt? Een van hen heeft op een sluikstort even buiten het dorp een plastic zak met Nederlandstalige boeken, papieren en een korte erotische novelle gevonden, 'De woordbreuk'. Op een van hun culturele avonden is die novelle voorgelezen - en ze heeft haar dodelijke uitwerking niet gemist. 'De woordbreuk' is geschreven door de al lang overleden Emma Leblanc, uit wraak omdat haar jeugdvriend, de dichter Jonathan Siebens, haar in de steek heeft gelaten. Ze wil hem dodelijk treffen in wat hem het dierbaarst is: de woorden. Het verhaal is overgeschreven van de werkelijkheid: een jongen en een meisje raken in hun jeugd zeer intens bevriend. Ze ontmoeten elkaar geregeld voor een soort extatische kosmische vereniging. Als ze trouwen, met wederzijdse vrienden, beloven ze elkaar elk jaar uitgerekend op Hemelvaartsdag op dezelfde plek te ontmoeten. Maar na enkele jaren laat hij haar weten dat het voor hem niet meer hoeft. In het verhaal laat de schrijfster hem dan omkomen. In werkelijkheid is Jonathan Siebens even bekend geweest als dichter. Zijn eerste bundel had groot succes, maar zijn volgende twee, onder invloed van het studentenprotest in Leuven eind jaren zestig doctrinair ideologisch van toon, zijn door de kritiek de grond ingeboord. Cynisch omdat hij zich miskend acht is Siebens achtereenvolgens de reclame en de journalistiek ingegaan. Als hij vaststelt dat hij ook daar slechts "de achterkant van advertenties volschrijft" stapt hij over naar pulpbladen en wordt hij scenarist van soaps. Niemand wil een wereldvisie opgedrongen krijgen, meent hij. Iedereen heeft een wereldvisie, ook wie zich vergaapt aan de levensomstandigheden van sterren. Je kunt mensen alleen bereiken door ze in dat soort emotionaliteit aan te spreken. Dat is een van de krachtlijnen van deze roman: dat je de boodschap van bewustwording, de laatste democratische reflex in een wereld waarin de koophysterie iedereen mentaal verdooft, er niet ongevraagd en ongenuanceerd in kunt rammen. Je moet die boodschap mooi verpakken om ze te kunnen slijten - verkopen is verleiden, zegt iemand. En mensen willen in de eerste plaats getroost worden, niet opgeruid. Volgens dat principe werkt Van den Broeck zelf ook al lang. Om slechts één voorbeeld uit zijn oeuvre te noemen: wie meer dan vijfentwintig jaar geleden Groenten uit Balen zag kon daar hartelijk om lachen, maar verliet de zaal broedend over solidariteit en weerbaarheid. Emma Leblanc is wat hypochondrisch aangelegd, maakt haar studie niet af en komt toevallig bij een klein maar dynamisch reclamebureau terecht. Hier zet Van den Broeck de belangrijkste lijn van zijn impliciete betoog uit. Communicatie, een open, eerlijke uitwisseling van informatie, helpt de identiteit te vormen. Meer dan eens valt in het boek de (postmoderne) notie dat mensen bestaan uit een chaotische verzameling van verhalen. Mensen willen en kunnen door verhalen ontroerd worden om te voelen dat ze leven. Verhalen maken mensen, maar ze kunnen de wereld ook misdadig vervalsen. Dat doet de reclame, niet door nieuwe behoeften te wekken, maar door in de presentatie van producten onbewuste verlangens te vervullen. Je kunt een gesmeerd lopend menselijk systeem ontregelen, meent Van den Broeck, door mensen bewust te maken van de precaire werking ervan. Het beeld dat de mens wordt voorgehouden van hoe hij volgens de reclame zou moeten zijn, leidt hem weg van zijn authenticiteit. Zo belandt Van den Broeck opnieuw bij de grote tegenstelling tussen 'zijn' en 'schijn' waarop Het beleg van Laken gebouwd was. De authentieke, zuivere, creatieve, poëtische, erotische vrije identiteit gaat teloor door de lokroep van een vervalste voorstelling. Niet toevallig gaan zo veel personages in dit boek dood aan wat dokters niet anders kunnen definiëren dan 'desintegratitis'. Zonder het te willen zal Emma Leblanc aan de oorsprong liggen van wat Walter van den Broeck beschouwt als een van de verraderlijkste ingrepen van de reclamewereld in de jaren zeventig, de wereldwijde 'bewustmaking' van de consument van zijn fysiek, die van hem een bange hypochonder gemaakt heeft. Heel hilarisch suggereert Van den Broeck dat de CIA daarachter zat, in een poging de studenten weer in de aula's en de arbeiders weer in de fabrieken te krijgen, kortom om de sociale revolutie die tot in de jaren zeventig uitliep te ontzenuwen. Ik ben er niet zeker van dat hij het ironisch bedoelt. Een eigenaardige paradox in Verdwaalde post is deze. Enerzijds lijkt het erop dat Van den Broeck een aantal inzichten en zekerheden heeft verworven. Waar hij die soms wat uitleggerig uiteenzet en vermetele verbanden legt die voor de 'onderdaan' in deze maatschappij doorgaans onzichtbaar blijven, doet hij weleens denken aan de metabletica van Van den Bergh, een soort leer van onvermoede verbanden tussen gelijktijdige tijdsverschijnselen. Anderzijds, hoe vlot dit boek ook leest, toch blijft een deel van de 'boodschap' raadselachtig en onverklaard en loopt een enkele lectuur zonder enige voorkennis uit op een soort finale verdwazing: door de complexe structuur en thematische veelzijdigheid is het niet gemakkelijk de verbanden tussen de aangereikte inhouden te bevatten. Wezenlijk gaat dit boek vol spiegelingen en verwijzingen (naar de bijbel, Anna Karenina, Citizen Kane...) over identiteit en echtheid en integriteit, over het bewuste misbruik van taal en communicatie, waardoor een authentieke zijnsstaat van de mens opgeofferd wordt aan de instandhouding van de heersende ideologie. Zoals vele andere romans van Van den Broeck is Verdwaalde post een ideologisch subtiel subversief boek, dat de lezers influistert dat zij zich niet mogen laten reduceren tot "verzonnen personages die uitsluitend mogen evolueren binnen de grenzen van de roman die Wetboek heet", en dat ze met een realistisch zelfbewustzijn zichzelf moeten zijn, onvolmaakt en onaf, in tegenstelling tot het beangstigende schijnbeeld dat hen wordt voorgehouden.

Hosted by www.Geocities.ws

1