Trouw, 9 maart 1994

 

Verboden liefdesrelatie tussen broer en zus

 

LIEKE VAN DUIN

Katarina von Bredow: 'Ik en mijn broer', vert. Cora Polet, Querido, 187 p, f 27,50, v.a. 14 jr.

Het boek neemt in het toenemende aantal jeugdromans waarin open en eerlijk over seks geschreven wordt, een bijzondere plaats in.

Aidan Chambers diept in zijn reeks pittige adolescentenromans de bewustwording van homo-, hetero- en biseksualiteit in hun gradaties en fluctuaties uit, en dat in relatie tot vriendschap, literatuur en spiritualiteit. Lichtere kost, niet minder integer, schreven onder meer Imme Dros - met 'De trimbaan' (Zilveren Griffel 1988) over een ontluikende homoliefde - en Arno Bohlmeijer - met 'Eerlijk verraad' (1993), over een liefdesrelatie tussen een VWO-leerling en een lerares.

De taboes die deze jeugdromans doorbreken zijn echter niet absoluut, maar historisch bepaald.

'Ik en mijn broer' gaat een stap verder, doordat het het (tijdelijk) doorbreken van een absoluut taboe beschrijft: de liefdesrelatie tussen een broer en zus. Het verhaal over deze hevige maar onmogelijke en perspectiefloze liefde wordt gebracht als een vijfendertig jaar na dato met behulp van oude dagboekfragmenten geschreven relaas. In het jaar 2021 - alsof het dan pas kan - opgetekend door Amanda, als hommage aan haar intussen aan kanker overleden (half-)broer Ludvig die na haar nooit meer een gelukkige liefdesrelatie heeft gekend. ``Ik hoop dat hij ergens op een wolkje zit en mij nu ziet'', schrijft Amanda in haar inleiding.

Haar verhaal, dat uit drie delen bestaat, stroomt als een bergbeek, de lezer meesleurend. In het eerste deel realiseert de zestienjarige Amanda zich dat ze verliefd is geworden op haar een jaar oudere broer Ludvig. Dat gebeurt als vanzelf; ze zijn altijd al onafscheidelijk geweest. Amanda schildert sinds haar elfde, en bij gebrek aan iemand die naakt voor haar wil poseren is Ludvig wel zo goed om dat te doen, als hij intussen maar een boek mag lezen. Voor het eerst kijkt Amanda echt naar haar broer en ziet hoe mooi hij eigenlijk is. Ze schrikt, en schrijft 's nachts in haar dagboek: ``Mag je lichaam helemaal warm en week worden als je naar je eigen broer kijkt? Ik kan het niet helpen! En ik schaam me dood. Stel dat hij het wist! Ik ben niet goed bij mijn hoofd. Het is ziekelijk, he? Vallen op je eigen broer? Pervers. Ik moet me in de hand houden! Ik heb hem verdomme al honderd keer naakt gezien!'' Ze leest over incest en vecht bijna een jaar lang uit alle macht tegen haar gevoelens. Haar enige uitlaatklep is haar dagboek. Maar de liefde blijkt wederzijds en tenslotte vrijen ze. Voor hun eigen gevoel is het goed, zijn ze voor elkaar gemaakt, maar tegelijk beseffen ze dat het niet mag.

Aantrekkingskracht

In deel twee wordt Amanda's strijd tegen zichzelf een groot gezamenlijk gevecht tegen hun wederzijdse aantrekkingskracht, waarbij ze beiden een even tragische als prachtige en soms haast komische dubbelheid ontwikkelen. Uit alle macht proberen ze zich te concentreren op andere vriendjes en vriendinnen, maar ze houden elkaar er alleen maar mee voor de gek en maken elkaar stikjaloers, terwijl ze zich realiseren dat ze die anderen alleen maar gebruiken. Uitbarstingen van woede, vertwijfeling, lust en liefde volgen elkaar op. Soms laten ze zich ziek van verlangen gaan, vrijen uitbundig, en voor henzelf voelt dat goed. Amanda zoekt hulp bij haar alleenwonende, oudere vriendin Eva, de enige die ze erover durft in te lichten. Eva luistert. Ze oordeelt niet, maar confronteert hen met de maatschappelijke gevolgen van hun liefde en raadt hun aan hun symbiose te doorbreken. Fantasieen om samen te vluchten naar een plek waar niemand weet dat ze broer en zus zijn, prikt ze door als naief.

Ze weten het, maar willen het niet weten. Tijdens de zomervakantie bloeit hun liefde nog een keer op. Dan komt de confrontatie met de maatschappij. Een bosbessen plukkende winkelierster ziet hen vrijen en licht hun moeder in. Die reageert hysterisch, gaat onmiddellijk met Ludvig en Amanda terug naar huis en laat Ludvig naar een oom op het platteland brengen, waar hij aan het werk wordt gezet. Voor Amanda is het dan thuis niet meer uit te houden: ze gaat bij Eva wonen.

Dan in deel drie het afkicken van elkaar. De eenzaamheid. Het waanzinnige wachten op telefoontjes die niet komen. Maar ook: de goede gesprekken met Eva. Amanda redt zich op den duur door haar humor en haar psychische veerkracht, die een relatie met een andere man mogelijk maken, en waarschijnlijk doordat ze zich weet te uiten: in haar dagboek en in haar schilderen. Met Ludvig gaat het moeizamer. Hij probeerde wel verliefd te worden op andere vriendinnen, maar dat is nooit meer echt gelukt. De hoofdpersonen uit 'Ik en mijn broer' zijn mensen van vlees en bloed, zweet en hartslag. Sommige nevenfiguren zijn echter clichematiger geportretteerd, zoals de ouders van Amanda's christelijke vriendje Johan, die voorspelbaar fantasieloos en formeel zijn. Het is het enige minpuntje aan deze gewetensvolle roman.

Ongelijke strijd

'Ik en mijn broer' overstijgt het niveau van een verhaal over een verboden liefdesrelatie tussen broer en zus. Het is het verhaal over een ongelijke strijd tegen het noodlot, een stijd heviger dan die van Oedipus; die wist tenslotte niet dat de vrouw met wie hij vrijde zijn moeder was, terwijl Amanda en Ludvig heel goed beseffen wat ze doen. Het tragische is echter dat ze niet hun liefde als immoreel ervaren, maar het wrede noodlot dat hen als broer en zus geboren heeft laten worden in plaats van bijvoorbeeld als klasgenoten. Hun gevecht tegen hun gevoel in, hun wanhoop en radeloosheid vanwege de dwang tot aanpassen is in 'Ik en mijn broer' volstrekt invoelbaar, overtuigend en zonder een greintje trendgevoeligheid of sensatiebelustheid neergezet.

 

Hosted by www.Geocities.ws

1