Schrijver

Braam, Conny

Titel

Amazone van Dahomey, De : verhalen

Jaar van uitgave

1998

Bron

Vrij Nederland

Publicatiedatum

28-03-1998

Recensent

Gitte Postel

Recensietitel

Alleen de liefde heeft levensbelang



Toen de Anti-Apartheidsbeweging Nederland ontbonden werd, brak voor Conny Braam de tijd aan om onbevangen rond te reizen. Haar verhalen hebben geen politieke pretenties, maar zijn ook verder nogal licht uitgevallen. Na een paar non-fictieboeken over de strijd tegen apartheid en een thriller die zich in Zuid-Afrika afspeelt, heeft Conny Braam, voormalig voorzitter van de sinds 1994 ontbonden AABN (Anti-Apartheidsbeweging Nederland), voor haar nieuwste boek wat afstand genomen van het land dat jarenlang het centrum van haar aandacht was. Ze schreef een bundel met vijf reisverhalen, gesitueerd in Nigeria, Zambia, Tanzania, Ethiopië en Benin. Toch is er maar één verhaal waarin het woord Zuid-Afrika niet valt. Op het eerste gezicht lijkt Braam weinig last te hebben van de existentiële vragen waar de meeste reisschrijvers in Afrika moeilijk aan ontkomen: wie ben ik, wie zijn zij, wat zie ik, zie ik het wel goed, en wat doe ik hier. Tenminste: haar ik-figuur heeft daar weinig last van. Ze kijkt naar zichzelf met milde zelfspot, en om zich heen met een politieke bril die de wereld in machthebbers en machtelozen verdeelt en onmiddellijk herkenbaar maakt. Bovendien heeft ze bezigheden (Zuid-Afrika) die haar aanwezigheid verklaren en die het reizen op zichzelf, met bijbehorende observaties, maken tot iets wat vooral niet serieus genomen dient te worden. De verhalen zijn ontroerend, grappig of irritant, maar de meeste blijven niet hangen. Ontwapenend is 'De eerste stuurman' waarin de vertelster haar wat wereldvreemde broertje meeneemt op Afrika-reis om hem met wildparken van zijn liefdesverdriet te genezen. Maar in plaats van safaritripjes te maken komen ze terecht in een grensoorlog tussen Zambia en het toenmalige Rhodesië. De verantwoordelijkheid die ze voor haar broer voelt blijkt misplaatst en langzaam draaien de rollen om. Eenzelfde soort - nu wel komisch werkende - omkering vindt plaats in 'Tropische liefde'. Van de politiek geëngageerde veldwerkster blijft weinig over als ze in een Tanzaniaanse cel belandt en daar ook nog eens wordt opgezadeld met een flinke koortslip. Ze gilt en huilt net zo lang tot ze terug kan keren naar haar geliefde. De moraal: Tanzania, met een verleden van slavernij en een heden van corruptie, is erg; de gevangenis, de bussen die niet rijden en de reeks lichamelijke ongemakken zijn erger; maar niets is zo wezenlijk, zo van levensbelang als een frivole, kersverse liefde. Nu hiermee duidelijk is dat niets menselijks Braam vreemd is, volgen twee semi-successtory's, waarvan 'Taitu' tenenkrommend is. Hierin wordt verteld hoe twee vrouwen op een mannenconferentie (Zuid-Afrika) ondanks hun sex-appeal niet veel bereiken. Maar in de wandelgangen, dat wil zeggen: in de hotelkamer, gaat de verbroedering met de Ethiopische schoonmaakster zo van een leien dakje dat ze uiteindelijk met z'n drieën in één bad zitten. 'Een stille jongen' heeft daarentegen iets wonderlijks ingetogens. Het is geschreven naar aanleiding van een van de waarheden die de waarheidscommissie boven tafel heeft gehaald: de dood van Charles Ndaba, die ooit dankzij een priestervermomming van de ik-figuur Zuid-Afrika is binnengesmokkeld. Interessant is niet zozeer de succesvolle verkleedpartij onder leiding van de voor deze gelegenheid uit Nederland overgevlogen Nederlandse professional (hoewel zo'n ondergronds beroep natuurlijk iets fascinerends heeft). De spanning zit vooral in het feit dat hoe zij ook haar best doet om Ndaba te helpen inleven in zijn rol, er situaties zijn waar hij zich als priester moet zien te redden, die zij niet had voorzien en waar zij geen inzicht in krijgt. Eenzelfde combinatie van doelbewust optreden en een blinde vlek voor situaties komt nog duidelijker naar voren in 'De amazone van Dahomey', een vreemde eend in de bundel, omdat het het enige verhaal is zonder verwijzingen naar Zuid-Afrika. Het is ook het enige verhaal dat het vermoeden wekt geheel verzonnen te zijn, alleen al vanwege de vele ongeloofwaardige details. Een jonge vrouw gaat, om een droom te doen uitkomen, scheep bij een Franse kapitein op weg naar Afrika. Onderweg vangt ze af en toe een glimp op van een geheimzinnige medepassagiere. De bediende Koffie verklapt het geheim pas als ze in de haven liggen: de vrouw was een prostituee die in Nederland een nieuw leven wilde beginnen, maar de kapitein verhinderde dat en bracht haar terug naar Benin. Onze Hollandse amazone ruikt onrecht, laat zich naar het bordeel brengen, haalt met een verbluffend bord voor de kop het hoertje over mee terug te gaan en verstopt haar in haar klerenkast. Vervolgens belt ze haar vriend die onmiddellijk toestemt een schijnhuwelijk met de aanstaande illegale aan te gaan en dat is dan dat. Maar bij het verlaten van het schip ontrolt zich in enkele zinnen een waar drama. Het schip vertrekt en de verbijsterde weldoenster heeft het nakijken. Uit de verte lijkt een matroos haar te wenken, net als toen ze nog een kind was en ernaar verlangde uit te varen. Braam huppelt achteloos over de bladzijden en maakt haar blunders met zoveel charme dat je ze haar nauwelijks kwalijk zou willen nemen. Ze weigert iets serieus te nemen: het reizen niet, het schrijven niet, de blindheid voor de gevolgen van eigen handelen niet. Al kan ze niet heen om het inn prikkeldraad gewikkelde lijk van Ndaba in priestervermomming.

Hosted by www.Geocities.ws

1