NRC Handelsblad, 28 december 2001

 

 

`Het roomse van Boon was een bevrijding'

Louis Paul Boon: De kapellekensbaan. Arbeiderspers, 404 blz, fl.49,80 (geb.)

Margot Dijkgraaf

 

Jeroen Brouwers won dit jaar prijzen met zijn roman Geheime Kamers. Zijn inspiratie is de `lawine van teksten' van Louis Paul Boon.

Jeroen Brouwers woont aan het einde van een onverharde weg, midden in de bossen van Vlaanderen - zijn routebeschrijving leest als een gedicht. Binnen gaat de kachel hoog. Met een armzwaai omvat Brouwers zijn boekenkasten waarin de complete werken van Mulisch, Reve en Hermans prijken. ,,Als je gevraagd wordt welk boek beslissend is geweest, zit je verwezen naar je eigen bibliotheek te kijken. Alles is belangrijk!' Alleen jeugdliteratuur is er niet in huis. ,,Die heb ik overgeslagen', zegt Brouwers, ,,ik ben geboren in Indië en wij gingen vrij snel het jappenkamp in. Daarna leefden wij op Borneo, ik was een soort Mowgli - lezen kwam er niet aan te pas. In Nederland werd ik tot mijn zeventiende op kostschool gedumpt.'

Brouwers werd orthodox-rooms opgevoed en woonde in pensionaten die door kloosterlingen werden geleid. ,,Het enige boek dat daar echt bestudeerd werd, was de catechismus'. Dreunt: ,,Waartoe zijn wij op aarde? Wij zijn op aarde om God te dienen en daardoor hier en in het hiernamaals gelukkig te zijn. Die catechismus is een boek dat bestaat uit vragen en antwoorden. De broeder van de lagere school sloeg het op een willekeurige plaats open en jij diende meteen spontaan dat antwoord te kennen. Het werd erin geheid met een heiblok. Op de middelbare school begon het opnieuw. Toen bestond godsdienstonderwijs uit het commentaar op de catechismus. Al die vragen werden overvloedig becommentarieerd: Wat is onkuisheid? Kun je ook onkuis zijn zonder dat het in je bedoeling lag? Ook dat diende je helemaal van buiten te kennen.' Eenmaal van kostschool verlost, op zijn zeventiende, nam Brouwers bewust afstand van het katholicisme. ,,Ik leef nog wel mee', zegt Brouwers, ,,ik moet het allemaal nog wel weten, over die paus en zo, maar als een artefact uit mijn jeugd. Als je zo orthodox-rooms bent opgevoed als ik, raak je die catechismus nooit meer kwijt. Het is een humus geworden: van daaruit ben je gaan denken, gaan formuleren.'

Na de kostschool kwam de `echte' literatuur. ,,Als een reiziger zonder kompas' stapte Brouwers de bibliotheek van Delft binnen, begon te lezen bij de A en las door tot de Z. Tussen zijn zeventiende en zijn twintigste las hij de hele bibliotheek uit. ,,In de winkel kocht ik Archibald Strohalm, van Mulisch. Ik begreep er niets van, maar wist: dit is het, dit is mijn adem. Ik werd krantenjongen om de deeltjes te kunnen kopen van die prachtige prismaserie, toen één gulden vijfentwintig per stuk. Ik was leesgek, moest alles lezen en besloot toen zelf schrijver te worden.'

Brouwers: ,,Echte literatuur heeft altijd iets anarchistisch. De echte schrijver zet zich af tegen van alles en nog wat, tegen alles wat hem belemmert in de vrijheid van zijn gedachten. Dat was natuurlijk de revelatie: dat de catechismus helemaal niet zo belangrijk was. Er zijn veel schrijvers die zich daartegen hebben afgezet. Ik ben niet onmiddellijk Louis Paul Boon gaan lezen. Je begint te lezen uit gulzigheid en dan kom je later op bepaalde dingen terug. Boon zal ik zijn gaan lezen halverwege de jaren zestig: ik was er finaal kapot van. Hij is bij uitstek de Vlaamse rebel die zich heeft afgezet tegen alles wat ook hij uit de catechismus moet hebben geleerd. Hij was ook een rooms jongetje. De hele Vlaamse literatuur is, vanaf de basis, een roomse literatuur. Dat was een bevrijding voor mij, een revelatie: verdomme, zo denk ik ook! Dat is het! En hij had het geschreven.'

Het eerste dat Brouwers van Boon las was De kapellekensbaan (1953). Hij ging werken bij uitgeverij Manteau en vond in het archief de eerste drukken van Abel Gholaerts (1944) en Mijn kleine oorlog (1946). Brouwers: ,,Boon is mijn leermeester geworden, ook in schrijftechnische zin. Hij durfde dingen die nooit iemand vóór hem gedurfd had. Boon is een romanvernieuwer van Europees niveau.' De kapellekensbaan beschouwt Brouwers als een meesterwerk: ,,Het bestaat uit een groot mozaïek van stukjes zus, anekdotes zo, een filosofietje, een gedachte, een brief - en dat in een grote, golvende, ademende lijn, zonder einde, als het ware. Er zit wel een verhaal in, een liefdesgeschiedenis over Ondineke met Oscarke of zo. Daar krijg je dan een fragmentje, een plakje van, maar dat boek gaat over honderdduizend andere dingen. Die lawine van teksten en tekstvormen, die collage-structuur, inspireerde mij zeer. Ik heb altijd gedacht: ik wou dat ik dat ook kon. Maar ik ben er te pietepeuterig voor.'

De hele Vlaamse literatuur, doceert Brouwers, is tot halverwege de jaren vijftig catechismusliteratuur: ,,Het gaat over het dorpje waar de pastoor regeert, de dokter en de notaris, allemaal klein en benepen. Boon spatte daar opeens uit, die zei: je kan me wat. Het verhaal van De kapellekensbaan speelt zich wel af in een dorpje, maar die mensen zijn zo origineel dat het een veel groter perspectief oplevert: twee jonge mensen die de liefde bedrijven tussen de brem naast de spoorbaan - dat had in Vlaanderen nog nooit iemand gehoord. Dat is prachtig. De kapellekensbaan is een doorbraak waarmee hij de hele Vlaamse literatuur heeft vernieuwd en verjongd.'

Brouwers is later bij Boon thuis geweest. ,,Wij konden het goed vinden. Boon was ver over de vijftig, ik was een snotneus van in de twintig. Ik keek torenhoog tegen hem op, zei `mijnheer Boon' tegen hem en zo. Hij zei: `zeg toch Louis', maar dat heb ik nooit gedaan. Na één van die bezoeken - ik zat al in de auto - kwam Boon zijn huis uit met een zelfgemaakte, erotische collage die hier al twintig jaar in de woonkamer hangt. Toen Boon stierf was ik een tijd lang in de rouw, ik had echt verdriet. Daarom blijft dat object daar hangen, uit sentimentaliteit en respect voor de grote meester.'

Aan het eind van zijn leven werd Boon algemeen erkend als een groot schrijver. ,,Pas de laatste tien jaar drong het besef door dat je niet om hem heen kon. Hij heeft het nodige bijgedragen aan de vernieuwing van de politiek in België en daarom is hij natuurlijk zijn hele levenlang gepest, achteruit gezet, overgeslagen bij prijzen. In zijn tijd werden schrijvers als Ruyslinck en Vandeloo de groten gevonden en dat blijken ze geen van beiden geweest te zijn. Boon is overgebleven in de Vlaamse literatuur. In de tweede helft van de twintigste eeuw was hij de grootste Vlaamse schrijver en hij is het nog steeds.'

 

Hosted by www.Geocities.ws

1