|
Trouw, 28 januari 1998 |
|
|
|
|
|
Zweet en zwoegen |
|
|
|
|
|
LIEKE VAN DUIN |
|
Voor pubers
verscheen nooit eerder een goede voetbalroman, daarvoor moet je kennelijk zó
verstand van voetbal hebben én van schrijven: een uiterst zeldzame combinatie.
Toch is er nu een uitstekende voetbal(jeugd)roman verschenen van een auteur die
beide disciplines in zich verenigt: 'Spel zonder bal', van de Fransman Jean-Noël Blanc.
De ik-figuur is een veelbelovende 17-jarige jeugdspeler,
zojuist door een Franse topclub gehuurd van Paris Saint-Germain. Hij is een balgoochelaar, die van technische
hoogstandjes houdt, niet van beuken. Het verhaal speelt zich binnen twee uur af
in het Nou Camp stadion van Barcelona, tijdens een
Europacupfinale tussen die Franse topclub en het favoriete Juventus.
De ik-figuur zit nagelbijtend van de stress op de
reservebank - in de slotfase mag hij invallen - en tussen het minutieuze
verslag van de wedstrijd door zijn flashbacks over zijn (voetbal)verleden
gemonteerd en tv-commentaren. Alle spelers zijn verzonnen; of er gelijkenis is
met bestaande spelers kan ik niet beoordelen, wel dat zowel verslagen als
flashbacks met precisie en verbeeldingskracht geschreven zijn, even laconiek
als gedreven.
Het is genieten
van het taalgebruik. Blanc strooit wel met clichés
als 'de menigte ging uit zijn dak', 'flitsende tegenaanval' en 'paniek in de
tent', maar het meeste is beeldende voetbaltaal: 'uitschuifbare verdedigersbenen', 'het spel gaat fonkelen', 'de ruimte in
duiken', 'de lat scheren', 'handschoenen van haaienleer', hetgeen
ongetwijfeld mede de verdienste van de vertaler is. Soms vergelijkt hij voetbal
met muziek: 'Juventus is van plan het adagio te
spelen', soms, in de tv-commentaren, met oorlog: 'loopgravengevechten' en
'heldhaftig verzet'.
De ik-figuur is een held in spe: rijk en met de schijnwerpers op zich gericht; maar als
een echte held moet hij ervoor door het slijk: angst en pijn, zweet en zwoegen,
stress en vernedering.