Boekrecensie

Titel: De karabijn

Auteur: P. Biegel

Uitgever: Holland Uitgevers

Het wordt geen Biegel-boek. . .

CATHERINE VAN HOUTS

Paul Biegels nieuwste boek is niet zozeer geschreven als wel verteld. Vermoedelijk is die stijl gekozen met het oog op de doelgroep, van 7 jaar en ouder, en vanwege het onderwerp: de oorlog. Niet echt een onderwerp waar je de net-lezers feestelijk op trakteert. En - vraag je je in gemoede af - moet je zo'n jonge lezersgroep eigenlijk zo'n onderwerp voorschotelen?

Daar heb ik zo mijn twijfels over.

Vanzelfsprekend, er is de theorie dat je niet vroeg genoeg kinderen kunt inlichten en waarschuwen. Het is niet mijn idee; een grens tot een jaar of tien lijkt mij zinnig. Tot die leeftijd liefst oorlog en geweld zo ver mogelijk buiten de belevingswereld van kinderen houden - dus ook het journaal op de tv mijden - want er is al genoeg ernst in het spel en relativeren is er nog niet bij. Vanaf een jaar of tien komt alle narigheid vanzelf op een kind af; vroeg genoeg dunkt me, want daarna stopt de toevoer nooit meer.

In De karabijn haalt Biegel de oorlog in huis. In het boerderijtje van de zesjarige Jeroen, wiens vader is opgepakt door 'de vijanden'. Op geen enkele manier wordt de oorlog (de Tweede Wereldoorlog) benoemd, het woord Duitser valt nergens en 'het leger van de vrije wereld komt van overzee'.

In die zin houdt Biegel de oorlog enigszins abstract. Tegelijkertijd echter haalt hij hem angstig dichtbij - in zijn inleiding vertelt hij dat Jeroens boerderijtje nog steeds bestaat - en laat hij hem zich in het leven van Jeroen invreten. Want zijn verdwenen vader maakt Jeroen razend, opstandig en roekeloos. Als hij na lang, obsessief zoeken de oude karabijn van zijn vader heeft gevonden wil Jeroen daarmee alle vijandelijke soldaten doodschieten. Maar waar haalt hij de kogels vandaan? Zijn die ook op de bon?

Biegel slaagt er in de machteloze woede van het jongetje en zijn drift om zijn vader te wreken aannemelijk te maken. De graadmeter van de spanning binnen het gezin valt af te lezen aan het gebruik van 'lelijke woorden'. Moeder overstijgt 'Heremetijd' niet, maar als Jeroens broer 'Godsammekraken' roept, is het echt menes.

Voorts is Biegel echt des Biegels als hij rake woorden verzint; neem 'Het stonk naar rotternis' of 'Hij viegelde aan de trekker'. Maar op een of andere manier wil het geen echt Biegelboek worden. Het is spannend, akkoord, maar dat brengt het gegeven al vanzelf met zich mee.

Echter, hij toont zich, in tegenstelling tot zijn meeste andere boeken, niet de subtiele vertellende schrijver die hem terecht tot de geliefdste kinderboekenschrijvers van Nederland maakt. Als het regent in De karabijn regent het en regent het en regent het. Nuancering is vaak ver te zoeken. En al ontroert De karabijn op sommige momenten zeker en zal het verhaal de jonge lezer in de greep houden, Biegel schreef er - ondanks zijn behartigenswaardige bedoelingen en betrokkenheid - niet zijn beste mee.

Zou het kunnen zijn dat Paul Biegel een (gedeeltelijk) autobiografisch verhaal vertelt en dat de kleine jongen in de oorlog zo dichtbij kwam dat het schrijven hem - begrijpelijkerwijs - enigszins verging?

 

© Het Parool, 13 april 1995

Hosted by www.Geocities.ws

1