Schrijver Bie, Wim de
Titel Meneer Foppe in zijn blootje
Jaar van uitgave 1994
Bron De Morgen
Publicatiedatum 16-12-1994
Recensent Patrick Allegacrt
Recensietitel Het Meneer Foppe-model : Wim de Bie. "Meneer Foppe in zijn blootje"
Van het befaamde VPRO-televisieduo Van Kooten en de Bie stond de laatste literair een tijdlang wat in de schaduw. Sinds de publikatie van Meneer Foppe en het gedoe in 1987 is ook De Bies literaire talent manifest. Voor de televisie creëerde het duo tientallen types die kommentaar leveren op de aktualiteit. Bij De Bie zijn sommige van die types aanwezig in het literaire werk. In zijn voorlaatste publikatie, De liefste van de buis (1992), raakte De Bie zelfs bijna het hoofd kwijt nadat hij in een korrespondentie verwikkeld was geraakt met een van zijn eigen types, de ethica Mémien Holboog. Nu is er een nieuwe De Bie: Meneer Foppe in zijn blootje. Meneer Foppe heeft in het werk van Van Kooten en De Bie nooit een hoofdrol vervuld. Henk van Gelder in NRC-Handelsblad: "Hij was slechts de bedremmelde mompelaar die op straat werd aangehouden door de Vieze Man, of de pijnlijk getroffen vrijgezel op de drempel van zijn deur die werd aangesproken door een louche ogende handelsreiziger met een dubieuze jubileum aanbieding." Meneer Foppe is uitennate schuchter. Hij probeert kontakt met mensen zoveel mogelijk te vermijden. I-Iij woont alleen in een kleine flat, doet node boodschappen, gaat op een kalm moment naar de biblioteek, is graag alleen thuis. Daar bekijkt hij graag het album met zijn kinderfoto's. Alhoewel ook dit ritueel niet vrij is van schaamte en pijn. Een foto van Meneer Foppe als vijijarig 'nudistje'bezorgt hem nu nog diepe schaamtegevoelens. De meisjes Heuvelaar, buurmeisjes en wat ouder dan hij, hebben hem, de blote plasser van de kleine meneer Foppe, wellicht gezien. Het voorval is een halve eeuw geleden, maar zo'n feit veijaart voor meneer Foppe niet. Foppe is een modern mens. die voor hem een prachtuitvinding: "Over het gemak van de afstandsbediening verheugde hij zich nog dagelijks. Hem verrasten ze niet meer. Als in een natuurfilm een kudde ranke gnoes werd vertoond en je zag heel even het beeld van een loerende tijger - huppetee en weg was meneer Foppe. " Foppe wordt vijfenvijftig : het moment van de konfrontatie met de alzijdige sociale bemoeienissen van het Ontmoetingscentrum van de Plantenwijk waar hij woont. Het aanbod voor de doelgroep, de 55-plussers, is ronduit overweldigend: er zijn de uitstapjes naar het Barometermuseum, er is een poëzieworkshop voor 55-plussers, er zijn tema-avonden over hoofdpijn en het Surplustrio brengt in het centrum gezellige Weense melodieën. Niets voor meneer Foppe dus: hij heeft geen behoefte aan ontmoeting, hij geniet van zijn eenzaamheid en kent geen moment verveling. Dat is echter buiten de welzijnswerkers, of korrekter opbouwwerkers, gerekend. Het welzijnswerk bestaat als term niet meer sinds in 1979 Hans Achterhuis' boek De markt van welzijn en geluk verscheen. "De gedegen kritiek in dat boek - de mensen worden door het welzijnswerk juist afhankelijker in plaats van mondiger - kwam van binnenuit, maar de cabaretiers en de columnisten, ze hoefden het woord welzijn maar te pas en te onpas laten vallen en hun aanhang lag plat. Kritiek werd hoon en hoon werd haat." De term werd dan maar vervangen door opbouwwerk: "Het klonk solide, maakte indruk, vervelende vragen bleven achterwege." De Bie schetst op een sublieme
wijze een recente geschiedenis van het welzijnswerk. FEj begint bij de idealistische jaren zestig en zeventig. Afgestudeerd en van Sociale Acaden-fies hebben de ambitie om het volk politiek bewustzijn, emancipatie en solidariteit met onderdrukte groepen laten ze buurtbewoners demonstreren voor het stadhuis. Nu, zakelijker en gematigder geworden, wilt de nieuwe lichting 'opbouwwerkers'de mensen zelf aktiveren: zo schrijven de 55plussers het blaadje van het centrum zelf vol. Het zweverige inteelttaaltj e van de jaren zeventig is vervangen door managements jargon. Men spreekt van output kwaliteitscriteria, budgetfinanciering . De grimmige verhouding met de politieke overheid heeft plaats gemaakt voor een soort schaapachtig met zich laten sollen. Is er bijvoorbeeld een probleem met de verlichting van de fietshokken aan de achterkant van de flatblokken, dan is het de eerste opdracht voor de bewoners om samen te werken met de besturen. Dat komt neer op het zelf installeren van de verlichting. Dan mag men voor zijn 'goed burgerschap'beloond worden. Wie zich daar als 55-plusser aan onttrek@ krijgt af te rekenen met Nieuw Paternalisme. Een opbouwwerker: "We moeten die 55-plussers op hun huid durven zitten, ze gaan bezoeken, terugkomen, uitdagen, prikkelen. Anders glijden die mensen af in hun eenzaamheid en we moeten ze godverdomme een beetje bij zien te houden, weetje!" Zo wordt uitgerekend Meneer Foppe het voorwerp van deze nieuwe aanpak. Het is bekend dat hij aan geen enkel initiatief in de buurt deelneemt. Dat kan zo niet verder. Het Meneer Foppe-model wordt ontwikkeld, de verwachtingen bij de opbouwwerkers zijn hooggespannen. Teorie zal uit deze praktijk ontstaan! Hoeft het gemeld welke opbouwterreur meneer Foppe te wachten staat? Wim de Bie deelt zijn boek Meneer Foppe in zijn blootje vreemd genoeg op in twee soorten teksten: behalve het drama van meneer Foppe bevat het diverse korte teksten. Het talent van De Bie spreekt ook uit die passages: je vindt er beschouwingen over bijvoorbeeld politici en idealen, over een soort New Age "Beweging van Ermoetietszijn ", er is het toneelstuk De Wraak van het Publiek: 'publieksparticipatie'wordt er vervangen door'publieksrevanche'. De Bie maakt een scherpe analyse van onze samenleving. De betrokkenheid met maatschappelijke problemen behoedt hem voor een al te slap leuk doen. De lach is medeplichtig.