Mulisch, Nooteboom, Claus e.a.
De beste boeken van 1998
door Johan Diepstraten
De beste boeken van 1998

Het is al jaren hetzelfde. Auteurs die geen bestsellers schrijven, klagen over de smaak van het grote publiek. Zou er zoiets bestaan als een �narcistische samenzwering', zoals P.F. Thom�se dit voorjaar beweerde in het literaire tijdschrift De Revisor? �De succesvolle schrijver grossiert in inzichten, situaties en emoties "die iedereen wel uit eigen ervaring kent", kortom de dingen die je elke dag in de krant kunt lezen of op de televisie kunt zien. Hoe algemener het uitgangspunt, des te herkenbaarder het is voor de lezer en des te groter de kans dat het "overkomt".'

Uitgevers deugen niet, omdat ze alleen maar bestsellers willen brengen. Schrijvers deugen niet omdat ze zich conformeren aan een zo groot mogelijk lezerspubliek. Dat publiek bestaat alleen nog maar uit �domkoppen', want �naarmate het publiek groeit, nemen zijn verstandelijke vermogens af.' De literaire kritiek deugt ook al niet, omdat ze wordt bevolkt door �kleine carri�remakers die meedobberen op de golven die door anderen worden gemaakt.'

Ach, wat een povere literatuur verschijnt er tegenwoordig volgens Thom�se. �Zij conformeert zich aan datgene waartegen zij zich voorheen verzette, de onnauwkeurige taal, de voor de hand liggende observatie, de onbezielde visie.' De huidige literatuur is alleen nog maar geschikt om h��l snel te lezen en er daarna nooit meer over na te denken.

Schamperen over de Nederlandse literatuur is al vele jaren in de mode. Nu moeten het vooral de vrouwen ontgelden die bij de Trouw-Publieksprijs zo hoog eindigden: Connie Palmen met I.M., Renate Dorrestein met Een hart van steen en Helga Ruebsamen met Het lied en de waarheid, een roman die in 1997 verscheen. Vriendinnenproza is het genoemd. Ze hebben niks te vertellen. Laat staan dat ze met hun romans in de buurt komen van �de superieure uitdrukkingsvorm' (Thom�se) die de literatuur zou moeten zijn.

Niks te vertellen? Er valt ongetwijfeld wat op I.M. af te dingen, want niet alles wat Connie Palmen over haar man schrijft, gaat de lezer aan. Soms heeft ze haar woede niet in de hand. De zus van Ischa Meijer zal weinig gecharmeerd zijn van dit boek, -een valser kreng bestaat niet- net zo min als Rudolf Kiers van de VPRO die Ischa Meijer op straat zette. Maar het is een liefdevol portret geworden over een man die niet altijd even genereus was.

Als uitgangspunt voor haar roman Een hart van steen koos Renate Dorrestein de drama's die zo lang de media hebben beheerst: ouders die hun kinderen ombrengen. Het is, naar menselijk begrip, te ingrijpend om van zulke gebeurtenissen ook maar iets te kunnen invoelen, maar Renate Dorrestein is erin geslaagd een aangrijpende roman te maken. Geen melodrama, geen vals sentiment, maar de integere literaire verbeelding van een proces dat nauwelijks is te beschrijven.

Geen wonder dat deze drie vrouwen tijdens de verkiezing van de Trouw Publieksprijs domineerden. Denigrerend wordt er nu beweerd dat het recept voor het schrijven van een bestseller uiterst eenvoudig is. Zorg ervoor dat er een aantal �formats' aanwezig is: schrijf moedig, openhartig, herkenbaar, meeslepend, trefzeker en de grote prijzen kunnen je niet ontgaan. Het zijn discussies om moedeloos van te worden, ook al omdat dezelfde polemieken in de jaren zeventig woedden. Toen heette het dat de literatuur gedomineerd werd door �het subjectivistiese proza' met een overdaad aan aandacht voor het persoonlijke leven van de auteurs. �Autobiografisch exhibitionisme' (Joost Zwagerman) wordt het nu genoemd, maar de argumenten zijn even belegen als toentertijd.

Het enige verschil is dat de literatuur nu een marketing produkt is waar veel geld aan valt te verdienen. In luttele maanden is de 100.000 exemplaren grens te behalen, waar een roman als De donkere kamer van Damocles van W.F. Hermans toch dertig jaar over deed. De uitgever van Connie Palmen maakte met I.M, (185.000 verkochte exemplaren) een bruto-omzet van ongeveer 10 miljoen gulden. Uitgeverij De Geus kwam dit jaar met Anna, Hanna en Johanna(Marianne Frederiksson, 200.000 ex.) op een ongeveer even hoge omzet uit, maar kan daarom een commercieel weinig aantrekkelijk, maar voor de Nederlandse literatuur belangrijk nieuw fonds gaan opbouwen met auteurs als Wim Duijst, Yasmine Allas, Paul Witte en Elisabeth Nobel. Het zijn namen van wie een aantal pas in de jaaroverzichten van het jaar 2000-en zoveel voorkomt.

Het jaar 1998 was opvallend vanwege twee debutanten. Het beste debuut was zonder twijfel Abessijnse kronieken van Moses Isegawa. De verteller moet in Oeganda zien te overleven in een periode van onderdrukking, moord, geheimzinnige verdwijningen, ontvoeringen en buitenissigheden in folterkamers. Verkrachtingen zijn aan de orde van de dag, ook de verteller wordt slachtoffer. Kindsoldaten, kleine jongens in veel te grote uniformen, maken de dienst uit. Tot verrassing van velen bleek Abessijnse kronieken ook de meest verkochte Nederlandstalige roman te zijn. Isegawa verovert het komende jaar de VS en Europa, dat is zeker.

Het andere debuut is vrijwel onopgemerkt gebleven: De wilde getallen van Philibert Schogt. Het is een hartstochtelijke roman over een jonge professor die een beroemd en berucht wiskundig probleem denkt te hebben opgelost. De roman lijkt gebaseerd te zijn op de ontdekking van Andrew Wiles die de wereldpers haalde met het bewijs voor de laatste stelling van Fermat - een wetenschappelijke gebeurtenis die voor wiskundigen gelijk staat aan de splitsing van het atoom of de ontdekking van de structuur van het DNA. Philibert Schogt schreef een roman over de bezetenheid van de wetenschapper Isaac Swift en deed dat uitzonderlijk goed.

De prijzen gingen dit jaar naar de coryfee�n. De P.C.Hooftprijs 1998 naar F.B.Hotz, de Gouden Uil was voor In Babylon van Marcel M�ring, de Libris Literatuur Prijs werd uitgereikt aan J.J. Voskuil voor Plankton en de grote Europese onderscheiding, de Aristeion- literatuurprijs, was voor De geruchten van Hugo Claus. Gezien het aanbod van dit jaar zullen het waarschijnlijk weer de gevestigde namen zijn die in 1999 de prijzen kunnen ophalen.

Harry Mulisch schreef met De procedure een roman waarvan menigeen vindt dat hij De ontdekking van de hemel evenaarde. Het is een vertelling over de uitleg van de wereldschokkende ontdekking, de ebiont, maar tegelijk een roman over het schrijven zelf. Zo maakt Victor Werker uit het niets een levend organisme, zo maakt Mulisch uit stofwolken een roman. De microbioloog Werker heeft het werk van God overbodig gemaakt, evenzogoed is de schrijver een schepper, net als God, die met zijn oeuvre een nieuw organisme cre�ert waarin alles met alles is verbonden. Deze theorie heeft Mulisch in andere boeken eerder uitgelegd, De procedure is er de demonstratie van, zoals de titel al aangeeft.

Ook Cees Nooteboom kwam met een bijzondere roman, Allerzielen. Als cameraman voor CNN, BRT en NPS legt Arthur Daane de wereld vast zoals die iedere dag te zien is in journaals en documentaires. Het is de wereld van de bombardementen, van de corruptie schandalen en van de moordcommando's. Er is een tweede wereld, maar daarvoor hebben zijn opdrachtgevers geen belangstelling. Arthur Daane filmt het licht en de schemering, zonsopgangen, voetstappen van voorbijgangers, de kale takken van een boom. Hij heeft belangstelling voor alles wat overbodig is, waar niemand op let. De beelden die hij voor zichzelf maakt, gaan over tijd, over vergankelijkheid, over anonimiteit en over afscheid. Daarover gaat Allerzielen, de omvangrijkste en misschien wel de beste roman die Cees Nooteboom schreef.

Hugo Claus eindigde het jaar met de raadselachtige novelle Het laatste bed en kwam in januari 1998 met de voortreffelijke roman Onvoltooid verleden, wat in zekere zin een vervolg is op De geruchten. Hoofdperoon is No�l Catrijsse, die zich heeft ontpopt als een seriemoordenaar. De roman werd aangekondigd als het portret van een schuldenaar, die zowel slachtoffer als dader is. Het is er Hugo Claus om te doen ieder inzicht in het onderscheid tussen schuld en onschuld te ontregelen.

Mulisch, Nooteboom en Claus bepaalden het literaire jaar. Iets minder dominant, maar zeer verdienstelijk waren Maarten �t Hart met De vlieger, Tessa de Loo in het voetspoor van Lord Byron in Een varken in het paleis, Kees van Beijnum met De ordening, F.Springer met Kandy, een terugtocht, Paul Claes met De Phoenix, Erik Vlaminck met De portrettentrekker en op de valreep Robert Anker met de generatieroman Vrouwenzand en Henk van Woerden met Een mond vol glas, de afsluiting van de Zuid-Afrika trilogie.

In vergelijking met voorafgaande jaren kwam de Nederlandse overzeese geschiedenis (Cynthia McLeod, Frank Martinus Arion, Jan Brokken) nauwelijks aan bod. De tijd van de requiem- boeken (Adriaan van Dis, A.F.TH. van der Heijden, Nicolaas Matsier) behoort aan het einde van dit decennium definitief tot het verleden. Er verschenen geen forse biografie�n in 1998 (behalve over Hanlo) en bijzondere historische romans (Arthur Japin, Fr�deric Bastet, Thomas Rosenboom) werden er ook niet geschreven.

�Schrijfsters en lezeressen maken de dienst uit,' schreef Elsevier onlangs, �de herenkritiek heeft steeds meer het nakijken.' Het is een gemakkelijke uitspraak, louter gebaseerd op de succesverkopen van Connie Palmen, Lulu Wang, Marianne Frederiksson en Anna Enquist. Even gemakkelijk als de aanval van Thom�se die een �narcistische samenzwering' ziet, waar niets is. Literatuur is en blijft een zaak van eenlingen, zonder groepsvorming, zonder succesformules.

Mijn top tien van 1998:

1. Harry Mulisch: De procedure

2. Cees Nooteboom: Allerzielen

3. Hugo Claus: Onvoltooid verleden

4. Moses Isegawa: Abessijnse kronieken

5. Connie Palmen: I.M.

6. Philibert Schogt: De wilde getallen

7. Renate Dorrestein: Een hart van steen

8. Erik Vlaminck: De portrettentrekker

9. Robert Anker: Vrouwenzand

10. Tessa de Loo: Een varken in het paleis


Hosted by www.Geocities.ws

1