Schrijver Bernlef, J.
Titel Onder ijsbergen
Jaar van uitgave 1981
Bron Nieuwsblad van het Noorden
Publicatiedatum
13-01-1982Recensent Everhard Huizing
Recensietitel Eskimo-tragiek in nieuwe Bernlef
J. Bemelf legt in zijn romans een opvallende voorkeur voor onherbergzame, onbarmhartige landschappen aan de dag. De locatie van "Onder ijsbergen ", zijn nieuwste roman, getuigt daar ook weer van: Groenland, het grootste eiland ter wereld en nog steeds een kolonie van Denemarken, hoewel dit land het liever kwijt dan rijk is. Leven op deze gigantische met ijs en sneeuw gevulde schotel is eigenlijk slechts mogelijk op de randen.
De oorspronkelijke bevolking wordt er gevormd door de Eskimo's (in hun eigen taal: de Inuit), wier cultuur steeds minder bestand lijkt tegen westerse invloeden. De meeste Inuit hebben hun eigen nederzettingen verlaten en werken als arbeiders in de gamalenfabrieken, die de Denen op Groenland hebben neergepoot. Ze sparen voor koelkasten en televisies en lijken zich zo langzamerhand voor hun eigen cultuur te schamen, al doet zich af en toe nog een door de oude tradities gevoede oprisping voor.
Eén keer resulteert dit in een moord en het is deze gebeurtenis, die het uitgangspunt vormt voor de handeling in "Onder ijsbergen". Ooit heeft een jonge Inuit zijn grootmoeder gedood omdat deze bezeten zou zijn door een boze geest en daardoor een bedreiging vonnde voor de gemeenschap. Omdat het besluit om de vrouw te doden collectief genomen was, eist de gehele dorpsbevolking de schuld voor zich op. Maar alleen de kleinzoon wordt veroordeeld: het Deense wetboek van strafrecht kent geen begrip als collectieve schuld.
Als het boek begint, zijn we al een paar jaar verder en heeft de dader zich al enige tijd terug in zijn cel opgehangen. Onder druk van de publieke opinie heeft de Deense regering besloten de zaak nog eens te onderzoeken. Zij stuurt daartoe rechter Jakob Olsen, de hoofdpersoon van de roman, naar groenland als waarnemer.
Olsen neemt zijn intrek in een hotel in Jakobshavn, een troosteloos kuststadje, dat bewoond wordt door Inuit en Denen en waar alles draait om drank en vis. Olsen gaat welgemoed aan het werk en wil zich zoveel mogelijk een onbevooroordeeld en objectief waamemer betonen. ffij bezoekt allerlei mensen, die met de zaak te maken hebben gehad en noteert zelfs de meest banaal schijnende kleinigheden. Dit alles resulteert echter in een steeds groter wordende desoriëntatie. Deze bereikt haar hoogtepunt als Olsen hoort dat zijn vader is overleden. Ook die was rechter, maar één van het soort voor wie waarheid waarheid was en het recht een strenge meetlat, waaraan eik menselijk handelen probleen-doos getoetst kon worden. Olsen daarentegen gaat zich meer en meer voelen als iemand, die in bad een stuk zeep probeert te grijpen:
"Je kreeg het niet te pakken en terwijl je vergeefse en een beetje belachelijk uitziende pogingen in de badkuip ondernam, zag je het water langzaam ondoorzichtig worden van het smeltende stukje zeep."
"-- krijgt het gevoel dat hij datgene waar het om gaat niet onder woorden kan brengen en dat het
rui
belangrijkste verzwegen blijft:
"Een romanschrijver kon dat misschien. Door een aaneenschakeling van op het eerste gezicht weinig betekenisvolle details ontstond een beeld, helder en precies, van wat niet expliciet vermeld werd. In een roman. Een rapport van een waarnemer mocht in geen opzicht op een roman lijken.
De onkenbaarheid van de werkelijkheid: een in de Nederlandse romanliteratuur van de laatste jaren waarlijk niet verwaarloosde thematiek. Weliswaar kan Bernlef in dezen geen modieus epigonisme verweten worden (ook in ouder werk van hem speelt dit thema namelijk al een belangrijke rol), maar inhoudelijk is deze roman weinig interessant. Dat het toch een zeer leesbaar boek is geworden, is waarschijnlijk te danken aan de uitstekend gedocumenteerde manier waarop Bernlef de teloorgang van de Eskimocultuur weet te beschrijven.
Ook de desolate sfeer van het door het woeste ij slandschap gedomineerde en door verloederde, alcoholistische Eskimo's en Denen bewoonde stadje is zeer beeldend weergegeven. Temeer omdat dit stadje niet enkel dienst als een puur exotische locatie, maar ook een duidelijke symbolische functie vervult als achtergrond van een aantal met zorg getekende bijfiguren, zoals een aan lager wal geraakte jazz-pianist en een ietwat stuurloos geraakte ex-onderwijzeres. Hoezeer ook Bernlef in deze onderdelen bewijst te kunnen schrijven, hiet boek is niettemin niet meer geworden dan de som ervan. En dat had anders kunnen worden als het hoofdthema op een wat belangwekkender manier gestalte had gekregen.