|
Trouw, 23 februari 2002 |
|
|
|
|
|
Vijf grootouders, verre neven, en een rij-instructeur |
|
|
|
|
|
JONATHAN
HUSEMAN |
|
|
|
|
|
De
verteller in de tweede roman van Benali is een nog ongeboren kind. Via die
foetus met verhalende gaven slingert hij, net als in zijn debuut 'Bruiloft
aan zee', allerlei wonderlijke verhalen de wereld in. Dat gaat in 'De
langverwachte' goed zolang het om één verhaallijn gaat. Maar de talloze
geschiedenissen tezamen vormen een warrig web van personages en belevenissen.
Kern van het verhaal
zijn de zeventienjarige Marokkaan Mehdi en zijn even jonge Nederlandse
vriendin Diana, de aanstaande ouders van het kind. Daaromheen cirkelen vijf
grootouders, verre neven, vrienden en vriendinnen, een rij-instructeur langs,
een imam, wonderdokters en zo dijt het aantal personages nog wat uit. Maar tal van
figuren hebben slechts een beperkte functie in het geheel, waardoor 'De
langverwachte' lang onbestemd en richtingloos blijft. Na honderd bladzijden
rijst de vraag waar Benali heen wil. De culturen die in Rotterdam samenkomen
brengen figuren voort met verschillende verledens die zoeken naar een manier
om met elkaar om te gaan. Ze hebben allemaal hun eigen verhalen en
herinneringen en wellicht draait het daar om: om hun gescheiden geschiedenis
en gedeelde toekomst. Het ongeboren kind loopt met de gave de geschiedenissen
van haar familie te kunnen vertellen vooruit op dat speuren naar háár
achtergrond. Maar het is in de brij voorvallen zoeken naar zulke
overeenkomsten. Verhalen
vertellen om het verhalen vertellen; daar is niets mis mee, zo bewees Benali
hij met zijn geestige en gelauwerde debuut 'Bruiloft aan zee'. Dat boek
stevende in sneltreinvaart op de geplande bruiloft af, hier en daar een
afslag nemend voor een bekoorlijke terzijde. Ook 'De langverwachte' - de
titel is zonder twijfel ook een verwijzing naar de tijd die zat tussen
Benali's debuut en roman twee - werkt toe naar een helder eindpunt: de
geboorte. Maar voor het overige staat dit boek in contrast met Benali's
eersteling. Ditmaal ontspoort het gevaarte en ontaardt de onbevangenheid in
vrijblijvendheid. Benali's tweede roman is een worsteling met een overdaad
aan figuren, losse ideetjes, hoe aardig soms ook, en de stijl. Benali brengt
zijn zinnen niet altijd tot een goed einde en wekt de indruk dat hij haast
had om zijn mêlee van gedachten en vondsten op papier te krijgen. Net als in
Benali's debuut 'Bruiloft aan zee' komt de naar Rotterdam geëmigreerde
familie uit de streek Iwojen in Marokko. Speelde de bruiloft zich vrijwel
helemaal af in Marokko, de langverwachte komt ter wereld in Rotterdam. Haar
Marokkaanse vader en Nederlandse moeder en de bemoeienis van hun ouders
bieden Benali mogelijkheden om spanning te creëren tussen de verschillende
culturen én generaties. Die cultuurverschillen buit Benali een enkele keer
mooi uit, bijvoorbeeld wanneer Mehdi bij het Riagg aanklopt en vertelt over
'sghor' (een soort gekte) en 'fkih's' (wonderdokters), en over de rare
gewoontes van zijn vader Driss. Hier komen de verschillende werelden waarin Mehdi
zich beweegt - tussen Riagg en imam - samen en is Benali op zijn best. De
jeugdbelevenissen van Driss en Malika, de ouders van Mehdi, in Marokko zijn
sprookjesachtig en de vergelijking voor de spataderen van moeder Malika is
beeldend: 'het lijkt alsof er Danish Blue op haar benen groeit'. En de
terzijdes over '100 % discretie' garanderende wonderdokters ('Wat een bluf
wat een overmoed! Honderd procent discretie krijg je alleen bij Allah en de
kindertelefoon'), de verkoper van halal-auto's en de tirade die Driss elke
zondag voor de radio houdt, zijn vermakelijk. Dan pakt de springerige
vertelling goed uit. Maar daartegenover staan minder geslaagde voorbeelden.
De Hindoestaanse eigenaar van een belwinkel die kibbelend met zijn
moslimhulpje kerstversiering aanbrengt en de rij-instructeur met klompvoet,
wat voegen ze toe? De bijna
vertederende gesprekken tussen de imam en Mehdi en de vriendschap tussen
Mehdi en Boedoeft, die zich moeizaam ontwikkelt tot iets meer dan de
constatering dat ze vrienden zijn, tonen samen met de gevatte beschrijvingen
Benali's talent. Maar dat duikt in de uitwerking van de karakters te
sporadisch op. Benali werkt zijn schetsen van minder vluchtige relaties niet
uit. Hopelijk neemt hij volgende keer de tijd om dat wel te doen en de mindere
ingevingen bij het vuilnis te zetten, zodat zijn stoet personages in het
geheel tot de verbeelding spreekt. |
|