Schrijver Beckman, Thea
Titel Wij zijn wegwerpkinderen
Jaar van uitgave 1980
Bron NRC Handelsblad
Publicatiedatum
09-01-1981Recensent Anne de Vries
Recensietitel
Een paar maanden geleden vertelde Thea Beckman in een interview in deze krant, dat de hoofdpersonen van haar nieuwe boek echt bestaan. Een meis'e dat al jaren met haar broers in een kindertehuis woonde, had geprotesteerd dat er over haar en haar lotgenoten nooit een boek geschreven werd. "Nou kind, je hebt gelijk, dan zal ik het maar eens doen." schreef Thea Beckman terug. En ze hield woord.
Nu hoeft zoiets natuurlijk nog geen goed boek op te leveren. Daarvoor is het niet nodig dat de personen en hun belevenissen aan de realiteit ontleend zijn, maar dat ze voor de lezer realiteit worden. Strikt literair gezien, mogen het dan louter leugens zijn. Maar bij een onderwerp als dit is het toch niet onbelangrijk, dat de wereld die de auteur oproept zoveel mogelijk met de realiteit te maken heeft.
Des te gelukkiger is het, dat Thea Beckman ook aan die andere, literaire voorwaarde voldoet. Zij is nu eemnaal een geboren vertelster en zij weet de lezer mee te voeren in plaats van zich zelf door haar onderwerp te laten meeslepen. Volgens de regels van de kunst bouwt zij haar verhaal op, waardoor Wij zijn wegwerpkinderen niet zo loodzwaar is geworden als de meeste kinderboeken over dit soort onderwerpen. We maken eerst kennis met de hoofdpersonen en hun nieuwe tehuis en dan pas, stukje bij beetje zoals het hoort met hun problemen. Daarbij laat Thea Beckman zien dat ze oog heeft voor details: door alle overplaatsingen leert Yvonne zich nooit teveel aan iemand te hechten; ze is jaloers op een vriendin, omdat haar moeder niet zo gediplomeerd deskundig is als de leiding van het tehuis en dus echt bóós kan worden! Thea Beckman geeft ervaringen en gevoelens in plaats van uitleg. Eerst zien we Yvonne afscheid nemen van de leidster uit een vorig tehuis, we ontdekken met haar dat haar moeder afstand van haar heeft gedaan, en dan pas lezen we het woord wegwerpkinderen. Het is een conclusie die bijna overbodig is, want om Thea Beckman zelf nog eens te citeren: "Je ruikt de sfeer, het hoeft niet eens uitgesproken te worden." Zij zei dat in hetzelfde interview over haar bezoek aan het tehuis van de "echte" Yvonne, maar het geldt ook voor haar verhaal.
Dat brengt me dan meteen op een punt van kritiek. Yvonne is als vertelster van het verhaal wat te wijs, zij kan haar situatie iets te goed analyseren; en als verhaalpersoon praat ze wat ouwelijk. Maar misschien moet dat niet toegeschreven worden aan een neiging om toch terloops het een en ander uit te leggen, maar eerder aan een gebrek aan stilistische vaardigheid. De dialogen zijn wat aan de stijve kant en ook verder zit Beckman er soms nèt even naast. Niet alleen in haar taalgebruik overigens, maar een enkele keer ook in de uitbeelding van de personen.
Een ontmoeting met de moeder, door Yvonne opgespoord, moet natuurlijk op een mislukking uitdraaien, maar ze is net iets te ongeïnteresseerd en verbitterd om geloofwaardig te zijn. En al is de vader - een aardige slappeling - genuanceerder getekend, hij heeft als boef tegen wil en dank toch wat melodramatische trekjes, zeker in contrast met de moeder.
Toch heeft Thea Beckman geen melodrama willen schrijven, te oordelen naar deze relativering eerder in het boek: "Het klonk als een smartlap van de Zangeres-Zonder-Naarn, maar haar verdriet was echt, dat kon je zien." Op punten waar haar eigen verhaal tegen het kermislied aanleunt, had zij een betere begeleiding verdiend. Maar editing bestaat nu eemnaal niet in Nederland, we hebben er zelfs geen woord voor.
Buiten de genoemde passages is overigens geen sprake van effectbejag. Yvonne is niet door en door zielig en ze zal evenmin de gouden bergen bereiken. Tehuizen en pleeggezinnen zijn genuanceerd getekend en de kinderen reageren verschillend. Tegenover een probleemfiguur staan zowel heel onopvallende kinderen als een jongen die zich er met grappen doorheen slaat. Geen pamflet dus, geen smartlap, maar een leesbaar boek. En dat is al heel wat.