Schrijver Beckman, Thea
Titel Rad van fortuin, Het
Jaar van uitgave 1978
Bron De Telegraaf
Publicatiedatum 04-03-1978
Recensent Anneke Munnik
Recensietitel Thea Beckman completeerde trilogie
Thea Beckman heeft haar trilogie voor de jeugd voltooid. In bijna duizend bladzijden - in drie jaar geschreven - beschrijft ze zesendertig jaar van de honderdjarige oorlog tussen Frankrijk en Engeland, met als centrale figuur de Franse volksheid Bertrand du Guescfin, een ridder van boerenafkomst.
Het grappige is dat ze helemaal niet van plan was er een trilogie van te maken: "Halverwege het eerste boek", aldus mevrouw Beckman, "kwam ik tot de ontdekking dat ik het niet in één boek kreeg, waarop ik Lemniscaat heb gevraagd een tweede te mogen maken. En bij het tweede ging het net zo".
Nu is er toch een punt achter gezet, hoewel ze nog stof genoeg heeft voor meer. Leek het er in het eerste deel, "Geef me de ruimte" nog op dat een ambitieus Belgisch meisje de hoofdrol speelde, ondanks haar aanwezigheid tot en met het derde deel wordt duidelijk dat Du Guesclin, die een historische figuur is, veel belangrijker is dan de anderen.
In de epiloog refereert mevrouw Beckman ook aan een boek, geschreven door één van de figuren, Matthis Cuvelier, over deze lompe boer die Frankrijk bevrijdde van de Engelsen. Ik had zo'n idee dat dat Thea Beckman's voornaamste inspiratiebron is geweest.
Thea Beckman: "Dat is het ook geworden, maar het gekke is dat ik Du Guesclin er eerst helemaal buiten wilde houden. Ik hou niet van oorlogshelden, maar Du Guesclin is ook meer een volksheid. Ik heb erg veel gelezen over dat tijdperk en stuitte voortdurend op die naam. Ik kon er eigenlijk niet omheen"
Jong meisje
Aanvankelijk speelde dus dat jonge Belgische meisje de hoofdrol. Zij is een produkt van de fantasie. Marie-Claire, die wel altijd Thea Beckman's favoriete figuur is gebleven, is onmensjes achtig en past geheel in de emancipatiegedachte, die mevrouw Beckman aanhangt. Marie-Claire vlucht voor een opgedrongen huwelijk, trouwt met de trouvère (= troubadour) Berton de Fleur, die ook door Thea Beckman is geschapen en wordt het symbool van Franse vaderlandsliefde, "Gods vlindertje " in de woorden van het volk. Zij is de ster van het eerste boek.
In het laatste gaat haar bijna bovernnenselijke goedheid een beetje irriteren, ook al laat de schrijfster haar een keer danig uit haar heilige rol vallen. Haar pleegzoon Matthis Cuvelier, die dus wèl heeft bestaan, neemt in het tweede deel de hoofdrol over en hij komt ook in het derde meer uit de verf dan Marie-Claire.
De belangrijkste persoon in het laatste boek dat vorige week verscheen, is zijn pleegbroertje Robert, een te klein jongetje dat alom met "dwerg" wordt betiteld, maar dat was volgens Thea
Beckman heel normaal in die tijd: "Ik vind die neiging van tegenwoordig om dat tere
kinderzieltje zo te sparen ook nogal overdreven .
De politiek
Wat opvalt in "Het rad van fortuin" is dat Thea Beckman meer ruimte heeft gegeven aan het gevoelsleven van de hoofdpersonen. Daardoor worden de menselijke verhoudingen bepaald interessanter maar het gaat wel ten koste van de politiek, die in het tweede deel de boventoon voert, en dat vind ik jammer.
Thea Beckman heeft er slag van de politiek van die tijd, die nogal ver van ons af staat op een boeiende manier te verduidelijken, zodat de geschiedenisiessen gaan leven. Zelf vindt ze het trouwens ookjammer. In de vele kinderbrieven die er na de eerste twee delen binnenkwamen werd haar gevraagd om er niet zoveel historie in te doen.
Thea Beckman: "Ik stoor me wel aan kritiek, maar dan moet ik het er wel mee eens zijn". Verder vroegen de kinderen al meteen wanneer het volgende deel kwam. Het is te hopen dat ze dat nu niet doen, want Thea Beckman is druk bezig met het voorbereiden van een boek dat in een heel ander tijdperk speelt: de tweede helft van de zeventiende eeuw.
Strategie komt wel veel voor in het laatste deel; we rollen van de ene veldslag in de andere. Frankrijk, Engeland en Spanje spelen daar een rol bij, maar het is altijd Du Guesclin tegen de rest van de wereld en Frankrijk tegen de vijand. Maar hoewel Thea Beckman zich in deze trilogie duidelijk zeer verknocht toont aan Frankrijk ("dat was ik daarvoor al", zegt ze), verloochent ze de visie van de Engelsen niet. En dat vind ik wel de kracht van deze drie dikke pillen, die overigens ook los van elkaar kunnen worden gelezen.
Hoewel mevrouw Beckman het er mee eens is dat het wel een dikke stapel papier is voor kinderen, zijn de reacties, vooral van de brugklasleeftijd, zodanig dat het ernaar uitziet dat het kinderen niet gaat om de hoeveelheid, maar om de spanning. En daar kunnen we ook helemaal niet over klagen,