Schrijver Beekman, Thea
Titel Mijn vader woont in Brazilië
Jaar van uitgave 1974
Bron De Telegraaf
Publicatiedatum 21-10-1975
Recensent Anneke Munnik
Recensietitel Kinderen waarderen de realiteit
"Natuurlijk is dat leuker, als jouw boek door kinderen gekozen wordt je schrijft toch voor kinderen?" Dit zegt Thea Beckman, wier boek "Mijn vader woont in Brazilië" door vijf van de kindeijury's (Amsterdam, Rotterd@ Den Haag, Amstelveen en Nijverdal) als beste werd gekozen.
Mevrouw Beckman heeft al een keer de Gouden Griffel gewonnen voor haar boek "Kruistocht in spijkerbroek" vorig jaar en daarvoor - in 1971 - ook een Zilveren Griffel voor "Met Korilu de griemel rond". "Dat is een hele eer en het levert financieel voordeel op, maar als kinderen je kiezen geeft dat veel meer voldoening ".
De boeken, die door de kindeijury's werden beoordeeld, waren al geselecteerd omdat het anders te veel zou worden. Daarom is het des te opvallender dat de mening van de kindeijury's niet bepaald overeenkomt met die van de "grote" jury's.
"lfijn vader woont in Brazilië " gaat over de dochter van een ongehuwde moeder, die daarom nogal eens scheef aangekeken wordt. Monique, heeft daar last van en daarom schrijft ze in een opstel dat haar vader ingenieur in Brazifië is. Dat klopt, maar hij heeft al die tijd niets van zich laten horen. Tot hij op een dag terugkomt "om zijn schuld te vereffenen ".
Actueel Monique en haar moeder proberen samen te beslissen of zij met hem mee moeten gaan naar Brazilië. Een moeilijke beslissing, want pa vertelt ook nog dat hij in Rio de Janeiro twee zoontjes heeft en dat zijn vrouw kort geleden is overleden. Moniques moeder heeft zich altijd goed gered, ondanks vele tegenslagen, en pleit voor het recht van de vrouw om over haar eigen leven te beslissen en onafhankelijk te zijn van de man.
Uiteindelijk bedankt ze voor de eer om met Monique in Brazilië voor de twee jongetjes te gaan zorgen en zo in één klap alle problemen "op te lossen" en de vader van zijn schuldgevoel af te helpen. Ze staat overigens niet onsympathiek tegenover haar vroegere geliefde.
het is dus een zeer actueel boek, in dagboekvorm geschreven. Eerst zien we door "ddel van het dagboek van Albert-Jan, Moniques vriendje, hoe de buitenwereld tegen zdn situatie aankijkt, en dan uit Moniques dagboek hoe moeilijk het is om er zelf in te zitten.
Thea Beckman: "Wat de kinderen het meest waarderen is de realiteit van het verhaal. Dat blijkt ook uit de juryrapporten ". Uit die rapporten blijkt overigens ook dat er zeer nauwgezet te werk is gegaan. Er is kritiek op de titel en op de omslag en hoewel de verschillende jury's het daar duidelijk niet over eens waren, kwarnen ze wel tot dezelfde conclusie.
Mevrouw Beckman heeft zelf alleen volwassen kinderen. Schrijven is voor haar de verwezenlijking van een jeugddroom. Haar andere ideaal was der wetenschap en ook dat is bijna verwezenlijkt.
Toen haar kinderen groot genoeg waren is zij de avondschool gaan doen en nu studeert ze psychologie. Met het schrijven dus een druk leven. "Schrijven is raijn vak. Ik betaal daarvan mijn studie en ben dus helemaal onafhankelijk ".
Elk boek van Thea Beckman is weer heel anders dan het vorige. En van het onderwerp van elk boek wordt eerst uitgebreid studie gemaakt.
het idee voor haar laatste boek kreeg zij doordat een kennis haar attent maakte op de vreemde ideeën die mensen hebben over alleenstaande vrouwen, en de moeilijkheden die daardoor ontstaan. "En dat was dan nog een weduwe, die was temninste nog getrouwd geweest. Kun je nagaan hoe zwaar een ongehuwde moeder het te verduren heeft".
Thea Beckman heeft eerst alles gelezen over voogdijraden, toeziende voogden en dergelijken, waardoor er een wereld voor haar openging en daannee een uitstekend boek voor de jeugd. Mevrouw Beckman heeft vrij veel contact met haar vakgenoten, met wie ze ook onderwerpen bespreekt: "Het komt zelfs wel voor dat wij elkaar ideeën toespelen. Er is ons eens gevraagd waarom wij toch zo goed met elkaar kunnen opschieten, want er heerst weliswaar concurrentie, maar geen rivaliteit tussen ons.
We zijn ons er in gaan verdiepen en kwamen tot de conclusie dat schrijvers van kinderboeken een slag apart zijn. We zijn waarschijnlijk wat meer verdraagzaam en gemakkelijker in de omgang, dan andere schrijvers. Daarom kunnen wij ook voor kinderen schrijven.