Trouw, 22 juli 1998

 

Thea Beckman is een laatbloeier

 

NANDA ROEP

BUNNIK - Morgen wordt ze 75, maar ze maakt zich niet druk. Onlangs werd ze geridderd in de Orde van Oranje Nassau en 'dat was leuk'. Op dezelfde dag verscheen haar nieuwe boek 'Vrijgevochten' dat zich in Zierikzee en Tunesië afspeelt, en ze wil nog zoveel mogelijk boeken maken. Thea Beckman is bovenal een nuchtere vrouw.

Haar verjaardag

``We gaan met de familie eten, verder niks. Ik heb drie kinderen en vijf kleinkinderen, die hopelijk geen redevoeringen gaan houden, want daar hou ik helemaal niet van. Maar ik denk niet dat het gebeurt, want zij zijn net zo nuchter als ik. Mijn verjaardag is niets bijzonders voor me. Sowieso zijn veel mensen altijd op vakantie als ik jarig ben.''

``Als ik terugkijk, vind ik vooral dat ik geweldig heb geboft. Ik heb de Tweede Wereldoorlog meegemaakt en ik woonde bovendien in Rotterdam, maar ik ben goed door de bombardementen en de hongerwinter gekomen. Ik ontmoette een aardige man, ik had een goed huwelijk en heb aardige kinderen. Daarnaast heb ik mijn studie psychologie kunnen afmaken en heb ik succes gehad. Meer kan je niet verlangen.''

Ridder in de Orde van Oranje Nassau

``Het is een lintje met een kruis; een broche. Dat stop je in een foedraal, je zet het ergens neer en kijkt er verder niet meer naar om. En als ik doodga, moet het worden teruggestuurd. Een lintje krijg je in bruikleen, wist u dat? Het maakt me niet uit; ik heb er dan toch niets meer mee te maken; het zijn immers anderen die het moeten terugsturen.''

``Het was niet dusdanig dat ik naast mijn schoenen ga lopen, tenslotte lopen er honderden met een lintje in Nederland, maar het blijft een feit dat niet veel jeugdboekenauteurs er een kregen. Daarnaast was het leuk dat ik hem apart kreeg en niet in de lintjesregen in het voorjaar.''

``Ik denk wel aan mijn moeder die nu heel trots zou zijn geweest. Je moet niet vergeten dat ik enig kind ben, daar verwachten ouders vaak veel van. Maar goed, ze weet het nou eenmaal niet, dat krijg je er van als je een laatbloeier bent. En als mijn echtgenoot het had meegemaakt, was het leuker geweest. Helaas overleed hij bijna vijf jaar geleden. Nu is het vooral bijzonder voor mensen in mijn omgeving. Mijn kleinzoon van achttien, bijvoorbeeld, is razend trots op zijn oma.''

'Kruistocht in spijkerbroek'

``Zelf vind ik het niet mijn beste boek, maar mensen vinden het mooi, dus vooruit dan maar. De Kruistocht was mijn eerste historische boek, ik heb het met bevend hart geschreven en me voortdurend afgevraagd: kan ik het wel? Maar goed, het kreeg in 1974 een Gouden Griffel en in 1976 de Europese prijs voor het beste historische jeugdboek. Het was zo'n boek waarvan de uitgever zegt: Doe dat nog eens.''

``Ik hou meer van 'Hasse Simonsdochter'. Soms ben je eindeloos met een boek aan het worstelen, maar 'Hasse Simonsdochter' was zo'n verhaal waar alles mooi in elkaar viel. En dat schrijft zo lekker, weet u. Bij de Kruistocht dacht ik ook wel: o, wat gaat dat mooi, maar toch is het niet mijn lievelingsboek. Het zal een kwestie van smaak zijn.''

``Het succes van dat eerste historische boek is misschien niet meer overtroffen, maar dat is ook niet waarvoor ik schrijf. De ene keer is de reactie enthousiaster dan de andere keer, daar kan ik ook niets aan doen. Ik blijf boeken maken omdat ik het heerlijk vind om te reizen, research te doen en te schrijven. Als mensen het willen lezen, is dat alleen maar mooi.''

'Vrijgevochten'

``Ik ben slechts een dag of tien in Tunesië geweest, maar het heeft geweldige indruk op me gemaakt. Engeland, Frankrijk en Ierland zijn ook interessant, maar geen totaal andere wereld. Dat was Tunesië wel, al kan ik écht niet zeggen waarom ik dat vind.''

``Hoewel ik me verwant voel met hoofdpersoon Jasper, heeft de titel niets met mij te maken. Ik mocht als meisje inderdaad niet studeren en ik wilde graag schrijver worden. Dat ik die twee dromen op latere leeftijd'heb ingelost, geeft me toch niet het gevoel me vrijgevochten te hebben.''

Het dieptepunt

``Toen ik van racisme werd beschuldigd (door de voormalig voorzitter van de anti-racistische organisatie Parel; red.) vanwege mijn kinderboekenweekgeschenk 'Het wonder van Frieswijck' uit 1991 vond ik het vooral stom. Omdat mijn personages zich gedroegen zoals mensen vroeger nou eenmaal deden, werd ík voor racist uitgemaakt. Dat kan toch niet! Dan zou een schrijver van detectives als moordenaar worden beschouwd. Ik ben door dezelfde man zelfs van antisemitisme beschuldigd. En waarom? Omdat ik een Portugese koopman een kromme neus had gegeven. Het woord 'jood' kwam in het hele boek niet voor! Ik beschouw het eigenlijk niet eens als een dieptepunt, ik vond die man gewoon een stommeling. En met domme mensen heb ik niet veel geduld.''

Het hoogtepunt

``Toen ik in 1981 afstudeerde, heb ik een groot feest gegeven in De Bilt. Iedereen van de uitgeverij was er en mijn familie, die toen natuurlijk nog een stuk groter was. Dat was zó leuk! Nee, ik denk bij het hoogtepunt niet aan bekroningen, maar aan dat feest.''

``Ik maakte mijn afstudeerscriptie over het gegeven dat vrouwen meestal succesangst hebben. Eén van de symptomen is dat ze hun succes aan anderen toeschrijven. Aan het einde zei ik dat ik een analyse van mezelf wilde, want ik was tenslotte ook succesvol. Daardoor kwam ik tot de ontdekking dat ik het óók deed! Ik zei altijd: het lukt me omdat ik een goede uitgever heb en een man die geen bezwaren maakt. Terwijl ik het toch echt allemaal zélf heb gedaan.''

De toekomst

``Ik ga gewoon door met ademhalen tot het stopt. In ieder geval wil ik boeken blijven maken, maar ik heb geen haast. Het zal misschien gebeuren dat ik een plan niet heb kunnen uitvoeren, nou ja, dan heb ik pech gehad. Ik heb Vestdijk vroeger eens gevraagd of hij nooit moe werd van het schrijven. Toen antwoordde hij: 'Je kan het toch zittend doen?' En zo is het ook.''

 

Hosted by www.Geocities.ws

1