Schrijver Beckman, Thea
Titel Hasse Simonsdochter
Jaar van uitgave 1983

Bron Het Parool
Publicatiedatum 29-08-1983
Recensent Max Verbeek
Recensietitel Leesbare kost van schrijvers van naam
Beckman: Dikke pil vol historie
Vandaag liggen ze in de boekhandel: Hasse Simonsdochter van Thea Beckman en De Kloof van Jan Terlouw. Thea Beckman
produceert sinds 1970 jaarlijks een redelijk tot uitstekend jeugdboek. Een
nieuwe van haar is dus wel fijn, maar op zich niets bijzonders. Een nieuwe Jan Terlouw is echter reden tot juichen, zeker als hij zo goed
is als deze. Sinds 1975 heeft hij geen jeugdboek meer geschreven terwijl hij er
acht schreef tussen 1970 en 1975, waaronder inmiddels
klassieken als Koning van Katoren, Oorlogswinter en Oosterschelde
Windkracht 10.
Hasse Simonsdochter
Thea Beckman schrijft
afwisselend eigentijdse jeugdromans, zoals Mijn vader woont in Brazilië, Wij
zijn wegwerpkinderen en historische, zoals Kruistocht in spijkerbroek, De Gouden
dolk en nu weer Hasse Simonsdochter.
Het speelt zich af in de 15de eeuw in en rond de drukke Hanzestad Kampen. Hasse, 15 jaar, volgens haar bijgelovige ouders een elfen (=duivels) kind, wordt door Beckman
verlekkerd beschreven als een lenige, mooie, felle, vrijgevochten, levenslustige
meid: de droom van elk meisje en voor elke jongen! Hasse
weet aan haar benauwende milieu te ontsnappen door zich aan te sluiten bij de
bastaardridder Jan van Schaffelaar, een huursoldaat
die wegens zijn afkomst en zijn beroep ook een buitenbeentje is in deze
middeleeuwse samenleving. Samen stellen ze zich aan het hoofd van een vendel
huurlingen in dienst van de hertog van Gelre. Van Schaffelaar is een harde maar ridderlijke houwdegen. Hasse is zijn gelijke; zij dwingt als trefzekere
boogschutter het respect van de mannen af. De geschiedenis is bekend maar
vooral dankzij de inbreng van Hasse toch weer
verrassend en spannend beschreven: het plunderende vendel wordt in Bameveld in het nauw gedreven en Jan maakt zijn
legendarische sprong van de kerktoren om vrije aftocht voor Hasse
en zijn troep te krijgen. Hasse besluit dan het
vendel te verlaten en terug te keren naar Kampen, waar ze heel goed voor
zichzelf bljkt te kunnen zorgen. Het einde is niet
helemaal verrassend maar ook voor de lezer zeer bevredigend. Een dikke pil, die
je nog wel eens zou willen lezen geschreven in een lossere stijl dan ik van Thea Beckman gewend ben, met hier
en daar zelfs een voorzichtige seksscène en met iets minder nadrukkelijke
geschiedenislessen, al kan ze
het natuurlijk niet laten de stad Kampen uitvoerig te beschrijven en flink uit
te weiden over de Hoekse en Kabeljauwse twisten en typisch middeleeuwse
ambachten als het klokkengieten en de aflatenhandel. Zeker geen historie, maar
zeer eigentijds zijn de thema's van het verhaal: de drang naar zelfstandigheid
van een zelfbewust meisje en de schijnheilige houding van de keurige burgers
tegenover de "outlaws". Kortom een zeer leesbaar en leerzaam verhaal.
Terlouw: Hier en daar wat politiek
Dat geldt in versterkte mate voor De Kloof
van Jan Terlouw: wat een lekker spannend boek!
Het land
Berg en Dal is lang geleden door een aardbeving in tweeën gesplitst. Het arme
Dal verlangt naar een brugverbinding, het welvarende Bergen heeft daar geen
belang bij. Pogingen van goedwillende lieden om de verbindingen tussen beide
delen van het land te vergemakkelijken lopen om onverklaarbare redenen op niets
uit. De 16-jarige Ginder erft van zijn oma haar dagboeken, waarin een geheim
staat beschreven, zijn moeder heeft het echter verbrand; hij weet nog twee
halfverkoolde pagina's te redden. Ginder is een typische Terlouw-hoofdpersoon:
bijna -volwassen, een beetje stijf, eerlijk, ondernemend en slim. Net als Stach in Katoren gaat hij de moeilijkheden niet uit de weg,
integendeel. Samen met Barbara, een meisje uit Dal,
weet hij stap voor stap achter het geheim van zijn oma te komen en de puzzel
van de dagboekbladen op te lossen. Hij dank zijn verstand, zij dank zij haar intuitie: al is Barbara nog zo geëmancipeerd, de rollen zijn keurig
verdeeld! Zo komen ze er achter dat invloedrijke zakenlieden en geleerden
zogenaamd aan de ontwikkeling van een brug meewerken maar in werkelijkheid de
zaak saboteren. Ze zijn natuurlijk net iets sneller en slimmer dan de politie
en dank zij hen kan er weer serieus gewerkt worden aan het overbruggen van de
koof tussen Berg en Dal. Net als in Koning van Katoren verpakt Terlouw een maatschappij-kritische
boodschap in een spannend verhaal, al ligt het er nu niet zo dik bovenop. Je
kunt de kloof vergelijken met de Berlijnse Muur, de
kloof tussen Oost en West en Berg en Dal met het rijke
noordelijke halfrond en het arme zuiden. Zoals Beckman
haar verhaal onderbreekt voor een geschiedenislesje ,
zo neemt Terlouw soms de tijd voor een politieke
beschouwing. Genadeloos beschrijft hij het politieke gekonkel. De ex-politicus Terlouw lijkt hier af te rekenen met een stukje verleden.
Zwak, sfeerloos is zijn beschrijving van plaats en tijd waarin het verhaal zich
afspeelt. Vreemd is de keuze van de namen: Joren
Verloren, Domen Campagne, Ginder Sekoer, Tanker Inodoor! Onwaarschijnlijk is de episode over de ontvoerde
geleerde die na 25 jaar gevangenschap zijn huiswerk zo goed gedaan heeft, dat
hij volledig op de hoogte blijkt van de nieuwste stand van zaken in de
wetenschap. Afgezien van deze bedenkingen is De Kloof een uitstekend verhaal,
dat de lezer in meer dan een opzicht aan het denken zet. Jan Terlouw, fijn datje weer schrijft!