RUSSELL ARTUS
Zonder wijzers
Amsterdam: Meulenhoff
228 blz.
ER zijn momenten waarop het leven waar je deel van uitmaakt, je niet
recht in het gezicht treft, maar heel vanzelfsprekend langs je heen
scheert, zoals bijvoorbeeld de slinger voorbijgaat aan de achterwand van een klok,
of een te hoog zwevende boemerang de uitgestoken hand met gestrekte
vingers mist.''
Fraaier kon de Indiase vader van Nigel Qureshi, hoofdpersoon van Russell
Artus' roman Zonder wijzers, zijn levensgevoel niet onder woorden
brengen. Hij spreekt niet alleen in naam van de migrant die met westerse
waarden kampt, maar ook in naam van zijn zoon en diens medespelers in dit
voor een zesentwintigjarige Nederlander nogal ambitieus debuut.
Nigel wist het nog niet, toen hij als kind in Spanje een stierengevecht
zag: de arena fascineerde hem, leek op een klok zonder wijzers. Maar het
gevecht op leven en dood ging toen nog aan hem voorbij.
Het Engels klinkende pseudoniem Russell Artus maakt deel uit van het
rookgordijn waarmee de schrijver een paar vaste grenzen wil doen vervagen.
Zonder wijzers speelt zich gedeeltelijk in Engeland af, wat bij mijn
weten niet zo vaak voorkomt in Nederlandse boeken. Anderzijds is de
problematiek ons niet onbekend. Als ,,familieroman in verhalen'' wortelt het boek
in een broeierig psychorealisme, dat geheel eigen is aan de literatuur van
de Lage Landen.
Dat betekent gelukkig allemaal niet dat Zonder wijzers druipt
van de geheimzinnigheid en onleesbaar zou zijn. De vijf verhalen waaruit de
roman is samengesteld, mogen dan al in grote mate op zichzelf staan, ze
spiegelen zich toch zodanig aan elkaar dat er een grote strukturele helderheid
ontstaat. Een interessante techniek, ook al redt Russell Artus het niet
helemaal.
Zonder wijzers hoort dus thuis ergens in het niemandsland
tussen verhalenbundel en roman.
HET boek begint met een dialoog tussen Nigel Qureshi's moeder en zijn
broer. Die vertelt over zijn verblijf in Afrika, waar hij dagenlang een
meisje bezocht dat aan aids lag te sterven. Deze wat gratuite informatie
wordt niet uitgediept. Overigens, Russell Artus sleept in zijn ambitie om een
zo volledig mogelijk wereldbeeld te scheppen, wel eens vaker ballast mee.
De gewrongen sfeer tussen moeder en zoon maakt duidelijk dat er een
pijnlijke familiegeschiedenis aan voorafging. Sfeer is heel belangrijk in
Zonder wijzers. Onder meer daardoor krijgt dat eerste hoofdstuk,
naarmate het boek vordert, meer en meer het karakter van een ouverture. De vier
volgende bewegingen diepen namelijk het verleden uit.
Het tweede verhaal, waarin Nigel Qureshi vertelt over de bizarre
zelfmoord van zijn Nederlandse vriendinnetje - het gezin is na de dood van zijn
vader van Engeland naar Nederland verhuisd - is nadrukkelijk regressief
opgebouwd. Deze knappe vondst doet het geheel in een apart, dromerig realisme
baden. Vanaf hier niets gewrongens meer; Russell Artus ontwikkelt een brede,
ongedwongen stijl, die zijn personages moeiteloos in het kader van de
vroege jaren negentig plaatst.
Het derde hoofdstuk zet met Nigels Engelse jeugd een volgende stap terug
in de tijd en schetst weer een heel andere wereld. Toen zijn moeder de
knappe Indiase verloofde van haar zus afsnoepte, ontstond er een
familiekonflikt dat mee aan de basis ligt van Nigels ongemakkelijke bestaan. Opnieuw
houdt Russell Artus preciezere uitleg achter.
Het vierde hoofdstuk, wat mij betreft het minst geslaagde, laat Nigel
Qureshi zien als de mysterieuze halfbloed die hij voor buitenstaanders is. De
verteller is hier namelijk een Nederlandse jongen, die in Spanje verliefd
op hem wordt en daarna in Marseille in kontakt komt met een soort ,,Dead
Poets' Society'', een stelletje vrienden dat heil zoekt in al dan niet
gefingeerde uitspattingen.
,,De onverzadigbaren'' heet dit verhaal, maar meer dan een zekere
dekadentie introduceren doet het niet. Het losgeslagen karakter van Nigels
liefdesleven, dat model staat voor dat van een hele generatie, wordt wel
benadrukt, maar tegelijk wordt de hele zaak wat uit zijn kontekst gerukt. Maat
houden zit er bij Russell Artus nog niet helemaal in.
IN het laatste en knapste verhaal laat Russell Artus eindelijk Nigels
vader aan het woord, wat de hele familiegeschiedenis in een ander daglicht
plaatst. Tot dan toe werd het boek gedomineerd door een westerse kijk op
de dingen.
Stambh - Stammy - was wel een Indiër, maar toen hij naar Engeland
emigreerde, moest hij zich aan de prestatiemaatschappij aanpassen en ook aan
haar relationele patronen. De voor hem ongewoon uitdagende seks met Nigels
moeder werkte in eerste instantie bevrijdend, maar weldra zag hij in haar de
carrièrevrouw bovenkomen en verkoelde de verhouding. Stambh, die voortdurend
op reis was voor zijn werk, nam elke nacht een andere vrouw mee naar zijn
hotelkamer, op zoek naar liefde. Zijn ontworteling leidde tot de ziekte van
Hodgkin; op een dag kwam er een bericht dat hij in een hotel was
overleden.
Met dit obsederende laatste verhaal komt Russell Artus gelukkig niet al
te nadrukkelijk terug op het kontrast tussen Oost en West dat hij in het
beginhoofdstuk introduceerde. De geschiedenis van de vader onderstreept gewoon
de geschiedenis van de zoon, en zo ook die van zijn generatie. Want het
gevoel hoort niet exclusief aan hem toe.
Nigel is een jongen van zijn tijd. Hij zwalpt tussen de pietluttige
verwachtingen die in hem worden gesteld en het benauwende gevoel wereldburger te
zijn in een samenleving die steeds meer wordt gedomineerd door angst voor
de dood. Het leven glipte hem door de vingers, toen zijn vriendin
opzettelijk het kanaal inreed en Nigel alleen aan wal klom. Sindsdien zijn
menselijke banden en persoonlijke herinneringen - waar iedereen een leven lang aan
bouwt - onbetekenend gaan lijken voor hem.
RUSSELL ARTUS heeft op een bijna visionaire manier de familieroman
geherformuleerd. Zonder wijzers is het boek van een uiteenvallende
familie: de levenssfeer van haar leden hangt nog wel met grote haken aan
elkaar, maar het geloof in het geheel is verdwenen. Zelfs het individu lijkt
niet meer essentieel voor het voortbestaan ervan.
Een ietwat moedeloze, vroegwijze gedachte, die door de jonge auteur nog
met een zekere aarzeling wordt gebracht. Maar door met vijf relatief
losstaande verhalen een heuse romanwereld te creëren, is zijn boek een overtuigend
jeugdportret geworden.
Hier en daar blijft Russell Artus' klok zonder wijzers nog wel wat
haperen, maar ze wordt dan ook bewogen door een raderwerk dat niet vooruit, maar
achteruit loopt.
KAREL OSSTYN