 |
 |
 |
Tegengestelde bewegingen.
ROBERT ANKER, Vrouwenzand Robert Anker doet een gooi naar de top
Karel Osstyn Harry
Mulisch, Geerten Meijsing en vooral A.F.Th van der Heijden hebben er een
te duchten concurrent bij: Robert Anker droomt voor zijn roman
Vrouwenzand van het label ,,Grote Nederlandse Roman''. En daartoe
heeft hij redenen te over.
De
,,Grote Roman'' is in de Nederlandse Letteren zo langzamerhand een
beschermde soort geworden. Wie beschrijft er - op Mulisch, Meijsing en Van
der Heijden na - zijn karakters nog zo episch dat hij er een hele
generatie mee doorlicht? De auteurs in kwestie wekken er in plaats van
ontzag soms nijd mee op. Gelukkig voor hen zijn ze weer een beetje
minder alleen, nu er een troonpretendent is opgestaan: Robert Anker. Anker
geniet al langer bekendheid als dichter, maar schrijft al een paar jaar
ook met succes proza. Nu slaat hij toe met een indrukwekkende roman:
Vrouwenzand. Anker en Van der Heijden hebben meer overeenkomsten
gemeen. Vooreerst speelt Vrouwenzand - de titel verwijst naar de
naam van het vissersdorpje in Zeeland, waar Ankers hoofdfiguur vandaan
komt - zich net als De tandeloze tijd gedeeltelijk af in het
Amsterdamse kraakmilieu van de jaren zeventig en krijgen we/* opnieuw*/
ook hier een beeld van de rellen ter gelegenheid van de kroning van
Beatrix . Bovendien is Ankers hoofdfiguur, Paul Masereeuw, net als Ernst
Quispel uit Advocaat van de hanen, een jurist die zijn carrière
begon als pleiter pro deo voor minder gefortuneerde slachtoffers
. Oppervlakkig gezien houdt hier de gelijkenis op, want
Vrouwenzand ontwikkelt zich verder als een maffiathriller rond
drugs- en politietoestanden, maar gaandeweg verlegt Anker zijn aandacht en
maakt hij, net als Van der Heijden, de balans op van de persoonlijke
crisis die zijn hoofdfiguur treft. Onvermijdelijk vraag je je af of
Anker Van der Heijden soms concurrentie heeft willen aandoen. Maar niemand
heeft exclusieve rechten op de recente Nederlandse geschiedenis. Trouwens,
Anker is zes jaar ouder dan zijn collega en schetst bijgevolg alweer een
andere generatie - die van de ,,babyboomers''. Bovendien lijkt hij bij
zijn gooi naar het absolute meesterschap in de Nederlandse letteren het
idee van een Grote Roman veeleer te persifleren . Ik kan u alvast
garanderen: er valt ook zonder vergelijken van Vrouwenzand te
genieten.
Bijna loopt Robert
Anker in de val om ,,alles'' in zijn roman te willen stoppen. Gelukkig
laat hij zich leiden door Masereeuws materialistisch ingestelde aard, die
hem van een links geëngageerd advocaat heeft doen evolueren naar raadsheer
van een drugsbaron. Geld, macht, bezit, vrouwen: het idealisme van weleer
- was dat er ooit wel? - lijkt ver weg. Maar hij blijft niet ongenaakbaar:
plotseling wordt hij gedwongen afstand te nemen en begint hij voor
zichzelf een en ander op papier te zetten. Tot veel meer dan nostalgie om
het verloren paradijs brengt die bezinning hem niet, maar het is
genoeg. Anker houdt het met opzet luchtig: Vrouwenzand is in de
goede traditie van het superieure boek geen zware kost Toch heeft de roman
ook een aantal structurele gebreken ingebouwd gekregen; de misdaadplot
wordt bewust vaag gehouden, als om eraan te herinneren dat het boek niet
in de eerste plaats als een thriller is bedoeld. Vrouwenzand is
niet zozeer grensverleggend omdat het je voortdurend op het verkeerde been
zet. Belangrijk is Ankers taal, die bijzonder zelfverzekerd is. Hij speelt
virtuoos met woorden, springt gedurfd van de eerste naar de derde persoon,
is niet bang van telegramstijl - maar als lezer pik je het allemaal.
Personage Paul Masereeuw pent tussen de bedrijven door zelf zijn
,,memoires'' neer, en als verteller flitst hij van heden naar verleden dat
het een aard heeft. Bij Anker schuilt de perfectie niet in vorm of
inhoud, maar in het moment, in elke zin die hij formuleert. Daarin herken
je de poëet: alles loopt met een soepelheid die je niet voor mogelijk
houdt. Vandaar dat Vrouwenzand zich heel natuurlijk op het
allerhoogste niveau nestelt en groeit het bijna onmerkbaar naar zijn
finale toe - een regelrechte anticlimax.
Anker situeert zijn roman in 1994, wanneer Paul
Masereeuw in de knoei raakt met een van zijn klanten, die in softdrugs
handelt. Eerst had hij zich er niet aan willen verbranden, maar Jerôme
Bodde - zo heet de man - heeft een dwingende persoonlijkheid. En zo
bekeerde Masereeuw zich langzamerhand tot de verkeerde kant. Anker
portretteert hem als een opportunist, een gehaaide streber zonder
waarden. Centraal staat de vraag of Bodde in een valstrik werd gelokt
door de politie, die een partij heroïne tussen zijn marihuana verborg, of
dat hij wel degelijk ook harddrugs verhandelde. Masereeuw speelt grof spel
door te dreigen met een politieschandaal in de pers, maar wordt
ondertussen diverse malen door een stel zware jongens opgezocht. Het wordt
hem te veel en hij blaast de aftocht naar Venetië. De sprong is niet zo
vreemd: Masereeuws moeder was Italiaanse en ze leerde hem als kind de
taal. In de memoires die hij in Venetië begint, is het maar een wip
naar zijn Zeelandse jeugd. In zijn geboortedorp Vrouwenzand begon namelijk
Masereeuws lange vriendschap met John de la Rive Patijn, een kind van
welgestelde ouders die later kunstenaar werd en verslaafd raakte aan
drugs. Vriendschap is een belangrijk element in het boek: de dood van
Patijn en van zijn studievriend Herman Ploeg, met wie hij ten tijde van de
kraakbeweging zijn eerste advocatenkantoor opzette, zet Masereeuw pas echt
aan het denken. Anker benut diverse hoofdstukken om de genese en de
groei van die vriendschap toe te lichten, maar chronologisch houdt hij
zich aan een ongewone orde: hoofdstukken over Masereeuws neo-marxistische
kraaktijd, over zijn studiejaren, waarin hij van corpsbal naar links
geëngageerd advocaat evolueerde, over zijn legerdienst, zijn kinder- en
schooltijd gaan lijnrecht tegen de misdaadplot in. Als er een beweging in
Vrouwenzand zit, dan is het een tegengestelde: naarmate Masereeuw
dieper in de nesten raakt, graaft hij steeds verder terug in zijn
verleden. Bij momenten is dat er wat te veel aan, tot duidelijk wordt
dat Vrouwenzand daardoor als karakterroman/* doet groeien*/ groeit.
Na de dood van zijn vrienden trekt Masereeuw immers zijn conclusies,
verkoopt zijn aandeel in het advocatenkantoor, doet zijn hele hebben en
houden van de hand en vertrekt opnieuw naar Venetië - misschien
definitief, maar eerst en vooral toch om zijn memoires af te werken. Je
zou het in het begin niet van Paul Masereeuw hebben/* kunnen associëren,
en*/ verwacht, maar toch is hier sprake van een catharsis, een afstandname
van het mondaine Amsterdam. In ieder geval lost Anker zo zijn
modieus-paranoïde basisintrige af met een veel klassieker stof, wat de
indruk nog versterkt dat hij aldoor behoorlijk de draak aan het steken was
met al dat trendy gedoe. Het vergt moed om je wereldse verhaal te verlaten
en in het ijle te springen om je aan zo'n contrasterende beweging te
wagen. Maar zoiets is nu eenmaal noodzakelijk voor een Grote
Roman.
Paul Masereeuw is een man
zonder scrupules of geweten, iemand die ook bang is voor verbintenissen.
Hij is geen rokkenjager, maar heeft wel zijn zwakheden: de belangrijkste
is zijn twintig jaar jongere, ook al zo succesvolle nichtje Anna, dat hem
wijselijk op afstand houdt: ,,Ik val op je omdat je zo'n persoonlijkheid
bent, zo'n onuitwisbare aanwezigheid, maar dat is ook precies waarom ik
nooit met je zou kunnen leven. Zoveel spanning als er op jou staat, zoveel
onrust, zoveel wispelturigheid. En zo afwezig als jij bent, innerlijk
dan.'' Het is hier, in zijn eenzaamheid en verlangen, dat Masereeuw ten
slotte toch iets tragisch en aimabels krijgt, iets wat pas helemaal
doorzet wanneer hij het Vrouwenzand uit zijn kindertijd laat verrijzen
zoals hij het achtergelaten heeft. Het dorp van zijn herinneringen, zijn
moeder, zijn vriendjes, de dingen die niet voorbijgaan. Eindelijk durft
hij Vrouwenzand, dat moeras waarin een man dreigt te verzwelgen als hij
zich overgeeft aan emoties en zwakheid, in de ogen te zien en te erkennen
dat hij gefaald heeft en kwetsbaar is. Daarmee suggereert Robert Anker
dat er een moment komt dat het leven niet gewoon meer geleefd kan worden,
maar moet worden uitgediept. Het is iets heel anders dan Van der Heijdens
,,leven in de breedte''; Masereeuw is geen junkie in wording zoals Albert
Egberts, maar een die wil afkicken van zijn carrière en het makkelijke
succes. Zijn behoefte tot herbronnen is er geen in de spirituele betekenis
van het woord, maar in de letterlijke: hij wil een stand van zaken maken
en daarvoor moet hij terug naar de waarheid, dat hij van eenvoudige
afkomst is en niet thuishoort tussen het klatergoud. Een laatste
opmerking: ,,Vrouwenzand'' staat niet op de kaart van Zuid-Zeeland. Waarom
is niet helemaal duidelijk; alle andere locaties in het boek bestaan
immers wel. Wil Robert Anker zo het mythische erfgoed van zijn eigen jeugd
beschermen, of wil hij gewoon zijn verlangen naar zuiverheid extra
verleidelijk maken?
ROBERT ANKER, Vrouwenzand, Querido,
Amsterdam, 566 blz., 999 fr.
Terug
|