Wespeneiland
Auteur : Abbing
Uitgever : Leopold B.V.
Rubriek : Kinderboeken
Fiction : 13 en ouder
Trouw, 6 februari 1999
Roel Faber kweekt wespen zonder angel
Nanda Roep
Het is pas drie jaar geleden dat Abbing & Van Cleeff debuteerden met de jeugddetective 'Struisvogelkoorts'. Intussen hebben ze een Zilveren Griffel op zak voor hun tweede boek 'De zwarte rugzak'. Hun werk werd bewierookt met woorden als 'bloedstollend', 'spannend en avontuurlijk', en 'meeslepend'.
Nu is hun derde boek verschenen, 'Wespeneiland', en moet ik met spijt constateren dat het mij niet kan boeien - wat niet zozeer door Abbing & Van Cleeff komt, want zij schrijven goed. Het zal het genre zijn dat niet voor mij is weggelegd. Ik frons mijn wenkbrauwen al aan de start van de ontwikkelingen als de drie hoofdpersonen, Isa (13), Finn (13) en Edith (10), een brief vinden met de volgende tekst: ``rampzalig. Ik ben zo bang. Ik weet niet van wie dit misdadige plan afkomstig is - maar als het doorgaat, betekent dat voor ons allemaal het einde. Je moet nu iets doen. Straks op Darskyl is het te laat. Naar mij luisteren ze niet. Ze zijn gek - gevaarlijk gek. Je moet nu onmiddellijk. . .'' De rest van de tekst is onleesbaar omdat per ongeluk een fles 'kleurloze vloeistof' over het papier is gevallen.
Niet alleen is de brief me te theatraal gesteld, bovendien maakt de onwaarschijnlijk nuchtere reactie van de kinderen me sceptisch: ``Godsamme, zei Finn. Wat moeten we daar nou mee?''
Om van 'Wespeneiland' te genieten, moet je kunnen geloven in een wereld waarin iedereen je mogelijk een loer kan, wil en zal draaien - ook al ben je nog helemaal niets verdachts op het spoor. Wanneer iemand me zegt dat de wereld bestaat uit vampieren en weerwolven, zoals Paul van Loon in zijn griezelboeken, lopen de rillingen direct over mijn rug. Maar ik wil er niet aan als iemand vertelt dat mensen elkaar zonder reden kwaad willen doen, zeker niet drie jonge kinderen die zich in principe van geen kwaad bewust zijn. Als je je niet kunt laten meeslepen, is dat terecht spijtig, want de ontwikkelingen die volgen in 'Wespeneiland', zijn talrijk en heftig.
Tijdens een vakantie op het eiland Darskyl, ontmoeten Lisa en haar zusje Edith de jongen Finn, met wie ze vriendschap sluiten. Finn is gek op vliegeren en als hij Isa het laat proberen, raakt de vlieger in de boom. Met zijn drieën klimmen ze daar vervolgens in om de vlieger eruit te halen. Dan worden ze gezien door de beroemde filmer Tony Kirk, bekend van de enge film 'Het Web', die over spinnen gaat. Hij vraagt of de kinderen willen meewerken aan zijn nieuwe film, die over wespen gaat - daarvoor moeten ze een week langer op het eiland blijven.
Het maken van de film is één lijn in 'Wespeneiland'. Hier zijn de volgende mensen verdacht: de dierentrainer Roel Faber, die de wespen heeft afgericht en bovendien wespen zonder angel heeft gekweekt. Hij is verdacht omdat de wespen overal dreigend zwermen en omdat zijn neefje doodsangsten lijkt uit te staan. Tony Kirk zelf, omdat hij zich wisselend uiterst charmant en dan weer kortaf opstelt. De blonde Claudia, die de ster is van de film.
Isa vormt een zeker bedreiging voor Claudia, omdat zij de scènes overneemt die Claudia zelf niet wil spelen, zoals duiken van een hoge rots of het afknippen van haar haren. Dus verwisselt Claudia de angelloze wespen voor de gewone wespen en wordt Isa in haar hoofd gestoken. Claudia zelf noemt dit een grap en vindt dat Isa ertegen moet kunnen. Tot slot is de hele filmploeg verdacht, omdat die zich afzijdig houdt en onvriendelijk overkomt.
De tweede lijn in 'Wespeneiland' gaat over de zieke jongen David, die denkt dat hij osteofractose heeft na een ongeluk in Chili, waarbij zijn ouders omkwamen. ``Dat is een tropische ziekte waarbij je botten in een soort dooie takken veranderen. Je breekt het ene bot na het andere.'' Hij woont bij zijn oom Roel de dierentrainer, en zijn tante Ibis. Deze oom en tante zijn druk bezig de film te monteren die ze in Chili hebben geschoten, toen ze samen met Davids ouders de bijzondere buidelvogel ontdekten - hiermee zullen ze in één klap beroemd worden.
De ontknoping van 'Wespeneiland', wil ik niet verklappen. Maar de steen die bij de panische brief zat, en waar alles om leek te draaien, blijkt amper van belang. De bruin leren handschoen die ze op het bed in hun hotelkamer terugvinden, komt nergens terug. De boomscène, waarvoor ze bij de film werden gevraagd, wordt nooit opgenomen. Waar de wespenfilm nou over moet gaan, blijft sowieso in het ongewisse. Als er iets gebeurt, lijken de kinderen het nauwelijks op te merken en als er niets gebeurt, is alles verdacht. Wanneer een regelrechte poging tot moord wordt gedaan, is hun antwoord: ``Hé, kan je wel! Takkewijf!'' Nee, het is me allemaal te veel drukdoenerij en te onwaarschijnlijk. Soms is een bepaald genre gewoon niet voor iemand weggelegd.