|
Rogier van der Tholen - De tijd-terrorist (SF verhaal) |
02/05/1999.
Aantal woorden: 2835.
DE TIJD-TERRORIST
Complottheoreticus Michael Bates zat voorover gebogen aan zijn bureau in het
FBI-kantoor van Chicago. Papieren met formele opmaak en briefjes met wanhopige
kreten erop lagen door elkaar verspreid.
Ergens moest zijn lunch liggen.
Hij keek naar de klok aan de muur van de Afdeling Research. Zeven voor half een.
Zijn telecom meldde hem met zangerige altstem: 'Telefoon voor u, heer Bates.'
Bates wreef verschrikt zijn ogen uit en pakte de telecom van het bureau. Dit kon
wel eens belangrijk zijn.
'Bates.'
'Oke, luister goed. Dit is erg belangrijk.'
Bates gromde: 'Met wie spreek ik?'
'Dat doet er niet toe.' De man aan de andere kant van de lijn klonk geirriteerd.
Een vermoeide zucht volgde. 'Sorry, maar je zou me toch niet geloven. Maar neem
alsjeblieft van me aan dat wat ik nu ga zeggen van universeel belang is. Het lot
van de mensheid is in het geding.'
'Tut-tut,' mompelde Bates nonchalant door de hoorn. 'Loop vooral niet te hard
van stapel. Vertel me eerst maar eens wat voor belangrijke informatie je hebt.'
Hij pakte een potlood en speelde wat met de kleurinstellingen.
'Oke. Heb je pen en papier bij de hand?' vroeg de stem.
Bates ritselde door de stapel papieren en vond een kortingscoupon voor een
gokhuis. 'Hmmm...' mompelde hij verbaasd. Al die onbestelde junkmail kwam hem de
strot uit. Hij draaide de coupon om en ging in een schrijfhouding zitten. 'Brand
maar los.'
'Goed. Er is een ongeval gebeurd op Delta Decima, de tiende maan van de vierde
planeet in het ComTrans-stelsel. Heb je dat? Goed. Hier komen de coördinaten.
Eenentwintig komma negentien graden noorderbreedte, vierenzeventig komma
achtendertig graden oosterlengte. Heb je dat?' De stem klonk gespannen.
'Ik heb het. Om wat voor ongeval gaat het?'
De stem aarzelde. 'Een terroristische aktie.'
'Aha. Maar daarvoor moet je niet bij mij wezen.'
'Wees nu niet een bureaucratische lul en luister naar me. Het is van evident
belang dat je naar Delta toegaat. Er staat heel wat op het spel. Er is grote
kans dat dit je doorbraak wordt.'
Bates grinnikte. 'Mooi is dat. Eerst word ik door een wildvreemde uitgescholden
voor bureaucratische lul en dan verwacht je zeker dat ik jouw vuile zaakjes ga
opknappen. Waarom doe je het zelf niet?'
Geruis. 'Ik kan nu niet...' De verbinding werd verbroken.
Bates keek naar de telecom in zijn hand en haalde zijn schouders op. Vreemde
kerel was dat. Hij bekeek de aantekeningen nog eens. Sinds wanneer werd Delta
Decima door mensen bewoond? Hij begreep er niets van.
Maar waar was zijn lunchpakket?
Met een diepe zucht ontspande hij zijn lichaam en dacht na. Toen hij hier
vanochtend om acht uur kwam had hij hem hier toch neergelegd? Een zorgvuldig
door zijn lieve vrouw samengestelde vitaminencocktail met een biologisch gevuld
broodje. Dat broodje kon hem gestolen worden, maar die vitaminencocktail was
noodzakelijk om de dag fatsoenlijk door te komen. Zijn werk als
complottheoreticus vergde nogal wat van zijn paranoide denkvermogens en iedere
dag weer keerde hij afgepeigerd van zijn werk terug naar huis. Dit alles werd
nog eens zijn ondergang.
Met een doffe klap smeet hij de telecom weer op het bureau. Het belandde op een
stapel papieren die aan de andere kant van het bureau op de grond vielen. Bates
smoorde een vloek die hij had willen uitschreeuwen toen hij zag wat er onder de
berg papieren lag: zijn felbegeerde lunchpakket.
Bates liep even later met zijn vitaminencocktail door de kantine van het immense
FBI-kantoor. Het was een grote zaal met verschillende liftdeuren aan een kant en
voedselmachines aan de andere. Hij liep naar zijn vaste hoekje van lunchgenoten
en plofte in zijn ligveld. Hij groette de anderen in de kring. Allemaal mannen
met bezwete overhemden en uitdrukkingen van vermoeidheid en norsheid op hun
gezichten, net als hij. Er was een stilte gevallen en dat gaf Bates de
gelegenheid zijn gal te spuwen.
'Ik werk hier nu al sinds mijn twintigste en nog steeds heb ik geen promotie
naar het directoraat gemaakt. Om nog maar te zwijgen van een premie.' Hij
draaide de dop van zijn cocktailflesje.
Een van zijn collega's, een fors gebouwde man met een kaal en relatief groot
hoofd keek op. 'Jij kunt tenminste nog op onderzoek uit, de frisse buitenlucht
in. Velen van ons zitten de hele dag onder de bedrading, terwijl onze geesten
leeggezogen worden. Als jij als jongen niet zoveel achter de studieboeken had
gezeten...'
Dan had ik hier niet gezeten, dacht Bates.
Een pienter uitziende jongeman van begin dertig onderbrak hem. 'Ik begrijp wat
je bedoelt, Michael. Je voelt je ondergewaardeerd. Je kunt zoveel meer. Ik zeg
altijd maar tegen mezelf, Walt, zeg ik, Walt - ga met de stroom mee. Laat de
tijd haar werk doen en doe je werk zo goed je kunt. Dan kom je vanzelf wel een
keer hogerop.' Hij nam, tevreden over zijn uitspraak, een teug uit zijn
whiskyfles die naast hem op de grond had gestaan.
Bates nam ook een slok uit zijn flesje en keek naar buiten, naar de
muurschildering op het gebouw naast het FBI-kantoor. Ik moet weg hier, en wel
nu. Vastbesloten stond hij op om zich naar de liften te begeven.
#
Als complottheoreticus hoefde Bates altijd pas achteraf verantwoording af te
leggen van zijn daden aan het directoraat. Dit in verband met de mogelijke
medeplichtigheid van een van de directoraatleden aan het te onderzoeken complot.
Voorwaarde was echter wel dat hij een locatietikker om zijn pols droeg, die
iedere tien seconden registreerde waar hij zich bevond. Als de zaak afgehandeld
was moest hij de tikkerchips overdragen aan het directoraat. Tenzij een ander
complot dat niet toeliet.
Bates had een complot nodig om weg te kunnen gaan naar elders en hij had het
gevonden op zijn bureau. Een miserabel papiertje met potlood beschreven. Die
anonieme beller kreeg toch nog zijn zin.
Hij had zijn dienstwapen uit de bovenste bureaula tevoorschijn gehaald en in
zijn holster om zijn middel bevestigd. Bates had hem vaak genoeg moeten
gebruiken en nam sinds zijn laatste coma, waarin hij na een hinderlaag was
beland, geen risico's meer. De locatietikker zat al om zijn pols, klaar om
geactiveerd te worden.
Hij had zijn oude galactische atlas in boekvorm geraadpleegd. ("Brengt u
niet meer dan drie lichtjaren van de plek die u zoekt" stond er op de
kaft). Delta Decima was inderdaad niet bewoond. En het was er koud. Alles beter
dan hier blijven, dacht hij verbeten.
De gangen waren druk bevolkt met gewonde FBI-agenten in gepantserde pakken die
naar de ziekenboeg slenterden. Ze hadden waarschijnlijk een inval gedaan in een
van de vele zwevende drugsfabrieken die in de koele lucht boven het
Michigan-meer zweefden.
In de teleportatieruimte gekomen hees hij zich in een geavanceerd ruimtepak met
bewegingsbegeleidend circuit. Het was alweer een tijd geleden dat hij in een
ruimtepak gezeten had en hij merkte dat deze nieuwere versie aanzienlijk beter
aanvoelde dan de vorige.
Op het instrumentenpaneel stelde hij de coördinaten in: eennentwintig komma
negentien graden noorderbreedte, vierenzeventig komma achtendertig graden
oosterlengte, Delta Decima, ComTrans.
Uit de teleportatiekoker naast hem klom met veel moeite een andere FBI-agent met
schotwonden in zijn benen, die verdoofd door de pijnstillers op de vloer ging
liggen, in afwachting van de chirurgen.
Michael ging op het uitgeschoven bed liggen en liet zich langzaam de
teleportatiekoker in glijden, die in de muur was bevestigd. Een fel licht om hem
heen doofde zijn geest langzaam uit...
#
Weer bij bewustzijn gekomen keek hij onwennig om zich heen. Hij stond in een
vallei met links en rechts van hem kale rotsformaties. Aan de horizon prijkte de
oerwoudplaneet Delta hoog in de lucht, omringd door vier manen.
Bates zette een stap vooruit en voelde de lage zwaartekracht. Hij zweefde een
eind vooruit door de lucht en landde weer op de stoffige bodem. Een aangename
ervaring, maar daar was Bates niet voor gekomen. Hier zou een terroristische
actie gepleegd zijn. Nu, op deze lege en verlaten maan was allesbehalve sprake
van menselijke activiteit, laat staan terroristische.
Zijn paranoia begon op te spelen. Iemand wilde hem een loer draaien. Het was
vast een grap geweest van zijn collega's, omdat hij altijd zo'n zeikerd was. En
dat was nog de minst erge theorie die hij kon bedenken.
Plotseling zag Bates een gedaante uit het niets tevoorschijn komen. Het nam
langzaam vorm aan en liep naar hem toe. Het leek een mannelijke mensachtige te
zijn. Maar er was iets vreemds mee.
Hij liep achteruit, zijn kant op.
Bates staarde versuft naar de gedaante die met schokkende sprongen naar achteren
op hem af liep. Bates zette een aantal stappen vooruit.
De gedaante had hetzelfde pak aan als hijzelf. Iemand was hem achterna gegaan.
Een van de medeplichtigen aan het complot. Of een van zijn collega's. Misschien
was het een schipbreukeling. Bates wist niet wat hij moest doen en bleef
verstijfd van angst naar de gedaante kijken, die als een teruggespoelde film hem
naderde.
Hij was nu nog maar tien meter van hem af. Hij bleef rustig lopen, maar draaide
zich nog niet om. De gedaante bleef onverstoorbaar achteruit lopen en keek niet
op of om.
Een wezen hing achter een rotsmuurtje rechts van de vallei in de lucht en zag in
de verte de twee menselijke wezens naar elkaar toe bewegen. Zijn lichaam zag er
spookachtig uit en was een streng van dikke draden die voortdurend de omgeving
met hun sensoren aftastten. Het was tijd om te vertrekken van deze koude
stofbol. Hij daalde af naar beneden, richting de twee wezens.
Bates zag de man voor hem naderen. Hij bekeek het pak dat hij aanhad. Het was
identiek aan de zijne. Die man... dat ben ik! dacht hij verschrikt.
Inderdaad, hoorde Bates in zijn gedachten. Iets was zijn geest binnengedrongen
en nam bezit van hem. Moet me verzetten... ga weg... Een zwarte waas, alsof hij
de duistere diepte van een kolkende oceaan werd ingezogen. De doodsangst die hij
voelde brokkelde langzaam af, werd machteloosheid, vervaagde in berusting,
aanvaarding. In de verte een helder wit licht. Bates voelde zich langzaam
opgezogen worden in het witte licht en was verdwenen uit zijn eigen lichaam.
Het wezen ervaarde zijn nieuwe lichaam met een tevreden gevoel. Het was
weliswaar een zwak lichaam, hoofdzakelijk bestaande uit inferieure materie. Het
voldeed, maar was duidelijk minder ontwikkeld de lichamen die zijn eigen ras
vroeger had bezeten.
Terwijl het voor zich uit liep verkende het de hersens die ooit aan Bates hadden
toebehoort en nu hun chemische reacties voor een nieuwe bewoner uitvoerden. Het
wezen doorliep Bates' hele voorafgaande leven en vond daar alle gebeurtenissen
die hem hierheen hadden geleid. Dit waterwezen was zeer manipuleerbaar geweest.
De gebeurtenissen die naar de bezitname van Bates' lichaam door het wezen hadden
geleid waren allemaal te danken aan het feit dat de waterwezens in een
omgekeerde tijd leefden. Dat betekende dat deze wezens uit de oerknal ontstaan
waren in plaats van ernaar toe te leven. Fascinerend.
Maar hij had werk te doen. Hij bestudeerde het instrumentenpaneel op zijn romp
en drukte een knop in.
Langzaam verdween de gedaante van Bates in het niet, terwijl achter hem de
vroegere Bates aandachtig naar hem stond te staren, niet vermoedend wat hem te
wachten zou staan.
De nieuwe Bates daalde neer uit de teleportatiekoker en stond op. Haastig sprong
hij uit het ruimtepak, dat hij aan de muur terughing.
Hij mocht niet gezien worden en bestudeerde de ventilatiekokers. Hij verwijderde
een rooster en klom met veel behendigheid de koker in, op zoek naar een uitweg
uit het FBI-kantoor.
#
George Riovas bekeek nog eens de spullen die hij op de tafel had gelegd. Een
stapel getypte vellen, tekeningen en een schriftelijke verklaring. Bovenop lag
een brief die hij zojuist had geschreven. 'Een nieuwe ontdekking op het gebied
van de chronofysica' was de titel. 'Samenvatting: mijn theorie behelst de
hypothese dat de tijd zoals wij die kennen bestaat uit twee segmenten: een tijd
die relatief vooruit gaat (onze tijd) en een tijd die relatief achteruit gaat.
Deze twee tijden volgen elkaar afwisselend tot in het oneindige gedeeld op en
heffen elkaar door hun tegengestelde richtingen op. Dit is de wet van het behoud
van singulariteit.'
Naast de stapel papieren stond een flesje met witte pillen. 'Ik heb een stof
ontwikkeld die het tijdsbesef van de ene naar de andere tijd zou moeten kunnen
verschuiven. De formules staan vermeld in bijlage drie. Ik heb deze brief
geschreven voor het geval mijn eerste proeven met de stof fataal mochten zijn.
Als u dit leest heb ik gefaald in mijn proefnemingen. Aan u draag ik de taak op,
in naam van de wetenschap, om deze documenten naar een onafhankelijk,
wetenschappelijk instituut dat zich met chronofysica bezighoudt te brengen.'
George nam de stapel papieren van de tafel en deed ze in een stalen kist. Het
vacuumdeksel waarmee hij hem afsloot maakte een zuigend geluid. Hij nam het
flesje pillen en de stalen kist in zijn armen en liep vanuit het laboratorium
naar de tuin. Hij zou zijn ontdekkingen op een veilige plek, in de grond,
verbergen.
Kleine druppeltjes vielen uit de hemel op het gazon. Hij liep naar een diepe
kuil tussen twee struiken die hij eerder op de dag had gegraven en legde de
stalen kist erin. Hij nam de schop die in de aarde stak en schepte de aarde
terug in de kuil. De stalen kist verdween uit het zicht.
De pillen in het flesje bevatten George's tijdreversie-stoffen waar hij zoveel
jaren onderzoek naar had gedaan. Een pilletje moest voldoende zijn voor drie uur
in omgekeerde tijd. Hij nam een van de witte kraaltjes in zijn handpalm. Voordat
hij hem doorslikte aanschouwde hij de omgeving voor het geval het de laatste
keer zou zijn (de gevolgen van de pil voor de hersens waren moeilijk te
voorspellen) en sloeg de pil achterover.
Na een tijdje vertraagden de regendruppels. George hief zijn hand op om er een
op te vangen, maar zo ver kwam de druppel niet. Het bolvormige pakketje water
bleef even in de lucht hangen en versnelde toen langzaam omhoog. De andere
druppels gingen met dezelfde snelheid omhoog, waar ze vandaan waren gekomen.
Vanachter de rechterkant van het huis kwam een man aanlopen. Het was het wezen
in Bates' lichaam. Zijn kleren waren gescheurd en hij had enkele brandwonden op
zijn lichaam.
Toen George hem zag aankomen riep hij verbaasd: 'Michael Bates, wat doe jij
hier?' In anti-tijd, bedoelde hij.
Het wezen keek langs George heen, naar de andere George die in de aarde stond te
wroeten met een schop. 'Ik ben Michael niet.'
'Hoe bedoel je?' George keek zijn goede vriend niet-begrijpend aan. Maar iemand
die complottheoreticus was deed wel eens vaker vreemd.
'Ik ben een Tijd-terrorist, lid van een extremistische beweging die strijd tegen
iedere vorm van tijdmanipulatie door welk ras dan ook in het heelal. Iedereen
die ons dwars zit is gedoemd te sterven.' Hij haalde het pistool tevoorschijn en
een ruisende flits verdampte George's lichaam, dat door de wind uiteen waaide.
De George die nog niet in anti-tijd zat merkte er niets van en was nog steeds
aan het werk bij de kuil.
Het wezen liep snel weer naar de zijkant van het huis, waar hij op het vochtige
gras hurkte. De normale George was nu bezig met graven, niet wetend wat hem in
de toekomst te wachten zou staan. Het wezen draaide het hoofd van Bates' lichaam
langzaam om de hoek van het huis.
Aan de andere kant van de tuin was George net met de schop begonnen de kuil met
de kist te vullen met aarde. Zijn bewegingen werden door het wezen in anti-tijd
waargenomen, wat tot gevolg had dat de aarde niet in de kuil belandde, maar
eruit omhoog schoot en op de hoop naast de kuil terug belandde.
Het wezen wachtte tot George nog in zijn laboratorium was en liep naar de kuil.
Hij bukte zich en graafde met zijn handen een kuiltje in de kuil. Toen het
kuiltje diep genoeg was nam hij een zwarte bol uit zijn binnenzak. Hij stelde
het tijdsmechanisme in, legde voorzichtig de hittebom in het kuiltje en dekte
het af met aarde. Over enkele minuten zou er niets meer van de kist, de tuin en
het laboratorium over zijn.
Het wezen stond op en zocht in zijn jaszak. Hij nam een witte pil uit zijn
zakdoek en slikte hem door. De tijd begon langzaam vooruit te lopen. Hij liep
weg, op zoek naar een telecomcel, want hij had nog een belangrijk telefoontje te
plegen.
Een tijd later toetste de Tijd-terrorist een nummer in.
Aan de andere kant klonk een bekende stem. 'Bates.'
'Oke, luister goed. Dit is erg belangrijk.'
De stem gromde: 'Met wie spreek ik?'
'Dat doet er niet toe.' Hij zuchtte. 'Sorry, maar je zou me toch niet geloven.
Maar neem alsjeblieft van me aan dat wat ik nu ga zeggen van universeel belang
is. Het lot van de mensheid is in het geding.'
© Copyright Rogier van der Tholen - 02/05/1999. Alle rechten voorbehouden.