|
Rogier van der Tholen - Verhalen uit de buchan: 1 (SF verhaal) |
02/02/1997.
Aantal woorden: 1127.
VERHALEN UIT DE BUCHAN: 1
Inmiddels weten we allemaal dat de Spotters hun gasten in het gareel houden met behulp van zogenaamd 'geestbedwingers' - die de geest beïnvloeden van organismen. Ook al is dat weinig tot niet bekend, velen in de buchan hebben er al eens mee te maken gehad. Het fenomeen levert vele interessante anekdoten.
Een leuk voorbeeld hiervan is de Mythe van Amplitudo de Grote. Deze keizer
had eens het plan opgevat een sola op te blazen, zodat hij zijn reuzekaarsen
tegen woekerprijzen kon verkopen. In eerste instantie werden zijn gedachten
omtrent dit plan genegeerd door de geestbedwangdetectoren, maar toen hij eenmaal
klaar was om een schip naar een sola te laten vertrekken, gingen er rode lampjes
branden - ergens. Niemand weet precies of Amplitudo geestelijk niet helemaal in
orde was, maar aan de hand van de structuur van zijn plan kunnen we redelijke
conclusies trekken.
Een volk dat een keizer nodig heeft om te functioneren mag primitief heten. Zo
ook Amplitudo's volk. Zijn onderdanen waren allemaal bijziend, harig, viervoeter
en seniel. Allen leefde ze als mieren in een grote berg zand. Op de top van die
berg leefde Amplitudo in een geroeste duikboot, die met zijn staart diep in het
zand stak. De periscoop hing er nog aan een draadje bij. Gelukkig regende het
zelden tot nooit in dit gebied, want de berg had het zeker niet lang
uitgehouden. Hij hing aan elkaar met kabels, balken van verrot hout en
zandzakken en had een hoogte en breedte van ongeveer vier kilometer. Al met al
leek het op een vuilnisbelt.
Op een dag waste Ampli zich in het modder aan de oever van de bijna uitgedroogde
rivier Varken. Hij zong de liederen die zijn onderdanen eerbiedig voor hem
plachten te zingen en spetterde de modder in een straal van enkele meters om
zich heen. Na een half uur was hij het baden moe en werd hij door enkele
vrouwelijke slaven aan de kant gesleurd. Daar bleef hij in de zon liggen,
wachtend tot de modder op zijn lichaam was opgedroogd. Met de opgedroogde laag
modder op zijn lichaam leek hij meer op zijn onderdanen, zodat zij hem zouden
accepteren als hun keizer.
Daarna volgde de keizerlijke parade, naar de keizerlijke residentie, waarin
Ampli als een stuk slachtvee in een kooi (tegen aanslagen) werd voorgetrokken
door tientallen rauts (grote, varkensachtige olifanten). Volgens de traditie
werd hij bekogeld door tomaten en rijst, een zeer eervol gebaar van de
bevolking, zo wist men te vertellen. Tijdens deze parade werd ook de rechtspraak
geregeld en de ambassadeurs van andere volken ontvangen.
Na vijf minuten was alles dan voorbij en stapte Ampli zijn huis binnen. Hij
sloot het luik en klom via een houten trap naar de achtersteven van de duikboot,
die diep in het zand lag. Daar schonk hij zich een glaasje alcohol in, pakte een
sigaret, ontstak hem en slikte hem door. Na de ene met het andere geblust te
hebben in zijn maag, ging hij aan het werk. Ja, tegenwoordig moest zelfs een
keizer af en toe aan het werk, al was het maar om de krant uit de brievenbus te
halen. Vandaag had hij het druk: hij moest een toespraak voorbereiden voor de
lancering van de Cashew II, die vanmiddag aan zijn reis naar Tu, een sola, zou
beginnen. De ruimteveer, gemaakt van leer, leem en ijzerplaten, bemand door drie
mannen en een vrouw, zou recht op Tu afvliegen en haar uit de hemel kegelen. Wat
een onderneming; wat een wetenschap en slavenarbeid was nodig geweest voor Ampli's
prachtig plan.
Om een uur na middag was het zover. Een keizerlijke parade bracht Ampli naar
de voet van de zandberg. Daar was een diepe vallei gegraven, waarin een ietwat
kromme sigaarvorm glansde in de zon. Het was de Slinger, de ruimteveer, die met
kabels was vastgemaakt aan de grond.
Ampli beklom een zandhoop, onder luid gejuich van zijn slaven. De rest van het
volk keek zwijgend toe, hier en daar hoorde men kinderen huilen.
Ampli tuurde vanachter zijn wenkbrauwen in de menigte. Iedereen lag op en door
elkaar, badend in de modder en de kwijl. Een mannetje stond op uit de menigte.
Deze was aangewezen als Provocateur. "Oh Grote Amplitudo, Keizer, Verlicht
Vorst. Met welke edele breinspruit gaat gij ons verblijden tot in lengte van
dagen?" Opgelucht ging het mannetje weer zitten. Hij had het helemaal
foutloos uitgesproken.
Ampli sprak met veel vertoon van welsprekendheid. "Dat zal ik u vertellen,
o toegewijde onderdaan! Ik heb op democratische wijze besloten onze macht te
verspreiden tot ver buiten ons machtsgebied. Wij zullen gaan heersen over de
wereld!"
De Provo stond weer op. "Hoe gaan wij dit dan doen, oh Excellentie?"
"Vier alleredelste burgers zullen de Slinger naar Tu sturen en haar
opblazen, opdat er voor altijd duisternis zal zijn!" Ampli lachte in
zichzelf. Hij had het helemaal voor elkaar.
"Hoe moeten wij dit nobele plan begroeten, oh Edele Verlichte?"
Ampli dacht na. "Geestdriftig applaus zou voorlopig wel voldoende zijn..."
Het volk schreeuwde, krijste, huilde, juichte eendrachtig. De echo was nog lang
hoorbaar in de vallei. Ampli had zijn toespraak niet eens nodig gehad. Niets kon
hem nog stoppen.
Later schoot de Slinger de lucht in, op weg naar Tu, met vier onwetende
inzittenden. Dit was het moment dat de geestbedwangmechanismen in actie kwamen.
Via een ingewikkeld netwerk van supergeleidende neurotransmitters kwam het
bericht van Ampli's plan bij een centrale terecht.
Toen de Slinger bijna tegen Tu was op gebotst ging er iets in de geest van de
stuurman om. Zijn pupillen werden oneindig groot, zodat zijn ogen zwart werden.
Zijn vacht ging recht overeind staan, alsof het statisch geladen was. Het zweet
stond op zijn voorhoofd. Met de andere drie was het al niet veel beter gesteld.
De stuurman greep met een spastische beweging het roer vast en gooide het
volledig om. De Slinger keerde terug naar vaste grond onder de voeten.
Toen Ampli het zag verslikte hij zich in zijn glas alcohol, zodat het in zijn
luchtwegen een branderig gevoel achterliet. Hij staarde eerst, maar begon
langzaam aan kwaad te worden en te tieren als een dolle hond.
De Slinger schoot als een pijl dwars door de zandberg. Een lawine van zand
stroomde de vallei in en vele onderdanen lieten het leven. Amplitudo werd
verbannen naar een andere Etage, waar hij de ruimte kon zien. Dat zou hem
ongetwijfeld goed doen. Per gratie werd ook Amplitudo's geest door een
geestbedwinger bewerkt, en met succes: drie maanden later organiseerde hij een
ruimtereis naar de Aarde. Niemand heeft ooit meer wat van hem gehoord.
Of deze mythe geloofd moet worden is nog maar de vraag. Maar, leugen of geen
leugen, aan dit alles kan een moraal verbonden worden: verzoek de goden niet -
verzoek de Spotters never de nooit niet.
© Copyright Rogier van der Tholen - 02/02/1997. Alle rechten voorbehouden.