Rogier van der Tholen - Bad trip  (SF verhaal)

Home

18/02/1999.

Aantal woorden: 1462.
 

BAD TRIP

Op het computerscherm zag Pete Haze een zin tussen de andere zinnen van het document - een oude essay over de waarheidsbeleving van pathologische leugenaars - met een hoge frequentie knipperen.
> Noise.
Not again.
"Als u de waarheid vindt, bent u een vuile leugenaar," las hij hardop.
Pete wendde zijn ogen af van het agressieve geflikker.
In alle windrichtingen, ver in de verte, torenden donkere muren boven hem uit. De posters aan de muren waren bolvormig en krioelden van felgekleurde slangen. De hoge dosis neuromine begon zijn tol te eisen van Pete's perceptievermogen. En hij moest de volgende ochtend een werkstuk af hebben. Waar bleef de inspiratie?
Hij probeerde na te denken.
Als u de waarheid vindt, bent u een vuile leugenaar.
Shut up!
Een zin die vele jaren geleden door hem op de toetsen van de computer was gedrukt. Wat had hij daar in hemelsnaam mee bedoeld?
De onbewijsbaarheid van het Godsbestaan?
Zwalkend en zwevend liep hij naar een reusachtige ijsberg, opende de deur en werd opgezogen in het felle licht en de kou van de koelkast. In de verte scheen een tropische zomerzon, maar het bleek het koelkastlampje te zijn. Zijn trillende handen bewogen zich door de smalle ruimtes tussen immense torens van glas. Een fles rum, oude gin, Ierse en Rotterdamse brandy. Uiteindelijk kwam hij bij een immense graansilo. Met een metaalachtig gerinkel sleepte hij met beide handen langzaam en schuivend een bierblikje over het koelkastrooster naar zich toe. Het gewicht van het blikje Vrolijk Kruid bracht hem even uit zijn evenwicht. Z'n lichaam was uitgeput. Na een langdurig op zijn had hij toch ook niet anders mogen verwachten.
Een klik, een slok en de terugreis naar het bureau.
Op het scherm knipperde een strookje zwarte letters als een rij muggen die in een tl-balk gevangen zitten. Pete nam nog een slok en keek nog eens naar het zinnetje.
Als u de waarheid vindt, bent u een vuile leugenaar.
Quiet!
Nog een slok. Vrolijk Kruid had een kalmerende werking op zijn gemoedstoestand. Mooi zo. Maar wat bedoelde hij nu met dat zinnetje?
Het leek wel alsof iets, de computer, of iemand, zijn vroegere ik, voortdurend dit zinnetje in zijn oor aan het schreeuwen was. Onophoudelijk, ongelooflijk hard en zonder genade. Maar dan visueel.
It finally woke up.
Mijn vroegere ik zegt iets tegen mijn huidige ik, dacht Pete. Als ik de waarheid vindt, ben ik een leugenaar. Dan was ik toen ook al een leugenaar. Dus dan klopt dit zinnetje niet. Dus mensen die de waarheid vinden zijn geen leugenaar, en aangezien ik een leugenaar ben en toch de waarheid gevonden heb...
It felt something.
Het zinnetje stopte even met knipperen. Daarna ging het weer verder.
"Dit verrotte apparaat leeft!" riep Pete in zichzelf met een geschrokken blik naar de computer kijkend. Hij rolde op zijn bureaustoel naar achter en voelde een angst zich van hem meester maken.
Een informatieparadox, door mij zelf in het leven geroepen, dacht hij onthutst.
"Ik heb je door! Het spel is over!" riep hij met angstige triomfantelijkheid.
It heard something.
Een hoge, lange pieptoon werd langzaam steeds luider.
Op een gegeven moment bleef het een constante frequentie aanhouden, met een constant volume. Het leek volkomen synchroon te zijn aan het knipperende zinnetje op het beeldscherm.
Pete keek angstig om zich heen, om te achterhalen waar het geluid vandaan kwam. Het kwam nergens vandaan. Het zat in zijn hoofd.
"Wat gaan we nu krijgen...?" mompelde hij terwijl het zweet van zijn voorhoofd stroomde.
De toon in zijn hoofd bleef maar doorgaan, als een tergende marteling.

De waarheid openbaarde zich nu ook aan hem in de vorm van geluid. Een supergecomprimeerde informatiestroom, ontketend door de informatieparadox op het scherm voor zich, gecombineerd met een verhoogd bewustzijn door de neuromine. Het Vrolijk Kruid had verder geen invloed maar gaf hem alleen maar kotsneigingen.
"Wie ben je?" riep Pete wanhopig uit. Zijn stem klonk ergens in de verte, alsof het niet de zijne was.
It was asked my name.
Het geknipper op het scherm hield weer even op.
Pete zag het en snelde naar het toetsenbord. De toon in zijn hoofd verstoorde zijn evenwichtsgevoel en hij denderde bijna met een afwijking naar rechts tegen de muur aan.
Zijn handen toetsten een woord in. "MR TYPEWRITER" stond er voor de cursor.
Engels was de standaardtaal op alle computers geworden sinds de Universele Paradox, ontstaan door een oneffenheid tussen tijd en ruimte, ergens in een dorpje in het zuiden van de Amerikaanse staat Louisiana.
Pete besefte dat het antwoord de aanzet was voor een allegorisch referentiekader. Mr Typewriter was heerser over het Inkt, die het Papier bevolkt. Samen vormen ze het Geschrevene, dat bestaat uit Zinnen, Woorden en Letters. De mensheid moest het Inkt zijn en het Papier het universum wellicht. De schrijfmachine zette de mensen in een bepaald gebied van de realiteit opdat niemand zich zou gaan aanvragen wat er zich achter dat alles afspeelde. Maar daar had Mr Typewriter zich dan in vergist.
Ergens moest er ook nog een Schrijver en een Lezer zijn.
"Wie is de Schrijver?" riep Pete, maar hij kon zijn eigen stem nauwelijks door de toon heen horen. Wellicht was die toon bedoeld om zijn gedachten te censureren, zodat ze niet in verkeerde handen zouden vallen.
That's a secret.
Toen Pete het antwoord wou gaan intoetsen viel plotseling de stroom uit.
Het was pikdonker geworden in de kamer.
Hij liep naar het raam en zag dat de straatverlichting het ook begeven had. Het was akelig stil en verlaten in de straat en er was geen maan.
Door het gevoel van verlatenheid dat hem bekroop werd de hoge pieptoon helderder en vastberadener.
Hij begon te twijfelen.
Misschien was Mr Typewriter zelf ook informatie en niet meer dan dat. Hij had het antwoord immers zelf ingetypt.
Nee, er moest iets achter al die informatie, achter al die feiten zitten.
Pete wreef vermoeid over zijn hoofd. Hij zag zijn schaduw in licht contrast met de duistere muren bewegen.
Het antwoord moest in zijn hoofd zitten. De neuromine kon daar niets aan veranderen.
Hij moest nu zijn kans grijpen. Een echte Paradox die over de grenzen van het transcendente heen werkte was de enige mogelijkheid om het raadsel van de Universele Paradox te ontrafelen.
De enige manier om dat te doen, besefte hij, was door een bijna-dood-ervaring op te roepen. Met de nog steeds werkzame neuromine in zijn bloed moest dat niet al te moeilijk zijn.
Hij strompelde naar zijn bed en ging op de rand ervan zitten. Langzaam hees hij zijn ene been voor de andere op het bed en liet hij zijn hoofd op het kussen zakken.
De hoge pieptoon ging nog steeds onverstoorbaar door en had een hypnotiserende uitwerking. Terwijl hij zich ontspande alvorens uit zijn lichaam te treden voelde hij de slaap toeslaan.
Toen hij opstond zag hij dat zijn lichaam, dat nog steeds plat op het bed lag, in slaap was gevallen.
Om zich heen kijkend zag Pete niets dan duisternis. Een pikzwart vacuüm waar niets bestond, waar geen ruimte of tijd was.
Alleen hijzelf.
En de bron van al wat bestond.
It was coming near.
Hij merkte dat de pieptoon aanmerkelijk luider was geworden. De toon zat niet meer in zijn hoofd, maar was nu dichtbij. Het was de enige impuls die zijn zintuigen opvingen. Toen hij begon te lopen zag hij het gebied achter hem vervagen, alsof hij in een mistwolk liep.
Mr Typewriter was ver te zoeken.
Zo leek het.
It must move.
Geschuifel.
It must go.
Voetstapjes.

It must run.
Trappelende voetstapjes.
It was moving closer.
De pieptoon werd luider.
En haar frequentie werd lager. "Iiiiiiiiiiijjjoooouuuueeejjjaaawwwzzzz...."
Het naderde hem!
Where is it?
Achter hem hoorde Pete een zacht, tobbend, slaafs gemompel. De pieptoon was verdwenen.
"Must survive... Must survive... Must survive..."
Verschrikt draaide Pete zich in een ruk om.
Een klein, afschrikwekkend wezen zonder ogen, oren, neus of wat voor zintuigen dan ook bewoog zijn kale, bolvormige hoofd naar links, alsof het keek welke kant het op moest. Het had geen armen, slechts twee korte pootjes.
Pete schrok van de onbeholpen onzekerheid die het beest uitstraalde.
"Must survive... Must survive... Must survive..."
Dit wezen was de oorsprong van al wat bestond.
Achter alle energie, materie, tijden en dimensies had het zich verscholen. In zijn kale hoofd zat alle informatie opgeslagen waaruit het universum was opgebouwd.
It saw it.
Plotseling rende het wezen op zijn twee teenloze pootjes in de richting van Pete.
Wait!
Eindelijk had het gevonden.
Stop!
"Must survive... Must survive... Must..." klonk het oorverdovend in Pete's oren, tot het abrupt ophield.
Pete keek naar beneden.
Het lichaam van het wezen lag levenloos op de grond, zijn hoofd opengebarsten. Zwarte gelei stroomde over Pete's voeten en broekspijpen.
"Shit!"
De wereld hield langzaam op te bestaan...

 


Home

© Copyright Rogier van der Tholen - 18/02/1999. Alle rechten voorbehouden.

Hosted by www.Geocities.ws

1